“Een uithuisplaatsing heb je zo, maar komt hij ook goed terecht?”


Ik ga in gesprek met de vader van Jeroen*, die door de jaren veel met zorginstellingen, gemeente en andere partijen te maken heeft gehad voor de ondersteuning van zijn jongste zoon. Als we het hebben over waarvoor Jeroen hulp nodig heeft, pakt vader er een brief bij. Daarin staat een hele trits aan diagnoses; hij heeft een lichte verstandelijke beperking, gedragsstoornissen ODD en ADHD en het syndroom van Gilles de la Tourette (het dwangmatig vertonen van bepaalde geluiden of bewegingen, zogenaamde tics). Ook heeft hij last van stemmingswisselingen. In het dagelijks leven betekent dit een moeilijke zoon die grote moeite heeft met verplichtingen en met geld omgaan. Gelukkig zijn er ook dingen die goed gaan. Zo is hij heel handig met computers en agressief gedrag vertoont hij inmiddels minder dan vroeger. “Hoewel hij je nog wel verrot scheldt als hij zijn zin niet krijgt”.

Een jongen met een gebruiksaanwijzing

Jeroen werd voor het eerst ‘intern’ behandeld bij een hulpverlener rond zijn zesde. Kort daarvoor was hij verwezen naar het speciaal onderwijs. Daar werd zijn gedrag er niet beter op. “Hij kwam in de klas bij andere moeilijke jongens en ging hun gedrag natuurlijk nadoen”, vertelt vader. Als hij acht is komt Jeroen weer voltijds thuis wonen. Er volgt een periode waarin hij diverse scholen en instellingen bezoekt, omdat hij steeds wordt weggestuurd. Over verschillende plaatsen waar zijn zoon is geweest is vader negatief. Vaak heeft dat te maken met hoe de begeleiding geregeld is; “in een van de instellingen stonden ’s nachts uitzendkrachten op de groep, wat helemaal niet mag en ook niet kan. Die waren niet tegen die jongens opgewassen. Werd ik ’s nachts gebeld of ik hem kon komen ophalen, omdat hij op de groep te veel last had van prikkelingen”. Er was echter ook een instelling waar Jeroen wél op zijn plek was. De strakke begeleiding en gestructureerde omgeving doen Jeroen goed. Als hij 16 is wordt gestreefd om hem de overstap te laten maken naar een traject voor begeleid wonen. Vader vertelt dat dit spaak loopt op waar het pgb wel of niet voor mag worden gebruikt naar de decentralisaties in 2015 en Jeroen belandt weer thuis. Op dat moment heeft hij geen hulp, school of dagbesteding. Alles moet van voren af aan worden geregeld bij de gemeente. Dit gebeurt in samenwerking met onder meer de reclassering, die er inmiddels bij is betrokken vanwege een overtreding die Jeroen in een van de zorginstellingen heeft begaan. Over de snelheid waarmee met deze partijen wordt geschakeld is vader tevreden. Jeroen wordt voor het ambachtsplein aangemeld, waar hij start met leren voor het vak van schilder. Hiervoor heeft hij echter te veel last van tics. Als hij er vervolgens achter komt dat deelname aan het ambachtsplein niet verplicht is, gaat hij er met de pet naar gooien en er wordt besloten dat Jeroen ook hier niet op zijn plek is.

Niet op zijn plek

Vader meldt zich bij een STIP om pgb aan te vragen voor Jeroen. Daarvan wil hij Jeroen zelf dingen gaan leren. Dat idee wordt afgewezen omdat vaders hiervoor “niet is bevoegd” en er volgt geen keukentafelgesprek. Vader zegt hierover; “bij het STIP kennen ze zijn gedrag niet, dus die moeten daarover niet gaan. Iemand die geen dokter of psychiater is beslist, zonder dat er een keukentafelgesprek is geweest”. Wel wordt besloten dat hij het mag gaan proberen op begeleid wonen in Elst.

Daar zit hij inmiddels bijna een jaar, tot grote ontevredenheid van zijn vader. “Jeroen zou er leren zelfstandig te wonen, maar hij leert er niks. Hij leeft ’s nachts en slaapt overdag, en er wordt niks tegen gedaan”. Vader geeft aan dat de structuur en verplichtingen ontbreken, die voor Jeroen zo belangrijk zijn. “Waar hij nu zit is voor kinderen die verder zijn. Jeroen heeft een IQ van ongeveer 70 met het gedrag van een kind rond de 12, 13. De instelling waar hij nu zit kent hem en had beter moeten weten. Het lijkt wel alsof ze hem alleen hebben aangenomen om een kamertje te vullen en het geld daarvoor aan te nemen. Natuurlijk is Jeroen moeilijk en moet hij zelf ook willen. Maar aan zijn lot overlaten werkt niet; ergens moet het kringetje worden doorbroken. Welke puber pakt niet een hele hand als hij een vinger krijgt? Zo groeien die jongens op voor galg en rad”.

Wat als Jeroen straks meerderjarig is?

Vader, en ook moeder, hebben behoefte aan rust en zouden het niet aankunnen hun zoon weer in huis te nemen. “De gedachte komt wel eens in me op om gewoon te verhuizen en alles achter te laten. Dat doe je natuurlijk niet, maar dat je het denkt zegt al genoeg”. Ook Jeroen’s omgeving vindt het moeilijk om met hem om te gaan. “Als kind is dat gedrag nog wel grappig, maar nu pikken ze het niet meer van hem”, legt vader uit. Zo botst Jeroen wel eens met zijn oudere broer en moet vader de boel sussen.

Vader vindt dat kinderen te makkelijk uit huis worden geplaatst, maar dat er te weinig aandacht is voor of het kind ook op de juiste plek terecht komt; “als je zegt dat je je kind uit huis wilt plaatsen zijn de geldzaken in twee tellen geregeld. Maar wie controleert of het geld goed wordt besteed en dat kind op de goede plek zit?” Op het moment is vader druk bezig om Jeroen ergens anders te plaatsen, met behulp van de reclassering en een psychiater. Vader weet inmiddels aan welke touwtjes hij moet trekken; “dat mag ook wel na 12 jaar gekloot”.

De zoektocht naar een geschikte plek voor Jeroen richt zich op zelfstandig wonen met 24-uurs begeleiding. Ook zal bewindvoering nodig zijn. Afgelopen nacht nog heeft Jeroen namelijk online voor zo’n €1000 aan spullen besteld; zulke dingen moeten worden voorkomen. Het is zaak dat hij voordat hij meerderjarig wordt op een plek zit waar hij zelf het nut van inziet. Jeroen heeft namelijk wel eens gezegd dat zijn vader hem “niks meer kan vertellen zodra hij 18 is”. Vader maakt zich zorgen dat zijn zoon dan in de problemen komt. Hij heeft er vertrouwen in dat de gemeente hulp zal bieden – momenteel loopt een aanvraag voor langdurige zorg. Wel maakt hij zich zorgen over of Jeroen de juiste hulp zal krijgen. Hoe Jeroen zelf zijn toekomst voor zich ziet? Hij wil graag ergens zelfstandig wonen, maar waarom dat voor hem moeilijk ligt, begrijpt hij eigenlijk niet.

*Jeroen is een verzonnen naam, om privacy redenen.

Nijmegen, 27-06-2017

Auteur: Marieke Selten