“Ik zou graag werk hebben, want dan heb ik vrijheid.”


Op een zonnige ochtend kom ik aan bij Pieter, al is daar binnen weinig van te merken. Het is donker en de kamer is gevuld met grote schermen. Het is een echt ‘gamershol’. Pieter (50) woont hier alleen. Hij heeft een dochter maar die woont bij zijn ex in Hatert. Zijn ex en hij zijn dertien jaar geleden gescheiden. Pieter geeft aan wel weer open te staan voor een nieuwe relatie. Zijn moeder en dochter zijn op dit moment zijn belangrijkste sociale contacten. Verder heeft Pieter enkele maten in Nijmegen en veel online contacten.

Dagelijks leven

Pieter staat gewoonlijk op tijd op. Bijna dagelijks verleent hij mantelzorg voor zijn zieke moeder die in Hatert woont, daarna doet hij boodschappen. Verder houdt hij van solderen op zolder en online gamen. Dit doet Pieter op een grote PC met twee schermen. Hij gebruikt Steam en gamet dagelijks uren samen met online vrienden waar hij dan tegelijkertijd mee chat.

Pieter zit nu ruim vier jaar in de bijstand, daarvoor heeft hij twee jaar WW gehad. In het verleden was hij elektronica engineer. “Ik maakte tijdregistratie-apparatuur, zoals een chip voor om je enkel (voor hardlopen en schaatsen) en voor om je pols (voor zwemmen). Ik was de enige in het bedrijf die zelf ook prototypes bouwde.” Na zes jaar voor hetzelfde bedrijf gewerkt te hebben werd Pieter vijf jaar geleden ontslagen na een fusie. “Ze fuseerden met een bedrijf in Haarlem en het personeel werd toen ‘gedwongen’ in de Haarlemse vestiging te gaan werken.” Pieter wilde echter niet weg uit Nijmegen omdat hij hier een betaalbare woning, vrienden en familie had. “Toen ik vervolgens in de WW terecht kwam heb ik veel gesolliciteerd en alle trainingen doorlopen, maar zonder succes.”

Rondkomen gaat moeizaam

Als ik Pieter vraag wat voor hem het zwaarste is aan de bijstand geeft hij aan: het stigma eromheen, afhankelijk zijn van de overheid en moeten rondkomen van zo’n laag inkomen. “Het grootste probleem is gezondheid.” Pieter heeft hooikoorts, een hoge bloeddruk en gebruikt medicijnen. “Het eigen risico is het lastigst omdat dat in tegenstelling tot de maandelijkse premie niet goed te voorspellen is.” Pieter is heel blij met de steun van zijn moeder die vaak voor hem kookt, én hij weet goed hoe je goedkoop boodschappen kunt doen. “Al kom je dan wel snel bij ongezonde producten uit.” Verder is het altijd spannend als iets kapot gaat. “Een plotselinge grote uitgave, zoals een kapotte brommer of televisie, kan ik niet zomaar opbrengen. De brommer heeft bijvoorbeeld al jaren geen servicebeurt gehad.”

Het aanvragen van de uitkering was problematisch. Niet omdat de informatie niet duidelijk was — Pieter kan goed overweg met Google en kreeg voordat de WW afliep een brief van de gemeente waarin stond hoe en waar je bijstand moest aanvragen —, maar omdat de communicatie tussen het UWV en de gemeente slecht was. “Er was iets niet op tijd doorgegeven aan de belastingdienst, waardoor ik een half jaar later plots een hoog bedrag moest terugbetalen.” Ook psychisch was bijstand aanvragen wel een hobbel. “Bij WW denkt men dat je pas nog hebt gewerkt en even pech hebt gehad, bij bijstand ben je best wel kansloos. Bijstand is voor luie mensen op de bank, wordt er vaak gedacht.”

Ondersteuning

Volgens Pieter luisteren instanties nooit; “Die zenden alleen maar.” Daardoor wordt er niet genoeg naar bijstandsgerechtigden geluisterd.

Pieter vindt het jammer dat hij al drie jaar geen contact heeft gehad met de gemeente. “Dat persoonlijke contact was er vroeger wel, maar is nu minder. Dat mis ik wel.” In het begin heeft hij een aantal verplichte cursussen gevolgd, maar dat was het dan ook. Eerder, bij het UWV, had Pieter wel een coach.

Pieter wil graag als suggestie meegeven om “meer digitaal te gaan werken omdat dat tijd en geld scheelt en omdat een groot deel van de bijstandsgerechtigden prima met internet overweg kan. Daarnaast zou een chatfunctie helpen. Soms heb je gewoon even een vraag of wil je even aandacht en nu moet je dan heel ingewikkeld een afspraak maken en naar de Mariënbeurs of het WerkBedrijf komen.”

“De meeste brieven van de gemeente zijn helder, maar sommige brieven of beschikkingen kunnen wel duidelijker.” Zo vraagt Pieter zich af voor welke maand of periode hij nu precies een bepaald bedrag krijgt. Hij vindt het ook wel een keer tijd worden dat de statusformulieren digitaal gaan en wil weten wanneer dit gaat gebeuren. “Ik moet elke maand zo’n briefje naar de stad brengen. Ik kan het ook sturen, maar dan kost het me een postzegel.”

Pieter benadrukt dat het belangrijk is om oog te hebben voor de persoon en diens mogelijkheden.

“Bij het WerkBedrijf voel ik me een nummer. Het zou toch veel efficiënter zijn als ze mij persoonlijk zouden kennen? Als ze zouden weten wat mijn wensen, behoeftes en mogelijkheden zijn, dan kunnen ze banen aandragen die bij mij passen. Ik krijg het gevoel dat ze alleen bezig zijn met hun targets door mensen ‘op banen te plaatsen’.”

Bij het Radboud heeft Pieter een leuke participatiebaan gehad. Daar hield hij 100 euro per maand aan over. “Ik moest ermee stoppen omdat het maar voor één jaar was en mijn jaar voorbij was. Na mijn tijd werd het een leerbaan in plaats van een participatiebaan en moest ik ruimte maken voor de volgende persoon.” Pieter maakt geen gebruik van minima regelingen of hulp van andere instanties. “Ik ga niet naar de Voedselbank, want dat vindt mijn moeder te erg.” Op zijn kleding is hij zuinig, dus naar de Kledingbank hoeft hij niet perse. Als ik Pieter wijs op het mantelzorgcompliment en de Formulierenbrigade, geeft hij aan dat niet te kennen. Misschien dat hem dat zou helpen. Hij wil wel graag dat de Formulierenbrigade een keer langs komt. Bijzondere bijstand vraagt hij niet aan omdat dat volgens sommigen te ingewikkeld is om aan te vragen.

Toekomst

Kijkend naar de toekomst zegt Pieter: “Wat ik graag zou willen is een baan waar ik niet perse rijk van word maar waar ik plezier in heb. Een vaste baan en van niemand afhankelijk zijn, niemand die zich met je bemoeit.” Al ziet Pieter de kansen daarop somber in; hij is 50 en heeft een gat in zijn CV. Hij solliciteerde in het begin heel veel, nu minder, “want je krijgt toch alleen maar afwijzingen”.

Aan het eind van het gesprek wil Pieter de gemeente nog wat tips meegeven. “De gemeente zou veel meer betrokken moeten zijn bij bijstandsgerechtigden. Niet alleen maar negatief contact dat is gericht op ‘ga daar maar werken’ of ‘dat doe je fout’, maar persoonlijk contact.” Dat is zonder twijfel de kernboodschap die hij wil meegeven:

“Zorg dat je de mensen kent en dat ze zich gekend voelen. Dat verhoogt de kans op uitstroom, dat verhoogt het levensgeluk en zorgt er ook voor dat je minder geïsoleerd of boos wordt thuis.”

Verder geeft hij aan dat handhaving best strenger mag. Als mensen fraude plegen, heeft dat ook invloed op zijn imago.