‘’Als ze me proberen af te remmen dan geef ik twee keer zo hard gas’’


Vandaag ging ik in gesprek met Mario, een van de jongens in de woongroep bij Entrea. Hij is 17 jaar en woont nu al twee jaar binnen Jeugdzorg. Ik vraag aan hem hoe het kan dat hij bij Jeugdzorg terecht is gekomen. “Mijn ouders zijn al twaalf jaar aan het strijden tegen elkaar, sinds de scheiding. Hielden ze daar maar gewoon een keer mee op. Ik was drie jaar oud toen ze uit elkaar gingen. Ik weet alleen nog dat ik heen en weer moest in het weekend en dat we spullen op gingen halen bij mijn vader. Ik heb mijn moeder van mijn vierde tot mijn twaalfde niet gezien.‘’
‘’Als ik later zou gaan scheiden, dan zou ik niet zo moeilijk doen.’’ ‘’ Ik woonde eerst bij mijn vader. Hij zei dat mijn moeder het contact verbroken had. De oppas die ik toen had vervulde die rol een beetje, al is zij helaas overleden. Ik heb nog een speech gehouden op haar begrafenis, samen met een klasgenoot. Toen zat ik in groep 8. ‘’
Mario vertelt dat zijn eerste ervaring binnen de hulpverlening een gezinshuis was. Dit beschrijft hij als een grote, luxe plek met een zwembad, dieren, een trampoline en een tuintje waar ze in konden werken. Helaas kon hij hier maar vier weken blijven, omdat het een crisisopvang was. Toen zijn vertrek naderde, is hij weggelopen.

‘’Ik wist wel dat het maar voor 4 weken zou zijn, dus ik wist dat het eraan zat te komen dat ik weg moest. Voordat ik naar het pleeggezin moest ben ik weggelopen, toen heb ik twee weken bij vrienden gezeten. Maar dat kan natuurlijk ook niet voor altijd. In de ogen van Entrea leek toen de terugkeer naar mijn moeder een goede oplossing, maar dat was het voor mij niet. Daar had ik geen invloed op, dat vond ik jammer. Maar zo is het leven.‘’

‘’ Mijn moeder vertelde me dat ze altijd contact gezocht heeft, maar dat mijn vader de brieven vernietigde en de telefoon niet op nam. Ik weet niet wie ik moet geloven. ‘’

‘’Het was heel raar toen ik ineens bij mijn moeder moest wonen. Ik kende haar amper, laat staan mijn stiefbroer en stiefvader. Mijn moeder wisselt nogal snel in relaties, ik had niet gedacht dat ze nog samen zouden zijn. De eerste weken ging het goed, toen deed ze heel lief. Maar al snel kwamen er ruzies, die gingen over de stomste dingen. Bijvoorbeeld als ik een deur open liet staan. Als iemand anders dat deed, dan was het geen probleem. Ik kon het eigenlijk nooit goed doen bij haar. Ze vond het contact tussen ons te confronterend. ‘’
Mario vertelt dat hij hierna nog een maand in een crisispleeggezin heeft gezeten. Daarna nog een korte tussenstop bij zijn vader, en toen was het tijd voor Entrea. Daar was eindelijk plaats. Ik vraag aan hem hoe het allemaal werkt binnen de groep waarin hij woont. Mario vertelt me dat er wordt gewerkt met verschillende niveaus. Door het behalen van punten kun je in het volgende niveau terecht komen. Je krijgt punten door aan je doelen te werken. In de eerste niveaus zijn dit standaarddoelen, die iedereen krijgt. In de hogere niveaus ga je aan persoonlijke doelen werken, zoals het controleren van je bankrekening. Mario zit nu in niveau 4, het hoogste niveau.
‘’In niveau 4 heb ik twee zelfstandige dagen, die krijg je vanaf niveau 3. Je krijgt 4,50 euro om eten en drinken te halen, bij twee dagen krijg je 9 euro. Maar daar moet je dan eten van kopen voor die twee dagen. Er moet sowieso iets gezonds bij zitten. Tijdens de zelfstandige dagen zit je op je kamer en je komt je afspraken na. Je moet zelf zoeken naar een dagbesteding, bijvoorbeeld school, stage of vrijwilligerswerk. Maar je kunt ook lekker naar de stad gaan. Zolang je maar zelfstandig dingen onderneemt, niet samen met de groep.’’
‘’Vandaag was ik om 7 uur in de ochtend al aanwezig bij mijn stageplaats Ik loop stage bij Dichterbij, hier help ik beperkte ouderen met hun zorg. Dat doe ik voor mijn opleiding. Ik ben nu bezig met de opleiding Helpende Zorg en Welzijn. Ik loop nu rond de 16 uur per week stage. In de vakantie draai ik soms extra uren. Volgend jaar zit ik in mijn tweede jaar, dan ga ik drie dagen per week stage lopen. Soms vind ik stage best wel lastig, maar je leert er heel erg veel. Laatst was er een oudere bij wiens, ehm, luierinhoud door de hele kamer heen was gevlogen. Dat is wel uitdagend ja.’’
‘’In mijn vrije tijd werk ik bij de Action. Met het geld dat ik verdien betaal ik mijn treinkaartjes naar stage en school. Mijn vader wil deze niet voor mij betalen. Ik heb nu geleerd hoe ik zelfstandig mijn financiën kan inzien. In het begin koop je nog snoep en cola van je geld, maar na een tijdje leer je steeds beter nadenken over waar je je geld aan wil uitgeven.’’.
Ik vraag aan Mario of er dingen zijn die hij het liefst anders zou zien, of hij dingen zou willen veranderen binnen de woongroep waarin hij nu woont.
‘’Die oranje-geel achtige kleur van dit gebouw, het valt te veel op. Een likje verf kan het wel gebruiken. Een hele grote lik zelfs. Er moet ook een nieuwe groepsfiets komen. Die mag je gebruiken als je eigen fiets kapot is, maar die mag je dan maar twee dagen hebben. Ik snap niet waarom ze daar zo streng op zijn, dat ding is brak.‘’.

‘’Ik weet hoe je je voelt’’, je weet helemaal niks.

‘’Ik wil meer leidinggevenden die zelf dingen binnen Jeugdzorg hebben meegemaakt. Ze hebben nu of niks meegemaakt, of ze houden het bij zichzelf. Als ze ook zoiets hadden meegemaakt dan kun je elkaar tips geven.’’

Mario zit nu in het hoogste niveau van deze groep. Ik vraag aan hem wat hij het liefste hierna zou willen. Hij vertelt mij dat je in principe tot je 21e bij Entrea mag blijven, maar dit moet in overleg met je mentor, je ouders en het sociaal wijkteam.
‘’Ik weet niet precies wat ik nog moet leren, maar ik weet wel dat ze niet morgen kunnen zeggen ‘zoek maar een kamer en ga er maar wonen’. Die zelfstandigheid heb ik nog niet. Misschien weet de leiding meer, maar ik vind het moeilijk om over mezelf te zeggen wat ik nog nodig heb. Ik zou het liefst doorstromen naar het fasehuis of kamertraining, dat is de volgende stap. ‘’