Ik wil mezelf bewijzen


We spreken op deze teamdag af in ons pandje aan de Waalkade waar we ons tijdelijke bestaan als jongLAB (tot en met november) in mogen doorbrengen. Om 14:00 hebben we een afspraak met Reza*, 23 jaar, om zijn verhaal te gaan opschrijven. Hij is student social work (HAN) en heeft veel contact met jongeren door zijn stages in het jongerenwerk. “Het lijkt me een leuk project, goed om aan mee te doen, ook door mijn eigen verhaal voor te leggen”, zegt Reza. Die uitnodiging nemen we graag aan!

Heen en weer

In een café op de Markt in Nijmegen zitten we (LAB-leden Wieteke, Masoud, Paulien en Reza) aan een hoge tafel. We hebben een laptop om verslag te leggen en een whiteboardje erbij om een soort mindmap te maken van Reza’s verhaal. Reza steekt direct van wal, vertelt over zijn herkomst en migratie vanuit Iran. De eerste keer dat hij Iran verliet was Reza 3 jaar, maar hij ging weer terug naar Iran van zijn 9e tot zijn 13e omdat zijn vader niet kon aarden in Nederland. Moeder wilde echter weer terug naar Nederland, en nam Reza weer mee. Zijn vader bleef achter in Iran.

Na 5 jaar moest Reza dus opnieuw het hele migratieproces door. De taal leren ging hem dit keer niet zo goed af, vooral de grammatica was moeilijk. Ineens belandde hij opnieuw in een andere situatie, en vanaf toen begonnen de problemen voor Reza: “Ik had geen vader in de buurt en ik wilde voor het gezin zorgen. Ik wilde iets doen voor mijn zusje en moeder, maar op je 13e krijg je nog geen bijbaantje. Toch wilde ik wel wat financieel regelen, mezelf bewijzen als man.”

Snel leven, mooie auto’s

Hij kwam in een vriendengroep die daar ook zo over dacht en haalde inspiratie uit het leven dat zijn neven leidden: “Ik keek tegen hen op, ze zaten in de criminaliteit. Snel leven, mooie auto’s, ik wilde ook zo worden. Maar toen escaleerde het heel snel.”

Reza vertelt over hoe hij van klein kattenkwaad doorgroeide naar zware criminele activiteiten. “Het begon met stiekem wat wiet halen en dat doorverkopen voor paar euro extra. Op mijn 15e leerde ik cocaine kennen, dat kochten we in, mengden we bij met paracetamol en andere rommel, en zo maakten we er winst op.” Al snel liep dat uit de hand en ontstonden er ruzies waarbij hij door een mes op zak te hebben wordt opgepakt en een HALT-maatregel krijgt: een taakstraf van 12 uur. Zijn directe vrienden blijken hem eigenlijk alleen maar erg stoer te vinden, nu hij ‘echt’ iets gedaan heeft. Hij beschrijft de werking van groepsdruk en de straatcultuur die het allemaal opstookt: “Ik dacht op dat moment echt niet dat ik slecht bezig was. We werden straatschoffies, steeds agressiever om ons te bewijzen naar elkaar. Mijn normen en waarden schoven op en pasten niet in de maatschappij, maar op dat moment wel bij ons.” Ook zijn moeder had weinig vat op hem en had geen idee waar hij mee bezig was. “Mijn moeder kon me niet tegenhouden, ik luisterde niet, ik loog over waar ik was. Ze heeft me er eigenlijk ook nooit direct mee geconfronteerd. Ik denk dat als ze dat wel had gedaan het misschien geholpen had, dan zou ik misschien gaan praten. Maar met 15 had het geen zin meer, ik had het geld gezien, toen was ik verkocht.”

Zijn oorspronkelijke drijfveer om financieel voor zijn moeder en zusje te zorgen liet Reza op een gegeven moment varen. “Ik wilde goed zijn, de man in het gezin. Maar mijn moeder vroeg: ‘Waar heb je dat geld vandaan?’, ze wilde het niet hebben. Toen dacht ik: dan hou ik het toch lekker zelf.” Ook zijn vader heeft weinig positieve invloed op de keuzes die hij op dat moment maakt. “Mijn vader kwam me opzoeken na een vechtpartij, en hij had zoiets van: Goed zo, niet over je heen laten lopen en de volgende keer nog harder slaan.”

Uit de hand

Met zijn vrienden bedacht hij vervolgens steeds meer manieren om snel geld te verdienen, haalde soms inspiratie uit films. “Ik was 14/15 en ik liep met 200 euro op zak, geweldig. Ik kon alles doen wat ik wilde!”. Op zijn 15e escaleert het voor de eerste keer en komt Reza door een overval in de gevangenis terecht voor vier maanden.

Toen hij vrij kwam werd het eigenlijk alleen maar erger. “Jongens op straat vonden het superstoer en ik kreeg drie keer zoveel aandacht van de meisjes.” Reza krijgt een reclasseringstraject met een korte tijd huisarrest dat niet veel helpt en zijn criminele status juist vergroot. Ook in de gevangenis zelf leert hij bij van stoere verhalen en krijgt hij meer ideeën om snel geld te verdienen: “Het gevangenisleven is heel bijzonder. Je kan er alles regelen via bezoekers en begeleiders. Ook krijg je inspiratie voor nieuwe plannen.” Bij een overval die hij na zijn vrijlating pleegt met vrienden loopt een omstander een steekwond op. Reza wordt opgepakt en veroordeeld tot 8 maanden cel en 2 jaar voorwaardelijk met huisarrest. Uit een persoonlijkheidsonderzoek blijkt hij gewetenloos. “Ik gaf de schuld van mijn problemen aan de maatschappij, maar eigenlijk was ik daar niet boos over. Het was meer dat ik boos was dat ik mijn leven niet op orde kreeg. Maar ja, iemand moest de schuld krijgen.”

Het omslagpunt

Reza komt tijdens zijn huisarrest terecht in het zogenaamde ITB Harde Kern traject, een zeer intensief begeleidingstraject van een half jaar voor veelplegers die een laatste kans krijgen. Vijf dagen in de week krijgt hij een begeleider over de vloer, anderhalf uur per dag. In die tijd ging hij ook naar een soort tussenschool. Hij kreeg goed contact met zijn ITB begeleider Tom*: “Die intensieve begeleiding begon te werken, Tom had echt een doel met mij. Andere hulpverleners deden me niks, ze rapporteerden alleen maar en hadden totaal geen oog voor mij en mijn achtergrond. Maar hij wel, hij zag het als ik loog, en wilde dat ik wat zou bereiken.”

Reza leerde voor het eerst wat het oplevert om open te praten en niet overal over te liegen. “Ik weet nog goed, het was zomer, 30 graden en Tom vroeg: ‘Wat vind je er nou van? Het is lekker weer en jij mag niks!’ Ik antwoordde dat het me niet boeide en dat alles prima is, weet je wel, gewoon eromheen liegen zoals altijd. Tom vroeg toen heel direct: ‘Waarom zou je nou liegen?’ En ja, toen besefte ik het, waarom zou ik liegen over alles, zelfs over zoiets als het weer? Vanaf toen ging ik me meer open stellen. Ik begon te vertellen waar ik mee zat.” Tom probeerde Reza te begrijpen, prikte door hem heen en had aandacht voor zijn levensverhaal, achtergrond en familieomstandigheden. Andere begeleiders voor Tom leken niet goed te weten hoe Reza aan te pakken, en hadden volgens Reza ook te zware caseloads waardoor ze hem naar zijn idee lieten afglijden: “Ik was nooit open, en omdat ik er telkens mee weg kwam voelde ik ook geen noodzaak om dat te veranderen. Maar met Tom had ik het gevoel dat iemand me eindelijk hoorde. Iemand begreep mij, van daaruit kon ik verder! Ik denk echt dat hij me zover heeft gekregen, ik was er zelf nog lang niet klaar voor.”

Het eerste resultaat van Tom’s strategie was het moment dat Reza besloot de HAVO te willen gaan doen, 17 jaar inmiddels. Alle scholen hadden hem geweigerd, op het ROC volwassenonderwijs na. Doordat Tom hem bleef begeleiden besloot Reza zich bij het ROC aan te melden en eerlijk zijn verhaal te doen, om de kans op een nieuwe start te krijgen. “Dat was mijn eerste succeservaring, ik werd aangenomen”.

Positieve richting en omgeving

Na het ITB traject kon Reza beter afstand houden van zijn oude vriendengroep. “Ik verzon strategieën om de oude, slechte vriendengroep op afstand te houden en die werkten gelukkig goed, anders was ik weer terug bij af.” Binnen ROC kreeg hij een nieuwe vriendengroep die een positieve invloed had: “Hoe meer ik met hen omging, hoe makkelijker het werd om problemen te vermijden.” In deze tijd gebeurt er iets bijzonders: zijn bewijsdrang speelt weer op, maar deze keer kan hij het omdraaien en positief inzetten om te laten zien dat hij niet terug zou vallen — zoals een psycholoog hem had gezegd dat zeker zou gebeuren: “80% van de jongeren valt in herhaling, dus je hebt een grote kans”, vertelde ze. “Nou, ik wilde laten zien dat ik daar niet bij ging horen, alles op alles zetten. Zo van; ik ben Reza, ik ben speciaal, ik kan het wel! Dat was mijn drijfveer. Van daar uit ging het steeds beter.” Hij kreeg een andere begeleider binnen een normaal reclasseringstraject. “Die nieuwe man was net zoals de anderen, hij schreef alleen maar. Maar nu was het anders, nu wilde ik zelf veranderen.”

Reza ging na het behalen van zijn HAVO-diploma studeren aan de HAN en zocht normale baantjes in cafetaria’s, waar nooit echt werd gevraagd naar zijn achtergrond. Een sollicitatiegesprek was sowieso niet nodig, hij kon vaak direct aan de slag: “Ik mocht soms niet bij de kassa werken toen ik het ze later eerlijk vertelde. Dat vond ik niet fijn, werd ik toch weer op een andere manier aangekeken, maar ik ben echt niet meer de persoon van toen.”

Ook in zijn studie Sociaal Werk krijgt hij nieuwe kansen om zijn verleden achter zich te laten, zeker nu hij sinds vorig jaar weer een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kan krijgen. “Nu krijg ik weer een VOG, omdat ik tijdens het vergrijp jong was, onder 18 jaar. Na 4 jaar niet in aanraking te zijn geweest met justitie krijg je dan een tweede kans, een nieuwe VOG.” Hiermee kan hij stages lopen in het welzijnswerk, met name in het jongerenwerk ligt zijn hart. Hij heeft al twee succesvolle stages op zijn naam staan, en zeker niet als laatste omdat hij kan putten uit zijn eigen levenservaring.

Toekomst

Reza wil graag het jongerenwerk in als hij zijn diploma heeft. Hij wil iets met zijn gevoel voor signaleren doen om eerder in te grijpen bij jongeren die risico’s lopen, voordat het echt te laat is — bijvoorbeeld als het gaat om de gokcultuur en verslavingen die daarbij ontstaan. Hij denkt daarin een balans te vinden door met 1 voet in de jongerenwereld en 1 voet in de professionele wereld te gaan staan: “Ik ga erbij zitten als wat allochtone jongens shisha roken, vraag naar hun afkomst, familie, tot welke groep ze behoren. Dan vraag ik wat ze doen. Ze proberen vaak stoer te doen, vertellen wat ze hebben gedaan, wat ze hebben uitgespookt. Zo kom ik er snel achter wat er gebeurt.” De aanpak van allochtone en autochtone jongeren is voor Reza niet precies hetzelfde: “Voor die twee groepen zijn verschillende dingen belangrijk. Bij autochtone jongeren vraag ik niet door naar afkomst of familie, maar vraag ik door naar wat ze doen en waar ze wonen. Bij allochtone jongeren kijk ik naar het netwerk, familie en vrienden. Dan kan ik ze er gelijk bij betrekken, en kan ik vroegtijdig iets betekenen.”

Reza’s visie op jongerenwerk

We zijn ervan overtuigd dat Reza veel kan betekenen voor het jongerenwerk, juist door zijn eigen levenservaring. Hij kent beide kanten van hoe het is om jong te zijn in Nijmegen en de keuzemogelijkheden die je daarin hebt als jongere. Reza komt met een boeiende analyse: “Je hebt 3 categorieën jongeren in het criminele circuit. In de buitenste ring zie je jongeren die drugs verkopen, kleine dingetjes uithalen. Die willen wat groter worden. Dan krijg je jongeren die inbreken, ze verdienen meer en kunnen het grote geld bijna aanraken. Daar zat ik. Dan de binnenste cirkel, dat is een kleine groep die er helemaal in zit. Dikke auto’s en echt de foute praktijken. Die kan je niet meer bereiken, die zijn niet meer te helpen.” Reza geeft ons ook een inkijkje in hoe de stad Nijmegen mogelijkheden biedt om het verkeerde pad op te gaan voor jongeren die net als hij op zoek waren naar identiteit, bewijsdrang en snel geld: “Nijmegen heeft criminele plekken, vooral in Turkse café’s, daar wordt veel gegokt. Ik was 16 en werkte in een Turks café waar ik hielp met thee brengen. Ik kreeg 5 euro per uur, maar op pokeravonden kreeg ik zeker 200 euro fooi, op die avonden wilde ik dus wel werken! Daar zitten mensen met hele stapels geld.” Geld geeft status vertelt Reza verder, maar jongeren zien dan niet welke consequenties daaraan vastzitten en dat de stoere pokermannen ook vaak 20 jaar vast hebben gezeten.

Reza pleit daarom voor preventie en een meer intensieve, outreachende aanpak bij de buitenste cirkels, daar waar je nog wat kan betekenen: “Ik denk als er toen iemand naar mij was gekomen, met mij was gaan praten, gevraagd had: ‘Wat doe je?’ En: ‘Wat wil je?’ Dan was het misschien anders gelopen.” Daarnaast heeft hij het over een meer persoonlijke aanpak, om oog te hebben voor de achtergrond, omstandigheden en het netwerk waarin de jongere zich bevindt zodat je deze ook actief kunt benutten: “Ik schetste naar hulpverleners altijd het ideale beeld, ik was normaal, had goed contact met mijn moeder en zusje. Ze gingen er niet dieper op in. Dan was het van ‘check, van het lijstje’. Ze zijn nooit met mijn moeder in gesprek gegaan.” Reza deelt ook inzichten over hoe kinderen tussen twee culturen zitten en vaak een dubbelleven leiden: “Dit is iets dat in veel migrantengezinnen voorkomt, ouders zeggen: mijn kind is perfect, zou zoiets nooit doen. Maar ondertussen zie je het als hulpverlener toch echt gebeuren.” Er is niet genoeg (goed) contact tussen jongeren en hun ouders, vindt Reza. Hij geeft het advies om meer te doen met familiebanden bij migranten, bijvoorbeeld door een driegesprek met een oudere broer, neef of oom te houden waar de jongere respect voor heeft. “Ik zou vroeger wel advies van een oudere hebben aangenomen. Het is combinatie van angst en respect, ik zou niet willen teleurstellen dus ik zou alles doen om na te leven wat ze willen voor mij.” Een laatste tip die Reza geeft voor de huidige aanpak in Nijmegen is om slim om te gaan met groepen en straatcultuur, door bijvoorbeeld de leider te vinden, deze aan te pakken en zo de angel uit een groep te halen. Ook wil hij adviseren om straatcoaches wat te helpen in hun professionaliteit zodat zij hun handelen meer en beter kunnen onderbouwen. Hij denkt dat hier nog veel winst in is te behalen: “Stel meer geld beschikbaar voor beter getrainde straatcoaches, effectievere mensen. Zij weten wat ze met zo’n doelgroep moeten doen, maar ja, als de caseloads te hoog zijn, dan kun je niet veel.”

Ons gesprek is na ruim twee uur afgelopen en we bedanken Reza voor zijn uitgebreide levensverhaal. Er zijn veel aanknopingspunten om van te leren voor ons jongLAB. Hoe kunnen alle organisaties en systemen die Reza is tegengekomen in zijn leven bijvoorbeeld een andere, betere rol spelen? Hadden zijn keuzes misschien vroegtijdig beïnvloed kunnen worden en had zijn leven misschien anders kunnen verlopen? Hoe dan ook, Reza is op de rit en neemt een mooie eyeopener mee uit ons gesprek: “Dat mezelf bewijzen zo’n drijfveer voor me is geweest, dat besef ik me nu beter.”