Je moet juist met elkaar in contact blijven!


Mijn eerste onderwijsweek is weer achter de rug, heerlijk als de lokalen weer vol zitten en ik door de gangen kan sjezen om honderd dingen tegelijk te doen. Vandaag zal ik ook weer een verhaal gaan ophalen voor jongLAB. Dit keer spreek ik Kyra, student aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ik had voor de zomer al contact gelegd via via en ze is nog steeds bereid om met me te praten, super dus. Ik ontmoet haar voor de Universiteit op een bankje in de zon.

“Wat is precies de bedoeling van dit gesprek, ik weet eigenlijk niet goed wat en hoe en of ik vrijuit kan praten.” Heel goed dat ze hier maar gelijk mee begint, want ik zou het bijna vanzelfsprekend gaan vinden dat wildvreemde jongeren met mij in gesprek gaan over hoe zij hun jonge leven in Nijmegen zien en waarderen. Ik vertel haar over jongLAB en ons streven om tot innovatieve initiatieven te komen die leiden tot beter jong zijn in Nijmegen en hopelijk overgenomen worden door ‘het systeem’, of door jongerenorganisaties zelf. De blogs en het anonimiseren ervan maakt dat ze zichtbaar ontspant: “Ah, ok, dat helpt, nou dan kan ik makkelijker praten.”

Ik ben een bezig bijtje

Het studeren in Nijmegen ervaart Kyra als heel prettig aangezien er een groot aanbod is aan studentenverenigingen (cultureel, sport tot choir). Dat geeft snel een thuisgevoel voor heel verschillende mensen. Kyra vindt dat Nijmegen het goed doet, in vergelijking met Groningen, waar ze eerder studeerde. “Er is een groot mentaliteitsverschil. In Groningen zit een groot gat tussen de lokale bevolking, de èchte Groningers, of de studenten. Als je er niet vandaan komt, dan voel je je nergens echt thuis. Tenzij je bij een studentenvereniging gaat, maar die zijn er niet zoveel en dan zit je er dus een beetje tussen in. In Nijmegen is dat echt anders, er is zoveel keus in verenigingen en dingen om te doen. Ergens thuis voelen kan je dus altijd.” Ze vertelt vervolgens enthousiast over al haar bezigheden in Nijmegen die ze in het studentenleven heeft gevonden, waaronder het sporten bij het sportcentrum dat erg betaalbaar is: “Sporten doe ik daardoor veel, de studenten sportkaart maakt het heel makkelijk, zo kan ik me inschrijven voor zwemmen en kickboksen zelfs!.” Ze heeft haar draai duidelijk gevonden en blijkt er ook erg serieus in te zijn. Net zoals in het werk dat ze ook nog eens doet in een doe-het-zelf-winkel in Nijmegen: “Dat is echt weer een heel andere doelgroep die ik dan tegenkom, ik krijg hele verhalen mee van de vaste klanten daar wat erg leerzaam is voor me. Mensen komen hier niet alleen om schroefjes te kopen, maar ook voor een gezellig praatje.” Het ontmoeten van andere mensen is voor Kyra erg belangrijk, ze vertelt over wat al die netwerken haar hebben opgeleverd om zich te ontwikkelen. Zeker toen ze er achter kwam dat ze lesbisch is. “In mijn zeilvereniging zat iemand die bij Dito zat, dat is een jongerenorganisatie voor homo’s, lesbies, biseksuelen en transgenders. Dit was voor mij dus een makkelijke ingang om ook deze kant van mezelf te ontdekken. Via netwerk naar netwerk, zo zie je maar. Door Dito zijn mijn vooroordelen wat verdwenen over mezelf, dat die mensen dus ook gewoon normaal zijn, in mijn hoofd was ik namelijk niet normaal als lesbienne. Daardoor kreeg ik het gevoel dat ik oké ben zoals ik ben. Het werd een positief onderwerp voor mij dat ik steeds weer kon delen met deze groep, ze werden echt vrienden van me en zijn ook samen op vakantie gegaan.” Trots vertelt ze dat ze nu zelf een commissielid is en dat ze dus echt actief lid is van Dito. “Ik ben echt een bezig bijtje. Dat zeggen vrienden ook altijd.”

Een studentenleven vol mogelijkheden

Ik vind het opvallend hoeveel sociale contacten en netwerken ze heeft en wat voor een boost dat geeft, om je zo verbonden te voelen met zoveel verschillende mensen. Kyra beaamt dit, “Mijn hele sociale leven speelt zich af binnen de netwerkjes die ik heb, meiden van het zeilen, studiegenootjes, vrienden bij Dito en mijn huisgenootjes. Een huisgenoot ken ik van mijn studie en daarmee woon ik heel relaxt in een fijn huis. Dat heb ik via mijn eigen netwerk geregeld. Het is als student lastig om een kamer te krijgen. Torenhoge wachtlijsten bij SSHN en hospiteeravonden van 80 man, dus dat is geen succes.” Ze vertelt vervolgens dat haar netwerken niet alleen goed zijn voor haar, maar dat ze daarmee ook anderen soms kan helpen, bijvoorbeeld met vacatures bij de winkel waar ze werkt. Ik merk op dat het dus best wel handig is om met haar bevriend te zijn: “ja, eigenlijk wel!” zegt ze met een grote glimlach. Ze vervolgt met een ander succesverhaal, wat betreft haar liefdesleven: “Via Dito ben ik nu ook aan het daten met een meisje die ik dan vaker tegenkwam op feestjes en andere dingen in Nijmegen. Dat werkt dus echt heel goed! Veel beter dan Tinder bijvoorbeeld, dat is oppervlakkig en daar hou je dan niks aan over. Het is dan zo vaag van ja wat willen we met elkaar en dan werkt het niet.”

Wat een leuk verhaal wordt dit voor het blog bedenk ik me. En ik realiseer me hoeveel mogelijkheden en kansen je eigenlijk hebt als student in Nijmegen. “Ik heb inderdaad wel een succesvol leven. Het leven in een stad is veelzijdig en het biedt mij mogelijkheden. Het leven in een kleinere stad of een dorp had me ook zeker kansen geboden, maar de diversiteit van Nijmegen is wel echt een meerwaarde.” Nijmegen is niet in alle opzichten fantastisch geeft ze me mee. Een goede stageplek denkt ze bijvoorbeeld eerder in Amsterdam te kunnen vinden. Ook vindt ze de universiteit wat te theoretisch en weinig gericht op de maatschappij. “Ik zie niet altijd de relevantie daardoor. Het blijft bij praten over het belang van, maar je brengt het nooit in de praktijk”.

Andere jongeren hebben minder kansen dan ik

Ik vermoed dat we tot een afronding komen van het gesprek en ik maak een korte samenvatting van wat we besproken hebben, met name de woorden ‘succes’ en ‘mogelijkheden’ triggeren haar om toch een nieuw onderwerp aan te snijden, iets wat haar bezig houdt. “In de buurt waar ik woon, daar krijgen mensen geen echte kansen en dat vind ik lastig. Ik en mijn huisgenoot zijn dan succesvol en dat maakt dat ik het moeilijk vind om contact te maken, zij kunnen zoveel minder.” ‘Zij’, zijn haar buren, jongens die een paar jaar ouder zijn dan Kyra en nog bij hun ouders thuis wonen. “Het enige netwerk dat zij hebben is hun familie waar ze erg aan vast lijken te houden. Daarbuiten is de wereld niet zo maar te vertrouwen. Terwijl, het zijn gewoon goede mensen. Maar toch loopt het anders, ze komen in de gevangenis of iemand komt dan weer op straat te staan. Ze komen daardoor niet verder.” Ze vertelt hoe de gemeente heeft geprobeerd om haar wijk te renoveren en leefbaarder te maken. Zo werd er een reportage gemaakt van de buurt, om de behoeften te peilen van de mensen. “Wij deden hier ook aan mee en dat was zo’n enorm contrast, wij komen dan zo welbespraakt over, heel gek.” Tijdens een gesprek dat werd georganiseerd door de Gemeente, werd er geprobeerd een dialoog te hebben, maar dit liep niet erg soepel door de verschillen en het niet praten van elkaars taal: “Er was geen dialoog, bewoners waren in verweer over van alles, allemaal zure vragen. En de gespreksleider moest zichzelf steeds verdedigen. Dat zegt dus iets over het contact, het is een andere taal, dat werkt niet.” Ik vraag hier wat op door, hoe zij denkt dat het dan wel kan, hoe je dus beter contact kan maken of een buurt kan verbeteren. Ze vertelt over een succesvol kinderproject dat door een buurtbewoonster zelf werd georganiseerd: ‘Van binnenuit, dat werkt denk ik het beste”.

Ik voel me onhandig met zo’n grote kloof

Het in contact komen met de jongeren in haar buurt met minder kansen blijft haar wat bezighouden in het gesprek: “Zo was ik een keer verdwaald en had een man, die migrant was, de weg gevraagd. Hij liep met mij mee een stukje en vertelde dat hij in 7 jaar nog nooit met iemand Nederlands had gepraat, buiten zijn Nederlandse lessen. Ik vond dit echt shocking, zo’n groot verschil tussen mensen. Ook tussen hoog- en laagopgeleiden bijvoorbeeld.” Dan volgt er een gepassioneerd pleidooi, die ook mij als HBO docent aan het denken zet: “HBO’ers gaan universiteit doen, iedereen streeft naar het hoogste waardoor de kloof steeds groter wordt. Terwijl, je moet juist met elkaar in contact blijven! Wat heeft het voor zin als de één ongelukkig thuis zit en de ander succes heeft en alleen is in zijn succes. Ik wil wel in contact zijn, maar voel me onhandig met zo’n grote kloof, om met die buren bijvoorbeeld, die jonge mensen in contact te zijn. Hier heb ik het vaker over hier op de uni, we moeten ook echt in de samenleving blijven kijken en blijven staan.”

Dit lijkt ons een mooie afsluiting. Ik bedank haar voor het uur dat toch zo ineens voorbij is gevlogen. We hebben nog even contact over de app en ze laat me weten dat ze eens gaat kijken of ze contact durft te maken met haar buurjongens. Ik wens haar veel experimenteerplezier. Tijdens het schrijven van het blog denk ik ook aan het experimenteren binnen jongLAB. Zouden wij niet kunnen inzoomen op het verbinden van de verschillende netwerken die er blijkbaar zijn voor jongeren in Nijmegen: het laagdrempelig maken ervan voor jongeren die deze kansen niet zo voor het grijpen hebben? Het is mooi en inspirerend om te zien hoe studenten in Nijmegen zo bedreven zijn in het aanleggen van netwerkjes en actief te zijn om zichzelf te ontplooien. Ik denk terug aan mijn studententijd… Die was ook fantastisch en heb daar veel sociale contacten aan overgehouden, mezelf kunnen ontwikkelen als individu dat alle kansen heeft voor een succesvolle toekomst. Is dat niet het perspectief dat je voor alle jongeren mogelijk wilt maken?