“Geld maakt niet gelukkig maar niks hebben ook niet”.


Als onderdeel van haar opleiding Sociaal Maatschappelijke Dienstverlening loopt Nienke (20) sinds januari drie dagen per week stage bij Het Inter-lokaal. Ze zit bij de formulierenbrigade en begeleidt mensen om hun financiën op orde te krijgen.
Nienke vindt het fijn dat ze mensen kan helpen. Ze komt veel mensen tegen die in een vergelijkbare situatie zitten als de hare. “Ik ben er thuis mee opgegroeid. Je hebt er een doel mee; de mensen hebben echt hulp nodig. Het is nuttig werk, het voelt goed om te doen.”

Snel volwassen

Nienke weet niet anders dan dat haar ouders een uitkering hebben. Ze merkte als kind dat de mogelijkheden beperkt waren. Zo kon ze niet altijd mee op schoolreis, ging ze niet op vakantie en droeg ze de kleding van haar nicht. “Nu je ouder bent ga je voor je ouders zorgen door boodschappen te doen en de rekeningen te betalen.” Doordat haar moeder depressief is en haar vader verslaafd aan alcohol komen veel taken bij Nienke terecht. “Ik ben te snel volwassen geworden, maar dit heeft me wel sterk gemaakt als persoon. Als puber had ik een heel ander soort problemen dan leeftijdgenoten. ”Hoewel vriendinnen vaak niet helemaal snapten wat er allemaal aan de hand was, had Nienke wel steun aan hen.

Nienke geeft aan zelf een redelijk goede kindertijd te hebben gehad. “Maar met mijn broertje van 17 gaat het slechter.” Het is een zorgenkind, hij is verslaafd aan blowen, heeft ADD en is zwakbegaafd. Voor hem is de thuissituatie verre van ideaal. Hij gaat nu bij zijn moeder wonen.

Scheiding ouders

Na 25 jaar huwelijk zijn Nienke’s ouders in april gescheiden. “Dit was een gedwongen keuze: omdat pa alcoholist is ging het echt niet meer langer. ’s Avonds thuis begon het drinken. Pa is psychisch niet in orde, de politie moest vaak komen.” Hoewel het niet gemakkelijk is, is het volgens Nienke maar goed dat haar ouders gescheiden zijn. “Ik zag ze van het ene in het andere vervallen en elkaar in negatieve zin versterken. Er kwam geen verandering.”

De scheiding bracht extra kosten met zich mee en heeft veel energie gekost. “Ik heb veel moeten doen, zoals alles met de advocaten regelen.” Nienke’s moeder had met spoed een andere woning nodig. Ze heeft bijzondere bijstand voor de inrichtingskosten verstrekt gekregen als lening.

Meedoen

“Wat ik graag zou willen zien is dat ze [Nienke’s ouders] vaker het huis uitgaan. Mijn moeder houdt bijvoorbeeld van bloemschikken maar hier is geen geld voor.” Nienke is blij met de Meedoen-regeling maar vindt het aanbod te beperkt. “Je bent toch een individu met individuele wensen.”

“Mama zegt altijd: ‘het is niet leven maar overleven in de bijstand’. Je bent beperkt. Je kunt alleen maar voorzien in je dagelijkse behoeftes maar hebt niet genoeg voor leuke dingen. Dat heeft een mens ook nodig.”

Tunnelvisie

Nienke merkt op dat lang in de bijstand zitten leidt tot tunnelvisie. “Je gaat je op de korte termijn richten en steeds minder rekeningen betalen. Het wordt steeds erger. Ze [Nienke’s ouders] denken niet na over de lange termijn en maken geen slimme keuzes.” Nienke snapt dit wel; “Zolang al met dezelfde struggles moeten dealen zorgt dat je er moedeloos van wordt. Het is uitzichtloos. Bijstand is geld dat je hebt om dagelijks te overleven. Je kunt niet sparen, dat is er niet. Er komt nooit licht aan het eind van de tunnel.”

Ze ziet bijvoorbeeld dat noodzakelijke medicatie niet wordt opgehaald omdat het te duur is en ook het ziekenhuis en de tandarts worden afgebeld. “Sinds kort hebben we CAZ-Uitgebreid bij VGZ, dit is wel beter. Je merkt dat je maandelijks meer moet betalen maar nu krijg je tenminste geen rekeningen achteraf meer.” Dit heeft het gezin eerder met Nuon meegemaakt. “Door een fout moesten we geld terugbetalen waardoor we meteen schulden hadden.”

Schuld te laag voor hulp

“Doordat bijzondere bijstand tegenwoordig vaak wordt toegekend als lening in plaats van als gift, wordt het steeds moeilijker gemaakt voor de mensen die al niet kunnen rondkomen. Leningen aan moeten gaan is geen goede basis.” Daarnaast merkt Nienke op dat bij het bepalen van iemands afloscapaciteiten – bijvoorbeeld 50 euro per maand – geen rekening wordt gehouden met betalingsregelingen die daarnaast lopen. Waar Nienke verder tegenaan liep, is dat haar ouders niet in aanmerking kwamen voor schuldhulpverlening omdat de schuld te laag was. Sneu dat ze op tijd aan de bel trokken en hulp zochten, maar dit niet kregen.

Ook vanuit het Sociale Wijkteam kwam de hulp vaak te laat. “Het duurde te lang en als ze kwamen, letten ze op de tijd en vertel je niet alles. Je schiet snel in de verdediging als je met hulpverlening om tafel zit.” Nienke hamert erop dat hulp op korte termijn beschikbaar zou moeten zijn. “De systemen zijn er wel maar werken niet altijd in de praktijk.”

Er is niks in de koelkast

Door een stagevergoeding, studiefinanciering en lening heeft Nienke een klein inkomen. Ze zit in het laatste jaar van haar opleiding en leent 160 euro per maand. Ze voelt zich verplicht om financieel bij te springen. “Het doet me pijn in mijn hart als ik de koelkast opentrek en er is niks.” Officieel staat Nienke bij haar vader ingeschreven. “Ik zorg voor pa en stop hem soms wat extra’s toe. Het is niet zo dat hij op geld rekent. Hij zou er niet om vragen, maar hij kan het goed gebruiken.”

Nienke’s ouders zijn er financieel iets op vooruitgegaan nu ze uit elkaar zijn. “Je krijgt meer als alleenstaande ouder. Maar het zou pas echt mooi zijn als ze voor zichzelf zouden kunnen zorgen en niet meer afhankelijk zijn.”