Aandacht voor geestesziektes


Het heeft flink veel moed gekost voor Philip om hier met mij aan tafel te zitten. Hij heeft er enorm tegenop gezien om zijn verhaal te delen. Toch heeft hij ervoor gekozen om dit te doen omdat hij het belangrijk vindt dat mensen weten wat iemand die door geestelijke problemen in de bijstand zit doormaakt.

Philip is een alleenstaande vader van 42 jaar met een dochter van 17. “Ik was 24 toen ik haar kreeg, het was niet gemakkelijk. Ik ben vindingrijk geweest ” Philip woont in Meijhorst. Hij woont daar met plezier, ook al is de bovenwoning niet goed geïsoleerd en heeft Philip geen tuin waar hij ongestoord kan zitten. Dat zou hij liever anders zien. “Ik heb geen zin om thuis lastig gevallen te worden dus ik ga maar niet buiten zitten in de gezamenlijke voortuin.”

Philip kampt met paniekaanvallen, straatvrees en depressies, waardoor hij sinds een paar jaar in de bijstand zit. Daarvoor heeft hij ongeveer drie jaar in de WW gezeten. “Ik werd toen wel uitgenodigd voor sollicitatiegesprekken, maar dat waren veel te drukke banen waar je 40 á 50 uur zou moeten maken.” Te veel uur werken is voor Philip niet haalbaar: “Als het werken te veel wordt uit dit zich in paniekaanvallen”. De paniek is lastig te combineren met een baan en een kind. Het uitoefenen van een ‘gewone’ baan zorgt voor permanente druk om ‘normaal’ te willen of moeten zijn.

Sinds november 2015 heeft Philip een participatiebaan [werken met behoud van uitkering, ook wel participatieplaats genoemd] bij Het Inter-lokaal. Dit is voor hem een tussenoplossing. Hij heeft nog steeds last van zijn psychische problemen, maar “hier is ruimte om te werken in een lagere versnelling. Hier kun je jezelf zijn”. Het werken in de sociale sector bevalt Philip wel, na jarenlang meer dan 40 uur te hebben gewerkt in de telecom branche en tegen deadlines op te hebben moeten boksen. “Ik heb ook wel eens paniekaanvallen hier, maar dit is een veilige plek. Dan trek ik me even terug.”

Leven met paniek

“In 2007 kreeg ik de eerste paniekaanval. Dit was toen eenmalig, maar sinds 2009 keren de paniekaanvallen regelmatig terug. Dit is hoe stress zich bij mij uit.” Philip is altijd een gevoelig persoon geweest. Een opstapeling van nare ervaringen werd hem op een gegeven moment te veel.

Door de combinatie van depressie, straatvrees en niet kunnen slapen kreeg hij Seroxat voorgeschreven maar daar werd hij helemaal apathisch van. “Niks interesseerde me meer.” De medicijnen vlakten hem af. Hij heeft door de jaren heen allerlei medicijnen geprobeerd. “Maar je bent jezelf niet meer en schiet door in uitersten. Dan vecht ik liever wat harder op eigen kracht.” Daarom heeft Philip er voor gekozen alleen medicijnen te gebruiken als het echt heel slecht gaat. Op dit moment gebruikt hij niets.

“Een paniekaanval is heel lichamelijk en voelt alsof je elk moment kan flauwvallen. Je ziet zwarte vlekken. Als ik probeer om alle druk of moeilijke dingen te vermijden wordt het erger, maar bij te veel druk of stress ook. Het gaat om het vinden van de juiste balans. Je doet wat je kunt en probeert ook maar wat.”

Philip is vaak gespannen en moe en vindt het lastig om te ontspannen. “Soms lukt het en soms niet. Net als met blij zijn.” Exposuretherapie stimuleert Philip om tóch naar buiten te gaan, ondanks dat het moeilijk is. Hij heeft bijvoorbeeld moeite met de drukte van het verkeer. “Je moet permanent over je grenzen heen gaan. Het alternatief is de hele dag binnen zitten, dat is ook niet goed voor je.” Philip maakt steeds opnieuw de afweging ‘wat kan ik’.

“In de opvoeding van mijn dochter ben ik altijd extreem perfectionistisch geweest. Ze zegt dat ik een goede vader ben, maar in de ergste periodes schoot ik tekort”, zegt Philip vol emotie. Dit heeft hij zoveel mogelijk ondervangen met hulp van zijn ouders. Zijn dochter is en blijft Philip’s eerste prioriteit. “Hoe vol het vat ook is, de energie die er op dat moment is gaat naar haar.”

Participatiebaan

“Ik heb zelf het initiatief genomen om bij Het Inter-lokaal te gaan werken, er was geen druk vanuit het WerkBedrijf. Ik ben het zelf die de druk oplegt.” Philip werkt 24 uur per week. Het gaat goed doordat er ruimte is om even weg te lopen.

Ook bij Het Inter-lokaal wordt het weleens te veel, maar Philip vindt het lastig om dit aan te geven. Veel klantcontact valt hem zwaar —“vroeger ging dit wel”— maar hij heeft vooral moeite met de extra verplichtingen, zoals vergaderingen in de avond. Bellen om af te zeggen omdat het te veel is, durft hij echter niet. “Bellen kost veel moeite” en dus gaat hij toch maar, ook al gaat hij hierdoor over zijn grenzen heen. Dit resulteert dan in helemaal kapot zijn thuis. “Je gaat compenseren, je gaat sociaal contact uit de weg. Ik doe dan bijvoorbeeld niet open als mensen op de stoep staan. Je loopt tegen een grens aan.”

In zijn werk bij Het Inter-lokaal ziet Philip dat “lang niet iedereen van de beschikbare regelingen gebruikmaakt, mede door taalbarrières”. Er komen veel mensen langs met relationele, verslavings- en/of geestelijke problemen. Om sommige mensen maakt Philip zich echt zorgen. “De mensen die hier komen hebben het nog veel erger dan ik. Je ziet veel struisvogelpolitiek, post die ongeopend blijft liggen, met alle gevolgen van dien. Er zijn ook veel collega’s met schulden.”

Leven voor erkenning geestesziekte

“Ik heb jarenlang doorgehold en gedacht ‘ik ben gewoon raar’. Daarin ben ik lang blijven hangen. Je zegt niet zomaar, ‘sorry, jongens dit is eigenlijk te veel voor me’.”

In het verleden heeft Philip zijn psychische problemen verzwegen voor zijn werkgevers. Dit resulteerde in veel druk en onbegrip, voor – in de ogen van de werkgever – ‘raar gedrag’. Daardoor kon Philip vaak niet optimaal presteren en hield hij banen vaak maar voor korte tijd. “Terwijl ik me wel voor meer dan 100% inzette, maar dit werd niet gezien. Ik wilde een goed voorbeeld zijn.” Gewoon functioneren is voor mij kei- en keihard knokken, keer op keer, maar dat vertellen was een hele stap. De angst dat de geestesziekte vervolgens het beeld is dat mensen van je hebben zat in de weg. “Ik ben meer dan dat.” Vroeger werkte Philip, om toch aan alle verwachtingen te kunnen voldoen, vaak van 7:00 uur tot 19:00 uur en had daarnaast geen sociaal leven.

Sociale kring

“Niet iedereen snapt dat het niet meer gaat zoals vroeger en mijn grens nu lager is.” Daarnaast laat Philip vaak niet merken hoe hij zich echt voelt. Dan blijft hij toch op een verjaardag zitten, ook al voelt hij zich niet prettig op dat moment. Philip vertelt dat hij op een gegeven moment verjaardagen ging mijden. Hij zag er tegenop om zijn situatie — het hebben van paniekaanvallen en daardoor een uitkering — te moeten uitleggen. Dit durfde hij niet, hij was bang voor de reacties. “Ik schaamde me.” De schaamte isoleerde hem.

“Ik verberg het veel.”

Philip’s familiegeschiedenis is er een van medische problematiek. Philip is mantelzorger en heeft altijd een groot deel van de zorg voor zijn ouders op zich genomen; zijn broertje woont in het buitenland. Zijn vader heeft recent een herseninfarct gehad.

Dubbel stigma

Zijn huidige participatieplaats noemt Philip gewoon zijn werk, net als andere banen. “Ik vertel niet dat ik een uitkering heb. Op mijn CV staat het niet.” Hij merkt dat er veel vooroordelen over bijstandsgerechtigden zijn. Zo werd er tegen hem gezegd: “Je ziet er niet uit alsof je een uitkering hebt”. Vervolgens moest hij bewijzen dat hij in de bijstand zat om de korting te krijgen waar hij recht op had. Al met al een erg beschamend moment.

Voor Philip voelt het hebben van een geestesziekte én een uitkering als een dubbel stigma. “Je wordt een beetje raar gevonden met een geestesziekte. Je bent kwetsbaarder en laat gemakkelijker over je heen lopen.” De paniekaanvallen dwingen Philip om voor zichzelf op te komen en zijn grenzen aan te geven. Door de jaren heen heeft Philip wel geleerd om te denken: dit hoef ik niet te pikken. “Ik ben hier wel door gegroeid als mens.” Ook het aangaan van dit gesprek ziet Philip als een leermoment: “ik probeer het positieve eruit te halen.”

Auto

Het leven van een laag budget levert continu zorgen op; is er genoeg geld om te eten en de huur te kunnen betalen? Er is de laatste jaren veel veranderd in Philip’s inkomen. Hoewel hij er financieel op achteruitging toen hij in de bijstand terecht kwam, bleef er aan het einde van de maand net iets meer over dan tijdens de WW. Dit kwam “doordat ik van alles wegbezuinigd had, zoals mijn sportabonnement, en door mijn straatvrees niks meer deed”.

Na een erfenis kreeg Philip een tijdje geen uitkering meer. Hij heeft toen een auto gekocht met een dagwaarde van 1.000 euro. “Dit heb ik uiteraard bij de gemeente gemeld, dat bedrag wordt dan in mindering gebracht op het toegestane eigen vermogen. Het hebben van een auto kost veel geld maar levert ook veel vrijheid op. Ik moet hem eigenlijk weg doen omdat het te duur is met de verzekering, maar dat wil ik niet.” Voor Philip staat zijn auto symbool voor wat hij nog wel kan, het is een stukje vrijheid met zijn straatvrees. In tijden van zware depressies kon Philip niet eens autorijden. Je mag tot 5.000 euro vermogen hebben in de bijstand maar “mensen snappen het niet. Een uitkering in combinatie met een auto wordt niet geaccepteerd in Nederland”.

Regelingen

“Ik gebruik bewust veel regelingen niet. Dit komt uit schaamte, maar ook omdat het soms te veel energie kost om alles te moeten uitzoeken en ik ook niet altijd precies weet waar ik recht op heb. Hoe komt je erachter waar je recht op hebt? Dit is extra lastig als je [door psychische problemen] geïsoleerd leeft.”

Bij de Individuele Inkomenstoeslag, die één keer per jaar aangevraagd kan worden bij een laag inkomen, ziet Philip bijvoorbeeld dat veel mensen vergeten om dit voor de juiste datum te doen. Hij begrijpt dit wel. “Als het net in een periode valt waarin je geestelijk aan je tax zit, weet je niet wanneer het moet en kost het ook te veel energie om aan de hele papierwinkel te voldoen. Het zijn zulke moeilijke papieren, op een gegeven moment denk je: laat maar zitten.”

Door zijn psychische problemen is sporten heel belangrijk voor Philip. De Meedoen-regeling biedt hem de mogelijkheid om dit te doen, al is de keuze beperkt. “Ik wilde zwemmen maar dat was te druk, dat trok ik niet. Nu doe ik Yoga, ook al ben ik zo stijf als een hark.” Verder doet Philip aan hardlopen maar goede schoenen zijn duur. Hij had nieuwe nodig, die heeft hij online besteld. “Ik moet sporten om geestelijk in orde te blijven. Je ziet zoveel mensen die thuis blijven hangen.”

Ondersteuning gemeente en WerkBedrijf

Philip’s ervaring is dat de meeste mensen bij de Sociale Dienst wel begrip hadden voor zijn verhaal, maar hier heeft hij zelf ook veel energie in gestopt. Hij heeft de moeilijke stap gezet om open zijn verhaal te doen. Omdat dit zo’n enorme stap is, en je dit niet graag iedere keer opnieuw wilt doen bij iemand anders, hamert Philip op het belang van scholing voor de medewerkers over geestesziektes. “Het is belangrijk dat hier begrip en erkenning voor is.” Philip verwacht dat als mensen er meer vanaf weten, ze vanzelf ook meer begrip en respect zullen hebben en beter zullen kunnen meedenken. “Dit wordt nu onvoldoende gedaan.” Een vast contactpersoon bij het WerkBedrijf zou Philip heel fijn vinden. Nu is er of geen contactpersoon of het is steeds iemand anders.

Het gaat er volgens Philip om dat er gecheckt wordt wat er speelt en dat er ruimte is om je verhaal te kunnen vertellen. “Er zijn genoeg mensen die willen meewerken als er naar ze geluisterd wordt. Dingen kunnen voorkomen worden als er meer begrip en kennis is. Er moet ruimte zijn voor een tussenweg, om samen te zoeken naar een oplossing die werkt voor jou.”
“Als ik het niet meer trek heeft de maatschappij minder aan mij.”

Kortgeleden had Philip een afspraak bij “een strenge dame van de gemeente” over werk. Zo’n gesprek levert veel stress op voor Philip. “Ik voelde me alsof ik een of andere crimineel was. Je hebt het gevoel dat je je moet verantwoorden en dat er veel vanaf hangt. Je bent afhankelijk van hoe mensen je beoordelen.”

Morgen

Morgen wordt een drukke dag voor Philip: hij heeft dan een vervolggesprek over werk en een gesprek over zijn woning. “Het is eigenlijk te druk”, zegt Philip, maar hij wil de afspraken niet verzetten. Hij durft niet af te bellen en vindt dat hij gewoon moet gaan, ondanks dat hij zich ziek voelt. De huur van zijn woning gaat misschien omhoog, als die boven de 590 euro uitkomt, zal Philip daar niet kunnen blijven wonen. Dit levert veel spanning op.

In het gesprek over werk zullen de resultaten van psychische en loopbaanoriëntatie testen besproken worden, die zijn afgenomen door een extern bureau. De testen moeten uitwijzen hoe het met Philip gaat, wat hij kan en waar zijn interesses en capaciteiten liggen. “Er kwam uit dat ik een alfa persoon ben; archiveren of in de bieb werken zou iets voor mij zijn. Ik zou ook weer op weg zijn naar een depressie, daar schrok ik van.” Volgens Philip konden ze dit merken aan zijn lage tempo en doordat hij veel moeite had met invullen van de testen.