Gewoon je leven mogen leiden


Masoud en ik zitten al buiten te wachten op Amir, een van Masoud’s contacten uit het asielzoekerscentrum. Als hij aan komt lopen, schat ik hem een jaar of 25. Amir blijkt echter 18 te zijn en spreekt fantastisch Nederlands voor iemand die hier pas twee jaar woont. Hij blijkt les te hebben gekregen bij de Internationale Schakelklas en zij hebben hem het advies om volgend jaar naar het Voortgezet Algemeen Volwassen Onderwijs (VAVO) te gaan. Ik ben benieuwd naar deze jongen!

Twee verschillende bootjes

Als we teruggaan naar Amir’s geboortegrond komen we in Afghanistan terecht. “We spreken dezelfde taal, Perzisch”, zegt Amir, kijkend naar Masoud. “Het is een beetje zoals Belgisch en Nederlands, we hebben verschillende accenten maar verstaan elkaar wel”, zegt Masoud, die zelf uit Iran komt. De mannen zitten naast elkaar en hebben duidelijk een bondje, Masoud als raadgever, Amir als leerling. De eerste spoort de tweede dan ook aan om meer te vertellen over vroeger: “We zijn oorlogsvluchtelingen”, begint Amir, “hadden een mooie huis, en een goed leven. Toen we daar waren hadden we alleen geen veiligheid. De enige reden om hierheen te komen was die veiligheid. Maar wilden we alles wat we hadden zomaar weggooien? Natuurlijk niet. We konden gewoon niet anders.”

Toen Amir 14 was is hij met zijn familie op weg gegaan naar Europa, maar op de grens van Turkije en Griekenland raakten ze elkaar kwijt: je moet met de boot heen. Mijn vader, moeder, zus en broer zaten in de ene boot, en ik in mijn eentje in de andere. Er waren mensen die overleden, ik mag van geluk spreken dat ik nog leef. Omdat ik geen idee had waar mijn ouders naartoe waren gegaan, ben ik met een mensensmokkelaar meegegaan. Ze hadden het weleens gehad over Nederland of Duitsland, dus dat probeerde ik. Toen ik eenmaal aankwam op Schiphol heb ik asiel aangevraagd. Ik moest mezelf voorstellen, ze keken in het systeem en zeiden toen dat mijn ouders hier ook waren. Iemand heeft direct naar mijn ouders gebeld en gezegd dat ze hun zoon hadden gevonden, en zo kwamen we weer bij elkaar.”

In totaal heeft het Amir 2 jaar gekost voor hij zijn ouders weer ontmoette. Zij woonden inmiddels al in een AZC, in afwachting van een verblijfsvergunning, op één kamer, samen met Amir’s broer van 16 en zusje van 11, die allebei hier naar school gaan. “Ik heb een verblijfsvergunning, maar de rest heeft dat na vijf jaar nog steeds niet. Dat is onprettig, want ze kunnen niks in het AZC, maar het is hun enige optie.

Vijf jaar met z’n vijven in een kamer

Amir vindt het lastig om iets over zijn toekomst te zeggen. Met zijn verblijfsvergunning kan hij in principe gaan en staan waar hij wil, hij kan naar school, mag werken en in een eigen huis wonen. Maar hij wilt liever in het AZC leven met zijn ouders die hij twee jaar heeft moeten missen boven het leven in een gewoon huis in de stad. “Het is heel fijn dat ik een HAVO-advies voor de VAVO heb gekregen, de Schakelklas betaalt daar zelfs voor. Toch is het ook oneerlijk: doordat ik ouder dan 16 ben kan ik niet meer naar een gewone middelbare school toe, maar alleen naar het volwassenenonderwijs. Dat is extra moeilijk voor me, want ik moet in 1 of 2 jaar een HAVO-diploma halen terwijl ik over veel vakken veel minder kennis heb. Nederlandse geschiedenis? Ik heb geen idee. Als het lukt wil ik Agrotechniek studeren, het liefst in Ede-Wageningen. Maar ik heb nog een lange weg te gaan. In Nederland is de enige toekomst die ik voor mezelf zie met een diploma afstuderen. Verder niets, ik heb hier niemand!”

Amir: ik vind echt jammer dat mijn familie die in Afghanistan in levensgevaar waren, vier jaar lang moeten wachten op een vergunning in een AZC, dat is heel heftig. Ik zou zo graag zien dat we na een korte periode in een normale woning hadden kunnen wonen, met een minimaal inkomen, toestemming om te werken, te leren en naar school te gaan — ook voor mijn ouders. Dat soort dingen zijn volgens mij basisbehoeften, geen grote doelen.”

We praten over de vraag waar ze al vier jaar op wachten: krijgt zijn familie wel of geen verblijfsvergunning? En wat betekent het als ze die niet krijgen? IND heeft al een paar keer een negatief advies gegeven, maar de ouders van Amir zijn al die keren ook in rechtbank gegaan. “Jullie mogen geen verblijfsvergunning hebben”, vertaalt Amir de uitspraken van IND naar eigen inzicht. “Mijn vader heeft altijd veel stress, toen ik hier in Nederland kwam had hij nog zwarte haren, maar nu is hij helemaal grijs. Ze zijn heel verdrietig. Ze denken na over de toekomst, maar kunnen en weten niets. We hebben geen antwoorden, alleen vragen. En terug naar Afghanistan kunnen we sowieso niet, als we van Nederland weg gestuurd worden, dan gaan we naar een ander land , maar ook in andere land gaan hebben we dan weer een zelfde soort traject in.”

Amir’s probleem is maar wat duidelijk, en ik heb het gevoel dat ik er zo weinig aan kan doen. Daarom sluit ik af met de woorden die hij uitsprak, over het wachten dat zijn familie al zo lang weerhoudt van het leven van een gewoon, normaal leven. “Ik mag van alles, maar ik wil graag met mijn ouders zijn. Veilig zijn, zekerheid hebben. Voor mij is het leven hier alleen compleet als mijn familie ook een verblijfsvergunning krijgt.”