‘’Ik had zoveel problemen, en was ook nog puber’’


Ik sprak Jan*, een jongen van 17 jaar, die inmiddels een behoorlijke ervaringsdeskundige is geworden als het op Jeugdzorg aankomt. Maar dat Jan veel meer is dan het typerende rugzakkind — zoals dat in de volksmond genoemd wordt — blijkt al snel.

Het leven van Jan lijkt op dit moment een stabiele basis te hebben. Hij woont nu een half jaar op de groep waarin ik hem bezoek. Een groot huis waar hij samen woont met 9 andere jongeren. Dit klinkt als een groot feest, maar dat valt soms wel tegen. De regels zijn hier iets meer aangescherpt dan in de meeste normale gezinnen. Jan studeert aan het ROC, staat om 9 uur in de ochtend op en rond 6 uur staat het eten klaar. In het weekend gaat hij naar zijn vader.

Dit stabiele leventje is voor Jan wel eens anders geweest. Twee jaar geleden is Jan door een zelfmoordpoging uit huis geplaatst. Na een maand in een crisisopvang bij Karakter, werd hij voor 2 weken terug thuis geplaatst. Omdat dit niet goed was voor hem, heeft hij een tijdje bij het Leger des Heils gezeten omdat er nergens anders plaats was. Uiteindelijk kwam hij terecht bij Entrea.

Jan vertelt: ‘’ Het is op zich wel leuk hier. In het begin is het heel erg wennen aan de nieuwe omgeving. Dat is wel rot, allemaal nieuwe mensen, nieuwe jongeren, andere regels en structuur. Maar na een tijdje is het wel oké, ook hier.’’.
’Cijfers zijn zo niet persoonlijk, je zou het ook met smileys kunnen doen’’

Ik vraag aan Jan hoe het is om bij Entrea in de groep te wonen. Hij legt me uit hoe zijn traject eruit ziet.
‘’Kamer-uur is van 5 tot 6, dan zijn we op onze kamers. Om half 11 moet ik in bed liggen. Iedere avond vullen we een kaart in, afhankelijk van je niveau. Dat is een soort beoordeling van hoe je het doet. Je kunt punten scoren en afhankelijk van hoe goed je scoort kom je in een ander niveau. In niveau 2 krijg je persoonlijke doelen naar je eigen problematiek, in plaats van algemene doelen. Ik zit nu in niveau 3.’’

’Zodra je in niveau 2 zit kun je een late avond krijgen, dan mag je een keer per week een halfuur later naar bed. In niveau drie kun je weekprivileges verdienen, zoals meer zakgeld. Soms voel ik me wel een beetje een nummertje, ik word iedere avond beoordeeld, dat kan wel iets menselijker. Cijfers zijn zo niet persoonlijk, je zou het ook met smileys kunnen doen.’’

Jan is een van de jongeren die in het weekend nog naar zijn ouders gaat. Op vrijdag na school pakt hij zijn tas en fietst hij naar zijn vader toe. ‘’Daar mag ik tenminste kiezen hoe laat ik naar bed ga’’, zegt hij met een grijns op zijn gezicht. Op zondagavond gaat hij dan weer terug naar de groep.‘’Het liefst woon ik gewoon thuis. Maar ik snap het wel, dat het niet gaat. Ik heb borderline problematiek en mijn moeder is bang dat dit thuis getriggerd wordt. Hier ben ik het zelf niet mee eens, want ik ben al enorm gegroeid. Maar inmiddels ben ik Jeugdzorg zo erg gewend dat het gewoon normaal wordt. Er zijn hier jongeren die helemaal geen contact meer hebben met hun ouders, of die geen ouders meer hebben. Of die zulke erge ruzie hebben dat ze echt niet meer thuis komen.’’

Jan vertelt dat hij gediagnostiseerd is met Borderline in ontwikkeling. Ik vraag aan hem hoe hij het vond om ineens vast te zitten aan een label dat je vertelt dat je een stoornis hebt. ‘’Borderline in ontwikkeling, de indicatie vond ik wel fijn. Ik had problematiek ik wist niet waar het vandaan kwam. Het stempeltje, dat gaf inzicht. Ik heb ook ODD, dat stickertje kreeg ik van een waardeloze psycholoog na twee gesprekken. Of dat echt klopt weet ik niet. De diagnose Borderline in ontwikkeling kreeg ik van Karakter, daar heb ik wel vertrouwen in.‘’

Ik vraag me af hoe het met de sfeer in de groep zit. Aangezien ik zelf met huisgenoten samenwoon, kan ik me voorstellen dat het wel eens minder leuk is. Jan vertelt me hoe het in zijn groep zit. ‘’Laatst werd er een jongeren gepest, daar kan ik niet tegen. Maar als ik er iets van zeg dan ben ik de lul. Ik kan dan alleen naar de groepsleiding gaan, maar ik kan ze niet verklikken. Als ik mijn groepsgenoot naai dan komt het allemaal op mij neer. Maar het kan ook heel gezellig zijn, er zijn momenten dat de groep heel leuk is. Maar er wordt wel veel geroddeld. Ze zijn gewoon heel anders dan ik, iedereen verschilt weer maar de meeste jongeren zijn heel negatief, dat ben ik zelf ook wel maar als jongeren bepaalde problematiek hebben, dan kan dit mij ook beïnvloeden op een negatieve manier. Mijn vrienden van school hebben wel een positieve vibe. ‘’

‘’Als je in de zorg werkt, dan verdien je niks’’. Ik vraag aan Jan wat hij het liefst later zou willen gaan doen. ‘’Ik zou het liefste op een crisisgroep werken in de jeugdpsychiatrie.’’, zegt hij met een big smile op zijn gezicht. ‘’De jongeren daar verschillen nog veel meer dan hier. Iedereen heeft zijn eigen issues en zijn eigen verhaal hier, maar in de psychiatrie is de problematiek nog veel complexer. Ik vind gedragsstoornissen veel interessanter. Ik denk dat ik daar heel goed in word, ik weet hoe het is om op een groep te wonen en welke dingen je meemaakt. Dat begrip kan ik wel bieden terwijl veel hulpverleners niet kunnen bieden. ‘’

‘’In de hulpverlening moet het vaak eerst escaleren voordat je echt goede begeleiding krijgt. ‘’‘’Toen ik een jaar of 14 was hadden ze mij al uit huis moeten plaatsen, voordat het geëscaleerd was. Dan had ik nog terug naar huis gekund. Als ik toen op een groep was gezet, dan was het denk ik gewoon goed gegaan.‘’
‘’Het is nooit alleen een kind, je hebt een ouder en een kind in een situatie. Zodra je een kind uit de situatie haalt en vervolgens weer in de zelfde situatie terug zet, schiet je niets op. De ouders hebben ook begeleiding nodig.’’

Aan alles wat Jan mij vandaag vertelt blijkt dat hij een ontzettend slimme jongen is. Door zijn ervaring binnen de Jeugdzorg kan hij mij precies vertellen waar in zijn ogen de dingen fout gaan die zijn eigen traject belemmeren.

‘’Ik denk dat er een stuk stabiliteit en structuur mist, duidelijkheid. Dit komt door de reorganisaties. De hele tijd dat ik bij Entrea zit zijn die er al. Toen waren er veel ontslagen, veel invallers. Nu hebben we weer een afscheid gehad van een groepsleiding, waardoor er gaten komen in het rooster. Wie de nieuwe groepsleiding wordt en wat daar mee gaat gebeuren, dat weten we niet. Ook een deel van de invallers zijn ontslagen waarvoor nieuwe invallers komen. Ik kende de meeste invallers en ze kennen mij ook, maar de nieuwe niet. Ik zie de nieuwe niet vaak dus het is lastig om een band met ze op te bouwen. Die onrust belemmert mijn hulp. Die onzekerheid speelt ook bij de groepsleiding onderling, dit krijgen wij allemaal mee. We zijn allemaal 15 en ouder, het is belangrijk voor ons om te weten dat dit eraan komt.”

Ik vraag aan Jan wat hij bij Entrea zou veranderen als hij een ongelimiteerd budget zou krijgen. Hier hoeft hij niet lang over na te denken.

‘’Als ik heel, heel veel geld had dan zou ik hier eerst een goed draaiend vast team neerzetten. De communicatie onderling moet goed geregeld zijn. En nieuw interieur. We hebben nu meubels die er al tien jaar staan, een boze jongere trapt die zo in elkaar. ‘’

Als laatste vraag ik aan Jan of hij zelf het idee heeft dat hij iets gemist heeft, omdat hij binnen Jeugdzorg is opgegroeid, in plaats van een normaal gezin. Hier moet hij even over nadenken.

‘’Wat ik zelf heel erg mis is het thuiskomen bij je moeder, op de bank kruipen en een knuffel vragen. Dat mis ik in groepen. Dat heb je met de jongeren hier ook wel, maar de liefde en de knuffels mis ik het meest. Soms wil ik gewoon een knuffel van mijn moeder, maar dan gaat het niet. ‘’

*Jan is een pseudoniem, gebaseerd op Jan Foudraine, wiens innovatieve blik de psychiatrie in Nederland een stuk menselijker heeft gemaakt.