Het geld hebben is één ding, maar hoe kom je eraan?


Op een warme dinsdag hebben Sytske en ik een afspraak met Lisa, moeder van twee jongens en twee meisjes. We zoeken een rustige pek voor ons gesprek. Sytske en ik hebben meteen een klik met Lisa. Ze heeft een open uitstraling en komt positief over. Lisa zit nu in de bijstand, maar vertelt dat ze vroeger bij Interlokaal werkte en daar een goede baan had. Gek genoeg komt ze, nu ze in de bijstand zit, haar oude collega’s nog steeds tegen, maar dan niet als collega maar als cliënt.

Een kleine vergoeding voor een klusje
Lisa leert haar kinderen veel over geld. “Geld hebben is één ding, maar hoe kom je eraan? Wat is de waarde van het geld? Hoe snel is het uitgegeven? Wanneer krijg je het weer terug?” zegt Lisa met een verontruste blik. Ze geeft aan dat ze het omgaan met geld er met de paplepel in heeft gegoten bij haar kinderen, zelfs in de tijd dat ze niet in de bijstand zaten en het financieel breder hadden. Ze vertelt ook dat ze haar kinderen geen zakgeld gaf. Thuis hanteerde Lisa een systeem dat ze op school een keer had gezien. Dat ging als volgt: voor elke klus die ze hadden uitgevoerd kregen de kinderen een stuiver. Lisa had dit idee afgekeken van de peuterschool: de kinderen voelden zich speciaal bij het uitvoeren van klusjes voor de juf, want dan mochten ze die ene dag “het hulpje” van de juf zijn. Bij de kinderen van Lisa werkte dit systeem goed en het haalde voor Lisa ook een lichte last van haar schouders af.

Zoooo, mag je dat zelf betalen?
Regelmatig nam Lisa haar kinderen mee naar de supermarkt. “Ze kenden ons bij de supermarkt, ze noemden ons de Teletubbies. Ik vond het altijd een feest om ze mee te nemen. Daarnaast hoefde ik ook nooit op ze te letten, ik zei van: ik ben hier en jullie letten maar op mij!” Lisa lacht. Ze hoorde haar kinderen weleens vanaf de andere kant van de supermarkt of een winkel schreeuwen: “Maaaammm, maaaammm ik hou van jou!’’. Als Lisa en haar kinderen bij de kassa kwamen, zei ze hardop: “Nu koop je het surprise-ei zelf en moet je goed letten op wat je terugkrijgt.” De kassière zei dan: “Zoooo, mag je dat zelf betalen? Wat knap hoor!” Waarop haar zoon met trots ja knikte.

Stoot je neus maar
“Mijn oudste zoon (toen 5) wilde het geld geven en ik zag aan hem dat hij dacht: maar wacht eens even… Nu geef ik het weg! Dat vond ik zo een prachtig moment, maar ik zei niks. Hij gaf het geld en kreeg wat geld terug.” Zegt Lisa met een glimlach. “Maar mam dit is wel veel minder hè, ik denk dat ik de volgende keer geen eitje meer hoef.” Zei haar oudste zoon teleurgesteld. Dit was zijn kantelpunt en het besef dat het wel wat kost, al ging het maar om één gulden. “Stoot je neus maar, als het op is, is het op. Toen mijn oudste zoon 12 was liep hij een krantenwijk, de twee jongere kinderen later ook. Ik ben nog van de oude stempel, je moet werken voor je centen.” Zegt Lisa met trots.

“Van jongs af aan wisten ze van de bijstand, ze snapten het alleen nog niet. Ik nam ze mee in mijn financiële wereld. Natuurlijk zijn er andere kinderen met een mooiere fiets. Ik kwam nog uit het tijdperk waarin we kleding van neven op nichten en heel de familie aan elkaar doorgaven. Als mensen mij belden en ze vertelden dat ze nog kleding hadden liggen zei ik altijd: hup, breng ze maar hierheen! Dat doe ik nog steeds. Op een gegeven moment kwam mijn oudste zoon, met de sokken aan van een goeie vriend, huilend thuis en zei: Mama, als kinderen nieuwe spullen hebben mogen ze op de stoel staan en het laten zien…”.

De rest van de wereld weet niet dat jouw sokken tweedehands zijn
Toen heb ik daar een poosje over nagedacht. Maar toen bedacht ik me: “dit ligt niet bij mijn zoon maar bij de leerkracht.” Zegt Lisa met een bedrukt gezicht.  Ze was echter innovatief en vertelde haar zoon het volgende: “Luister lieve schat, de rest van de wereld weet niet dat jouw sokken tweedehands zijn, de leraar ook niet. Dat weten alleen wij. Jij zult voortaan elke maandag andere sokken aantrekken en op de stoel staan om je nieuwe sokken te showen. Dan ga ik met de leraar praten.” Dit deed hij vervolgens. De trots is van het gezicht van Lisa af te lezen. “Toen ik onze situatie uit had gelegd aan de leraar gleed hij bijna van zijn stoel af. Hij was zich er dus niet van bewust dat er kinderen in zijn klas zaten waarvan de ouders in de bijstand zaten. Ik ben heel makkelijk. Als iemand ernaar vraagt dan zeg ik het, maar er zijn genoeg gezinnen in de bijstand die dit achter gesloten deuren houden.”, zegt ze verontwaardigd.

Nijmegen, juni 2017

Auteur: Fahad