…Er is nog één klein dingetje


Op een mooie zomerse dag in Nijmegen ontmoeten we Danny (30). We hebben afgesproken elkaar op Plein 44 te treffen, en daar zit hij al op ons te wachten. We bedenken dat we het gesprek beter kunnen voortzetten in het park. Voor een goed gesprek moet de maag natuurlijk wel gevuld zijn, we kunnen hem blij maken met een broodje gezond: “ik ben een sportman, ik eet alleen maar gezond want anders heeft sporten geen zin”. Vervolgens lopen we naar het Kronenburgerpark en praten daar verder.

Een leven zonder vader

Danny is geboren in Den Bosch waar hij woonde met zijn vader en moeder. Al vrij snel vertelt hij ons dat zijn vader overleed toen hij 8 jaar oud was: “Dat was aan de ene kant klote, maar aan de andere kant ook een opluchting”. Het was natuurlijk klote omdat zijn vader door een hartstilstand in één ruk uit Danny’s leven verdween. Aan de andere kant heeft hij ook nare herinneringen aan zijn vader. Er was thuis veel ruzie, vertelt Danny. Hij neemt ons in één adem mee naar drie incidenten die op zijn netvlies geschreven staan. Het is dat meteen duidelijk dat het geen kleine ongelukjes zijn geweest. Danny legt uit dat hij heeft gezien hoe zijn vader zijn moeder bont en blauw sloeg. Ook schetst hij een helder beeld van zijn moeder die met een mes boven zijn vader hangt. “Deze herinneringen raak ik helaas nooit meer kwijt.” zegt Danny. Toch komt er ook een positieve gedachte naar boven: ”Mijn vader heeft me leren fietsen op twee wielen”.

Na de dood van zijn vader werd het steeds lastiger voor Danny en zijn moeder om samen te leven. Danny heeft ADHD en is erg druk. Dit zorgt voor lastige situaties en spanningen thuis. Daarnaast is zijn moeder Jehova’s getuige, en, zo zegt Danny: “Ik mocht alle leuke dingen in het leven niet vieren”. Danny mag zijn eigen verjaardag niet vieren, maar ook niet die van zijn vriendjes. Hij heeft hier veel moeite mee en gaat dingen stiekem doen.

Geen school, wel een internaat

Nadat Danny de basisschool heeft afgemaakt gaat hij naar het middelbaar onderwijs. Welk opleidingsniveau hij heeft gevolgd weet hij niet meer, maar het was niet van lange duur “Ik deed geen fuck”. Hij ging meer en meer hangen en blowen op straat waardoor hij steeds verder verwijderd raakte van school. Na ongeveer 2 jaar is hij niet meer terug naar school gegaan. Ook vertelt Danny dat hij het snijden in zichzelf waar hij op de basisschool mee begon nog steeds niet kan stoppen. Het is zijn manier om emotionele pijn niet meer te voelen, en te vervangen door fysieke pijn.

Rond zijn dertiende levensjaar is de situatie thuis onleefbaar geworden. Hij wordt in een internaat geplaatst. In totaal heeft hij ongeveer 6 jaar in internaten gewoond. Telkens als de situatie verbeterde probeerde hij weer thuis te wonen. Dit escaleerde vaak alweer snel, waardoor hij in het volgende internaat terecht kwam. Een internaat bleek voor Danny ook niet de beste leefomgeving te zijn. In de internaten kwam Danny in aanraking met jongeren die drugs gebruikten en verhandelden. Het werd hem aangeboden zonder dat ze er iets voor terug wilden. Dit resulteerde in steeds serieuzer drugsgebruik. “Wordt dat niet op gecontroleerd in een internaat dan?” vroegen we verbaasd. Maar Danny antwoordde dat ze allerlei trucjes hadden om drugstesten te manipuleren “Dronken we 4 liter water op de dag voor de test, vonden ze niks”.

Drugs en haar harde gevolgen

In het gesprek wordt langzamerhand duidelijk dat drugsverslaving een rode draad in zijn leven is. Telkens stopt hij weer een tijdje, maar vervalt dan vaak weer in oude gewoontes. “Maar dit keer is het anders, ik zweer het je”, vertelt hij ons. Dit keer voelt hij dat hij het gaat volhouden. Hij is nu bijna een jaar gestopt, drinkt geen alcohol meer en heeft zich compleet op sporten gericht. Hij zegt dat hij hier wel tot in het ongezonde in doorslaat, maar voor hem werkt de rust en regelmaat die het sporten hem geeft positief — en alles is beter dan een drugsverslaving, vindt hij.

Ook vertelt Danny dat de diagnose borderline bij hem is gesteld. Hij vindt dit lastig om te vertellen en spreekt uit dat hij er niet trots op is. Danny leert hier naar eigen zeggen steeds beter mee te leven en probeert de controle steeds meer terug te pakken. Hij maakt een gemotiveerde indruk om echt iets van zijn leven te maken. Het liefst zou hij zijn geld gaan verdienen met dingen die hij leuk vindt, vooral het maken van muziek is een grote passie. Maar dan kijkt hij even vertwijfeld op, en begint een nieuwe zin: “Er is eigenlijk nog één klein dingetje dat me tegenhoudt”, zegt hij. “Ik moet nog een tijdje branden”.

Danny’s zin slaat in als een bom en geeft het gesprek en totaal onverwachte wending. Tijdens zijn terugval vorig jaar heeft hij een delict gepleegd waarvoor hij Danny een tijd de cel in moet. Hij wil niet vertellen wat er is gebeurd, maar hij heeft in ieder geval geen fiets gestolen. Het is heel dubbel om te zien. Een jongen die een hele gemotiveerde indruk maakt om eindelijk echt wat van zijn leven te maken, krijg nu niet de kans om dit te doen omdat hij de cel in moet. Zelf probeert Danny er zo positief mogelijk naar te kijken. Hij wil daar binnen gaan sporten “drugs kan ik niet mee naar binnen nemen, sport wel”, en hij gaat daar ontdekken of hij echt een artiest is. Hij gaat in de gevangenis nummers schrijven en ontdekken of hij goed genoeg is, “ik heb er eigenlijk wel zin in”.

Nadat we nog een tijdje over de gevangenisstraf die boven zijn hoofd hangt hebben gesproken nemen we afscheid. Hij blijft nog even hangen, en wij vervolgens onze eigen weg. Het onverwachte einde van het gesprek geeft ons een bittere nasmaak. Het is spijtig om te zien dat een gemotiveerde jongen als Danny nu tien maanden de cel in moet. Wat schiet de maatschappij hier eigenlijk mee op? En in hoeverre kan een jongen met zo’n heftig verleden instaan voor zijn daden? Wieteke en ik weten het niet, en de vragen blijven ons nog een tijd bezig houden.