“Dit voelt gewoon oneerlijk”


Het is ‘s ochtends vroeg eind mei. Pascal staat stipt om 8.30 uur, netjes gekleed en met aktetas, in de hal van het stadhuis. Ik neem hem mee naar een kamertje waar we even rustig kunnen praten.
Bijna meteen barst hij los: “Het WerkBedrijf houdt totaal geen rekening met je persoonlijke situatie. Ondanks dat ik HBO afgestudeerd ben moest ik al het werk — ook magazijn werk onder mijn niveau — aannemen. Er zou toch speelruimte moeten zijn en ruimte voor maatwerk?!” Het zit hem duidelijk hoog.

Achtergrond

Pascal (27) heeft in augustus 2015 zijn HBO studie afgerond aan de Avans Hogeschool in Den Bosch. Daarna kwam hij in de bijstand terecht omdat hij geen baan kon vinden. Tijdens zijn studie was er “weinig aandacht voor hoe je aan het werk komt. Er was geen specifieke begeleiding op dat gebied”.

Pascal komt uit een arbeidersgezin en ontvangt geen steun van zijn ouders. Zij konden hem niet helpen bij het vinden van een baan op niveau en hebben geen netwerk. Pascal’s ouders zijn gescheiden. Zijn vader was portier maar is nu gepensioneerd en zijn moeder ontvangt IAOW, daarvoor werkte ze in de detailhandel. Door de slechte band met zijn moeder is Pascal op zijn 19de uit huis gegaan.

Sinds twee maanden werkt [leerwerktraject] Pascal als adviseur arbo- en brandveiligheid bij een milieu adviesbureau dat vergunningen verleent. “Het bevalt op zich wel”. Hij heeft een aanstelling voor een half jaar en daarna kans op een vast contract als ze tevreden over hem zijn. “Tot dan is er stress, onzekerheid en een benarde financiële situatie.”

Leefsituatie

Sinds een jaar woont Pascal samen met zijn vriendin van 19. Hoewel het goed bevalt geeft hij aan nooit voor samenwonen te hebben gekozen als hij de financiële consequenties had geweten. “Dan had ik 960 euro in plaats van 200 euro per maand gekregen.” Pascal’s vriendin Fabienne volgt een mbo-opleiding Detailhandel (BBL-opleiding). Dit betekent vier dagen werken en één dag per week naar school.

“Ik heb zes maanden in een hele benarde financiële situatie gezeten, dat brengt zoveel stress en druk met zich mee, ook voor je relatie.”

Pascal huurt een particulier appartement voor 775 euro en ontvangt 250 euro huursubsidie. Door de lange wachttijden bij Entree heeft hij niks kunnen krijgen bij sociale woningbouw. Pascal en Fabienne moeten samen rondkomen van een inkomen van 900 euro per maand. Ze houden 100 euro per maand per persoon over. “Daar moeten ook nog schoolartikelen, boodschappen en kleding van gekocht worden. En bijvoorbeeld parkeren in Rotterdam [waar Pascal een opleiding volgt] kost 36 euro. Dat is bijna onmogelijk.” Ook denkt hij soms “dan ga ik gewoon boodschappen jatten. Daar denk je wel eens over na. Een kat in het nauw maakt rare sprongen”.

Pascal heeft alleen een studieschuld en is verder bij met rekeningen. “Als het geld op is, is het een kwestie van de diepvries leeg eten. Ik ben blij als ik de maand doorkom.” Pascal haalt de goedkoopste boodschappen bij de Lidl en zoekt naar aanbiedingen bij andere winkels. Hij kan zich geen duur wasmiddel permitteren en drinkt voornamelijk water en aanmaaklimonade. Met mooi weer pakt hij af en toe wel een terrasje. Verder heeft hij een sportschoolabonnement van 18 euro per maand en is darten een hobby. Maar dit is soms ook lastig. “Ik kom één keer in de maand darten en drink dan twee cola en ga dan weer naar huis.”

“Je wordt beperkt in je sociale leven.”

Pascal’s financiële situatie drukt op zijn sociale leven. Hij moet vaak nee zeggen tegen vrienden als zij bijvoorbeeld willen gaan bowlen. Pascal’s vrienden zijn heel nuchter, er wordt niet veel over zijn situatie gesproken. De rest van zijn vrienden werken allemaal. Ze weten wel van zijn situatie af. Pascal heeft zelf geen andere familie maar zijn schoonouders ondersteunen wel zo nu en dan met boodschappen en betalen de schoolboeken van hun dochter.

Gezondheid

“Ik ben longpatiënt, maar ik ga nu niet naar de longarts omdat ik het niet kan betalen. In 2013 en 2014 had ik vijf longontstekingen, sindsdien heb ik chronische allergische astma en heb ik te maken met de WMO.” Pascal zou dagelijks preventief medicijnen moeten innemen maar deze zijn te duur dus hij gebruikt het nu maar af en toe reactief. Hij betaalt (een deel) van de medicijnen zelf, dit komt neer op zo’n 360 euro per jaar. Als Pascal naar het ziekenhuis moet, wordt er een betalingsregeling getroffen, anders zou hij zijn huur niet kunnen opbrengen en zou hij in de schulden belanden. Hij heeft geen reserves en kan aanvullend zorgverzekering niet betalen, daardoor gaat hij niet naar de tandarts. “Daar schaam je je toch kapot voor?”

De kostendelersnorm: “dit voelt gewoon oneerlijk”

Voordat Pascal en Fabienne gingen samenwonen hadden ze een inkomen van 1.300 euro. Nu blijft daar nog maar 900 euro van over omdat Fabienne vanuit haar BBL-opleiding 700 euro verdient. Dit bedrag wordt ingehouden op Pascal’s uitkering waardoor hij nog maar 200 euro per maand krijgt. “Moet mijn vriendin dan maar weer terug naar haar ouderlijk huis?! Ik werk 40 uur per week en mijn vriendin werkt 32 uur, maar in totaal krijgen we hier maar 900 euro voor. Het is heel oneerlijk dat je met 900 euro wordt afgescheept. Wij zijn beide heel gemotiveerd en werken heel hard.”

“Er valt weinig te regelen als je in een speciale situatie zit.”

Pascal heeft zijn situatie voorgelegd aan de gemeente maar die wilde niet meedenken. Daarom hebben ze er vorige maand zelf maar voor gekozen om Fabienne uit te schrijven. Ze woont nu weer thuis. “Het wordt onmogelijk gemaakt om samen te wonen.” Pascal ontving daarom deze maand voor het eerst weer het volledige bijstandsbedrag van 960 euro. Pascal betaalt nu alle boodschappen om in te dekken dat ze geen gezamenlijk huishouden voeren. “Zij komt langs wanneer ze wilt, maar slaapt weer bij haar ouders. Ik heb in eerste instantie bij de gemeente aangegeven hoe de situatie zit, maar er wordt gezegd: ‘wij kunnen niks doen’. Maar nu Fabienne zich gewoon uitgeschreven heeft kan het opeens wel.”

Bijstandsintake

Wat Pascal vooral is bijgebleven van de bijstandsintake is dat er een enorme papierwinkel opgestuurd moest worden. “Twee maanden later kwam er bericht: ‘sorry ik had niet gezien dat je vriendin jonger was dan 21 jaar en dus krijg je maar 900 euro samen’.” Pascal vindt het slordig dat dit niet meteen gecommuniceerd was. “Dit hadden ze bij de intake gelijk moeten zien. Ook is er niet gekeken naar op welke bijzondere bijstand regelingen ik nog meer recht zou hebben.” Zo is Pascal met zijn chronische astma niet gewezen op de CAZ (Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekeringen). Na de intake startte het traject bij het WerkBedrijf. Dit was gelijk een erg intensief WorkFast traject, waar Pascal niet over te spreken is. De hoge sollicitatiedruk vond hij demotiverend. “Laat iemand solliciteren op de banen die hij of zijn echt wilt. Ik kan heel hard werken, maar ik moet wel gemotiveerd zijn.”

“Klantmanagers zouden vaker moeten vragen: ‘Hoe komt het nou; wat is jouw situatie; waarom zit je in de bijstand?’ En dan meer afstemmen hierop. Dat werd nu niet gevraagd, het ging alleen om de papieren.”

Leerwerktraject

In overleg werd besloten dat Pascal een leerwerktraject ging volgen. “Het heeft wel drie maanden geduurd voordat het rond was. Ik wilde de opleiding Middelbare Veiligheidskunde (MVK) volgen bij Schulten Opleidingen maar de opleiding zat vol.” In april zou een nieuwe opleiding starten maar ditmaal kon het weer niet doorgaan omdat er te weinig aanmeldingen waren. Pascal heeft uiteindelijk een alternatieve opleiding gevonden bij de NCOI in Rotterdam, die wel op korte termijn zou starten. Het WerkBedrijf bood een maximale reiskostenvergoeding van 200 euro voor het op en neer reizen van Nijmegen naar Rotterdam. Volgens Pascal zou dit nooit genoeg zijn om de benzinekosten te dekken, bovendien had hij in de re-integratieverorbering gelezen dat er geen maximale vergoeding voor reiskosten is vastgesteld. Een discussie van drie maanden over benzinekosten volgde. Omdat zijn contactpersoon niet meer dan het maximaal bedrag van 200 euro wilde vergoeden is Pascal naar de directie gestapt, die toen wel een vergoeding van 700 euro heeft toegekend. Het WerkBedrijf en de leerwerkplek bekostigden ieder een deel. “Mijn contactpersoon voelde zich gepasseerd en gaf aan dat het haar beter leek dat iemand anders mijn begeleiding over zou nemen.”

Pascal heeft het gevoel dat het contact vanaf het eerst gesprek al stroef verliep: “Toen heeft ze [contactpersoon WerkBedrijf] me al arrogant genoemd omdat ik een artikel uit de Participatiewet opnoemde over vergoedingen.” Zijn vriendin en schoonvader waren bij het gesprek en Pascal’s schoonvader noemde het WerkBedrijf zelf arrogant, omdat zij zo lang niks van zich hadden laten horen. “Waarom is het arrogant dat ik uitzoek waar ik recht op heb?” Pascal voelde zich niet geholpen door zijn contactpersoon. “Zij zou 100% achter me moeten staan, in plaats van tegenover me.”

Pascal weet niet of het anders zou zijn gelopen met een ander contactpersoon. In zijn ervaring is het ook telefonisch lastig om mensen te bereiken en dingen te regelen. Volgens hem zou het goed zijn als medewerkers meer kennis en mogelijkheden zouden hebben.

Hoe kan het beter

Pascal zou het goed vinden als er meer ondersteuning zou zijn bij het zoeken naar werk in het eigen vakgebied. “Waar liggen de beste kansen per individu? Dat is vaak op hun eigen vakgebied.”

“Er is een groot stigma rond mensen in de bijstand: dat ze niet gemotiveerd zijn, niet willen en lui zijn. Het WerkBedrijf zou onderscheid moeten maken tussen mensen die wel en niet willen. Er moet specifieker naar de situatie gekeken worden. Mensen die niet willen moet je aanpakken, die moeten misschien alles aannemen. Bij mensen die wel willen moet je inspelen op de behoeftes. Nu wordt iedereen over één kam geschoren.”
Daarnaast benadrukt Pascal dat de communicatie en informatie-uitwisseling tussen het WerkBedrijf en de gemeente beter zou moeten. “Het kan efficiënter als je meer samen kijkt hoe je iemand weer aan het werk kunt helpen. Je wordt nu vaak van het kastje naar de muur gestuurd.”

Als ik tot slot vraag wat Pascal het liefst zou willen, zegt hij: “Ik wil graag aan het werk, want werk geeft voldoening. Thuiszitten met een uitkering is een beetje taboe. Ik wil het liefst door in mijn vakgebied, daar een baan in vinden.” Qua ondersteuning zou hij hulp kunnen gebruiken met de ziektekosten.