Ervaringen Jeugdzorg en WMO


De aanleiding en totstandkoming

Een lokale dialoog over het sociaal domein
In mei 2016 komt de ‘Rapportage Sociaal Domein’ aan de Tweede Kamer uit. Dit presenteert een landelijk beeld op een hoog abstractieniveau en zal maar weinig zeggen over hoe het nu echt gaat in het sociaal domein in de gemeenten. En zal dus maar zeer beperkt tegemoet komen aan de behoefte om meer te weten van hoe het reilt en zeilt op het niveau van de gemeenten. Vanuit deze constatering vragen de verzamelde directeuren sociaal domein een paar maanden eerder aan gemeenten om rondom het uitkomen van de landelijke rapportage een lokale dialoog te organiseren over de voortgang van de transities die de afgelopen periode vorm hebben gekregen. Om daarmee aandacht van de media naar de praktijkverhalen uit de gemeente te trekken en naar de werkvloer; naar daar waar we aan het leren en ontwikkelen zijn, waar we bezig zijn met het maken van een beweging in het sociaal domein vanuit eenvoud en de bedoeling. De aanname is dat ook de rapportage op gemeenteniveau dat proces niet voldoende inzichtelijk maken. Het voeren van de lokale dialoog kan daarbij helpen.

Festival der Verantwoording
Het gesprek waar de initiatiefnemers aan denken is “het gesprek van betrokkenen: professionals, bewoners met of zonder hulpvraag, met elkaar in gesprek over wat ze tegen komen, wat gaat goed, wat nog mist of niet goed gaat. Het gesprek is bedoeld om te leren en reflecteren. Door daaromheen het bestuur, raadsleden en mogelijk ook Tweede Kamerleden te plaatsen worden zij door te luisteren deelgenoot van wat het gesprek en dus van de beweging in het sociaal domein dat een proces is van leren in plaats van verantwoorden.” Gemeente Nijmegen doet graag mee aan deze lokale dialoog. Afgesproken is dat elke gemeente een eigen aanpak en invulling kan kiezen. Alle lokale dialoog bij elkaar vormt het Festival der verantwoording, verspreid over de laatste twee weken van mei. Er volgt een gezamenlijke uitnodiging naar de Tweede Kamerleden zodat zij kunnen kiezen waar ze aanhaken bij de gesprekken.

Nijmeegse invulling
In Nijmegen kiezen we ervoor om de verhalen centraal te zetten en deze al voor het daadwerkelijke Festival op te halen in de vorm van interviews . De inzichten en de rode draden die naar voren komen, vormen het uitgangspunt voor het gesprek op 23 mei 2016. In dat gesprek zoomen we aan de hand van de opgehaalde verhalen – die voor iedereen ook al van te voren te lezen zijn – verder in op wat er naar voren is gekomen.

Workshop en ophalen verhalen
De verhalen gaan we met elkaar ophalen. Het idee is dat iedereen die binnen de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling betrokken is bij jeugd en de WMO minimaal één interview voor zijn of haar rekening neemt. Ook andere collega’s zijn welkom om mee te doen. We starten met een korte workshop waarin we met elkaar de werkwijze afspreken en tips uitwisselen over het interviewen en het schrijven van de verhalen. Uiterlijk half mei willen we de interviews (geanonimiseerd) publiceren in deze medium-publicatie. In de beperkte tijd die we beschikbaar hebben hopen we zo hele rijke input voor onze lokale dialoog op te halen.

Samenwerking met de Hogeschool Arnhem Nijmegen
Eerder hebben we in het ophalen van verhalen al met de Hogeschool Arnhem Nijmegen samen gewerkt. Ook nu reageert de HAN enthousiast op de vraag met ons mee te doen in het ophalen van verhalen. We maken de afspraak in koppeltjes te werken, steeds een collega van de gemeente die samen met een student van de HAN een verhaal gaat ophalen. Op deze manier worden 14 verhalen opgehaald en beschreven.

Bijeenkomst naar aanleiding van de 14 verhalen

Maandagmiddag 23 mei 2016 in voorzieningenhart ‘t Hert in Nijmegen. Mensen komen gehuld in allerlei varianten van regenkleding binnen; buiten giet het al de hele dag. Binnen is de setting warmer met overwegend rode en gele tinten. Ons ‘keukentafel-kleed’ heeft dezelfde kleurstelling. Om de tafel staan 10 stoelen. Hier nemen straks de gespreksdeelnemers plaats. Eromheen staat een cirkel met zo’n 30 stoelen voor de toehoorders. Aan de tafel ook 1 afwijkende stoel — de zogenaamde ‘hot chair’ voor mensen uit de buitenring die toch even aan tafel een bijdrage willen leveren. Deze zal in het gesprek vaak gebruikt worden. Aan de muur hangen prints van de veertien verhalen die de afgelopen twee weken zijn opgehaald bij inwoners die gebruik maken van ondersteuning op het terrein van jeugd of de Wmo. Het zijn de verhalen die ook op deze site te lezen zijn. En waar we vandaag over doorpraten met ervaringsdeskundigen, cliëntvertegenwoordigers en uitvoerders uit de zorg. Een eerste analyse van de verhalen heeft vier hoofdonderwerpen opgeleverd. Aan de hand van die onderwerpen wordt het gesprek gevoerd.

Woorden van de wethouder
Iets na 3-en opent Cindy Cloin de bijeenkomst. Ze stelt eerst wethouder Frings Een aantal vragen. Hij geeft aan meer naar horizontale verantwoording toe te willen. Deze verhalenaanpak past daarbij. Niet te veel cijfertjes, maar ervaringsverhalen. Op de vraag hoe het afgelopen jaar — het jaar na de grote transities gegaan is — geeft hij aan dat 2015 een jaar van overleven was. “Er moest veel administratief gebeuren. Dat was ‘a hell of a job’. Ik ben trots op wat we dit jaar bereikt hebben. Het aantal bezwaren is beperkt gebleven. En de bezwaren die kwamen gingen vooral over wijzigingen in de vervoersvoorzieningen. Het cijfer dat we voor de aanmeld- en aanvraagprocedure krijgen is hoog, hoger dan voorheen. Verder doen we het financieel niet slecht. Maar het gaat toch vooral om de verhalen. Die vertellen de echte ervaringen. We hebben veel discussies over het meten van kwaliteit. Hoe doe je dat bij de inkoop van zorg? Via meetsystemen. Via HKZ certificering? Dat zegt weinig. De enige die iets kan zeggen is de inwoner. Hoe kunnen we zo bouwen dat we kwaliteit leveren? We werken met 180 aanbieders. Hoe voorkomen we dat er een slechte tussen zit? Een belangrijk deel daarvan is werken met de verhalen van cliënten. Er is ook een kwantitatief landelijk onderzoek opgelegd. Dat gaat in juni plaatsvinden maar daar geven we wel onze eigen draai aan.”

De ervaringen van Jan
Voor het gesprek aan tafel van start gaat, interviewt Cindy eerst Jan. Hij vertelt over zijn ervaringen in de jeugdzorg waarin met name het traject om tot zorg te komen lang heeft geduurd. Lees het hele verhaal van Jan.

Blok 1 zoektocht naar informatie, diagnose of een plek

De zoektocht zoals Jan die heeft meegemaakt is ook het eerste onderwerp van gesprek aan tafel. Dennis — de vader van een jongetje met autisme — geeft aan dat zijn zoektocht ook langer duurde dan nodig omdat de huisarts de signalen niet oppakte. “Pas toen er toevallig een keer een invaller kwam, kregen we gehoor en werd er actie ondernomen.” En dit issue had in meerdere verhalen een belangrijke plek.

Rol sociale wijkteams — Sociale wijkteams — die er toen nog niet waren- hebben zeker een grote meerwaarde in dit verband. “Een jongerenwerker komt een jongere tegen in de buurt. Als je zegt ga morgen om 9.00 uur daar naar toe dan werkt het niet. Nu is het veel gemakkelijker om als jongerenwerker naar de jongere toe te gaan als hij niet komt opdagen.”
Niet iedereen eenvoudig te bereiken — Voor een deel van de inwoners is dit in ieder geval een laagdrempeliger toegang. Er zijn ook voorbeelden dat het niet voor iedereen zo werkt. “Van de week was er nog een mevrouw die we toch niet bereiken. Zij leest De Brug niet, kent het Sociaal Wijkteam niet, wist niet dat er een instantie is waar zij terecht, kan.” Vanuit het Stip wordt aangegeven dat het inderdaad een zoektocht is hoe bepaalde inwoners te bereiken die het Stip niet zelf vinden of opzoeken. “Dit gaat van samen de markt op tot soep uitdelen in de wijk en ter plekke het gesprek aan gaan. Wat je dan ook tegenkomt is dat je vraagt om hun gegevens te mogen noteren maar dat ze dat niet willen. Dan geven we een flyer of kaartje met de boodschap ‘kom nog eens langs’.”

Huisarts en scholen — Voor de dames uit deze beide voorbeelden zou de huisarts de verbinding naar Stip of Sociaal Wijkteam kunnen zijn. “Er wordt zeker nog gewerkt aan het verbeteren van de verbinding tussen de huisartsen en Stip/Sociaal Wijkteam. Dit is een hele belangrijke schakel in het netwerk.” Een andere belangrijke schakel die genoemd wordt is de school. Had die in het geval van het zoontje van Dennis niet ook een rol? School had in dit geval geen positieve bijdrage. Daar kan ook zeker de verbinding gemaakt worden naar ondersteuning. “In Nijmegen wordt hier overigens al veel energie in gestoken. Bijna alle schollen hebben inmiddels een jeugdspecialist dankzij het project School als vindplaats.”
Kracht van het wijknetwerk — Het gesprek komt op de kracht van het netwerk in de wijk. Je ziet in alle verhalen dat de route die gelopen wordt sterk afhankelijk is van personen en dat zal zo blijven. “Met een breder en sterker wijknetwerk is de trefkans wel veel groter, dus daar moeten we energie in steken. Werkers in de wijk moeten alert zijn, signalen oppakken.” Het recente rapport van het sociaal cultureel planbureau over het sociaal domein laat ook zien dat er nog te weinig integraal gewerkt wordt. Samenwerking tussen partijen kan nog veel beter. Daar wordt nu in Nijmegen wel goed op geïnvesteerd. “Iedereen wil er voor gaan maar het kost wel heel veel tijd om zo’n wijknetwerk op te bouwen. Het is ook geen oplossing voor alles; we kunnen niet alle schrijnende gevallen wegnemen”. Het wijknetwerk is trouwens breder dan professionals en bestaat ook uit vrijwilligers in de wijk. “Het gaat allemaal om kennen en gekend worden. En dat netwerk is geen 9–17 dingetje. Je hebt ook ‘s avonds via facebook contact met jongeren of op zondag bij het voetballen waar je contact hebt met ouders en jongeren. Van 9–5 werkt niet meer.”

Doelgroepen die om specifieke aandacht vragen — Er is geen doelgroepenbeleid meer in gemeente Nijmegen maar toch is het goed te kijken welke groepen specifieke aandacht nodig hebben en hoe we die kunnen leveren. Daar moeten we goed naar kijken. Voor bepaalde groepen is het nu wel heel ingewikkeld geworden. Zo is de dagbehandeling bij Pro Persona gestopt. De mensen die daar kwamen vallen nu in een gat. Nu vraagt het meer initiatief. Uit het al genoemde rapport van het SCP blijkt dat 40% helemaal niet zo zelfredzaam is. “Zelfregie is eigen keuzes kunnen maken maar als mensen dat niet doen, dan gaat het soms echt niet goed. Er zijn hierdoor de afgelopen periode 70 meer cliënten bij Iriszorg terecht gekomen. Dat is pennywise-poundfoolish.”
Wanneer ingrijpen? — Het gesprek komt terug op de jeugdzorg. Wat is het goede moment om een jongere uit huis te plaatsen? Dat is altijd heel ingewikkeld. Je wil ook niet te snel een kind uit huis plaatsen. Dat is echt een ingewikkelde vraag. “Er is zeker winst te behalen door hier ook de stem van de jongere in mee te nemen. Ook hier kan zelfregie tot een beter besluit leiden (en zelfregie is dus niet zelf uitzoeken). Daar had in het verhaal van Jan bijvoorbeeld winst in gezeten. En dat gebeurt nu ook wel steeds meer.”

Blok 2 ondersteuning

De ondersteuning die geboden wordt, is in het algemeen goed zo blijkt uit de verhalen. In de aanloop naar de transities had iedereen ook gehoord dat er bezuinigd moest worden. Heel veel mensen zijn feitelijk niet zo achteruit gegaan. “Mensen gingen het keukentafelgesprek in en zetten zich schrap: “Zij gaan over wat ik straks aan ondersteuning krijg”. In de praktijk blijkt dat die gesprekken achteraf vaak mee zijn gevallen.”

Angst voor het keukentafelgesprek — De resultaten vallen misschien mee, maar rondom het keukentafelgesprek wordt veel angst gevoeld. Dit geldt ook voor de herkeuring van de oude Wajongers. “Die is voor hen heel belangrijk want de bijstand is voor velen niet voldoende om van rond te komen.” En ook in wat je wel of niet behoud aan ondersteuning. “Zo kan er huishoudelijke hulp nodig zijn om vrijwilligerswerk te kunnen doen. Als je dan de huishoudelijke hulp stopt valt daarmee ook het vrijwilligerswerk weg. En het netwerk en de zingeving. Het is dus veel meer dan huishoudelijke hulp.”

Mooie voorbeelden — Er vinden ook hele mooie gesprekken plaats. Mensen moeten zelf hun plan schrijven en dat levert mooie resultaten op. “Een cliënt heeft bij wijze van plan een lied geschreven. Alle elementen zitten erin. Een andere cliënt werkt in de bouw en heeft zijn eigen plan getekend in plaats van geschreven. Weer een andere cliënt was erg afgeleid. Op de vraag wat hem bezig hield gaf hij aan de afgebroken sleutel in de scooter. Toen zijn we samen drie kwartier aan het pielen geweest met de sleutel en hebben ondertussen een heel goed gesprek gevoerd.”

Huishoudelijke hulp — “Nijmegen gaat wel goed om met huishoudelijke hulp. Is hier niet zomaar op 1,5 uur gezet of gestopt.” In Nijmegen is er een serieuze poging om het op peil te houden en er is vanuit de gemeente geld bijgelegd. “De meesten gaan er na de nieuwe aanbesteding waarschijnlijk wel iets op achteruit. Worden de ramen straks nog wel gewassen? Er is veel onzekerheid.“

Vervoerskostenregeling — Het grootste probleem lijkt te zitten bij de vervoerskostenvergoeding. De helft krijgt geen voorziening meer. Een deel is zeker terecht. Maar het zit ‘m er soms ook in dat er een andere manier gekozen wordt die niet altijd goed uitpakt. “Zo is de Stadsregiotaxi echt een andere manier van vervoer dan meerijden met je buurman die je met de vervoerskostenvergoeding kon betalen. De Stadsregiotaxi geeft omrijtijden, je moet vaak wachten en is minder comfortabel. En heeft daarmee wel veel impact op ervaren vrijheid en flexibiliteit. En is dus van mindere kwaliteit.”

Gebrek aan deskundigheid bij dagbesteding ggz —” Pro Persona is gestopt met de dagbesteding. Deze mensen moeten nu ergens anders naar toe en zijn hun vertrouwde plek kwijt”. Zijn er wel goede alternatieven en wie houdt het op de langere termijn in de gaten als mensen nergens meer naar toe gaan? “Als je met een psychiatrische achtergrond naar een wijkcentrum komt — wil je wel iemand die het snapt.”

Wachtlijsten — Er zijn nog wel wachtlijsten. Die waren er eerder ook. “Er ligt een flinke werkvoorraad en we bekijken met elkaar hoe we die op een slimme manier weg kunnen werken.” Wat is er nodig wat kun je doen? Het is keihard werken. “We zien veel mensen die daar de schouders onder zetten. En we zijn nog maar net onderweg in deze nieuwe vorm.
Geen rechte lijn, meer flexibiliteit nodig in op- en afschalen — Soms ligt er focus op het zo snel mogelijk naar beneden schalen van de hulp. Sommige cliënten kunnen niet genezen. Het is geen rechte lijn die mensen maken. Soms moet je even opschalen en soms moet je even afschalen. En we zijn nu veel te lang bezig om dat te regelen. Er is meer flexibiliteit daarin nodig. En een diagnose kan ook zijn: uitbehandeld terwijl er nog wel ondersteuning nodig is. Dat bestaat alleen niet. “Dus we kunnen niks meer bieden terwijl er wel ondersteuning nodig is. Een aantal mensen heeft gewoon ondersteuning nodig om überhaupt staande te blijven.”

Blok 3 — contact en communicatie

Uitleg — Het is belangrijk om in het keukentafelgesprek de tijd te nemen en uit te leggen wat de transitie in houdt. Hoe we de zaken kunnen organiseren. Waar is oude hulp op gebaseerd en hoe kunnen we die vertalen naar nieuwe situatie? “Alleen: de oude hulp is gebaseerd op informatie die wij niet hebben! Die vragen we waar mogelijk wel op met toestemming bijvoorbeeld van de school.”

Last van reorganisaties — bewoners van woongroepen hebben erg veel last van wisselingen in personeel en reorganisaties. Er wordt gesteld dat trajecten zelfs langer duren door al die wisselingen. “Trajecten in jeugdhulpverlening worden langer omdat niet adequaat het juiste hulp ingezet kan worden.”
Vaste contactpersoon — Uit meerdere verhalen komt naar voren dat een vaste contactpersoon belangrijk is. Dat geeft vertrouwen en heeft veel meerwaarde voor de cliënt. “Aan de andere kant kan het ook zeker nut hebben juist eens iemand anders te krijgen. Dat geeft op een aantal zaken toch een andere kijk die ook heel nuttig kan zijn. Het is wel belangrijk dat je dan ook met de nieuwe een klik hebt. En dat het niet van de ene op de andere dag gaat maar goed ingekleed wordt. Neem de cliënt mee in het verhaal en maak het een gedeelde stap. En als je wisselt, maak dat dan weer een langdurig contact en niet weer een tijdelijke begeleider ertussen. En als er geen klik is moet dat ook bespreekbaar zijn.” Mario schuift aan op de hotchair. Ook hij geeft aan dat hij heel vaak zijn verhaal heeft moeten vertellen, dat er steeds voor 4 weken weer een oplossing was en dat hij pas na 1,5 jaar op een groep terecht kon. Hij hoopt echt dat daar verandering in komt.

Logistiek en inkoop — Het streven is zoveel mogelijk dezelfde personen de keukentafelgesprekken op te laten pakken. “Dat lukt niet helemaal want dan ontstaan er persoonlijke wachtlijsten. Dan kiezen we toch voor warme overdracht naar een andere professional.” Voor cliënten is het lastig om voor de zoveelste keer het verhaal te doen. Een ander standpunt: “je wil ook wel dat ze opnieuw hun verhaal kunnen doen en je niet het verhaal van de vorige begeleider horen met de inkleuring die dat heeft.” Er wordt aangegeven dat we hier echt nog wel een verbeterslag in kunnen maken. Door zoveel mogelijk aan te sluiten bij de cliënt. Een optie is ook om de werker de cliënt te laten volgen. En ook inkoop is belangrijk. “Als er een andere thuiszorg aanbieder wordt gekozen, dan wisselt dus ook de begeleider die mensen thuis zien.”

Nog een keer 9–17 mentaliteit — Dan komt voor de tweede keer de 9–17 mentaliteit op tafel. “Je kunt ook een tijdje minder werken en dan een tijdje wat meer als je caseload daarom vraagt. Nu moet het afgemeten in de 9–17 blokken maar je kunt daar ook flexibeler mee omgaan. En als instelling kun je ook creatief zijn.” Als voorbeeld wordt de OG Heldering genoemd die wel de wisselingen van begeleiding op groepen weten te voorkomen.

Blok 4 netwerk en zingeving

Het Sociaal Cultureel Planbureau geeft ook aan dat er een duidelijk knelpunt ligt in het betrekken van het netwerk. Er wordt in Nijmegen op heel veel plaatsen gewerkt met sociale netwerkstrategie. Veel mensen zijn daar in getraind. Het netwerk is vaak al wel uitgeput of zijn er juist grote problemen in het netwerk. “Het moet ook niet per se gaan over wat jij nodig hebt van die ander, maar iemand kan wel meedenken met jouw plan. En soms wil iemand door het netwerk niet gezien worden als iemand die ondersteuning nodig heeft.”

Behoefte aan ondersteuning om het netwerk te vergroten — Er is vooral behoefte aan ondersteuning om het netwerk te vergroten.Dit kan bijvoorbeeld met maatjesprojecten maar ook op andere manieren. Het stip is daar ook in aan het zoeken op welke manieren dit allemaal kan. “Vooral kijken wat passend is. Kijken wat er speelt in de wijk, welke ontmoetingsplekken er zijn in de wijk. Er zijn genoeg goede plekken en er is niet per se een professional nodig. In feite gaat het ook hier dus om het wijknetwerk, om dat goed in beeld te hebben en te kennen. En daar de verbinding in te brengen.” Daarbij komt vanuit professionals nog wel de oproep tot meer samenwerking. “Er is de ervaring dat een begeleider van een cliënt zich niet welkom voelt bij een keukentafelgesprek. Terwijl juist die begeleider de cliënt door en door kent. Er is daar nog meer samenwerking mogelijk en wenselijk.”

Visagiecursus — Over het onderwerp netwerk kon het gesprek nog wel even doorgaan. En ook over het thema zingeving waar we nog nauwelijks aan toe waren gekomen. Ook dat kwam als onderwerp in verschillende verhalen naar voren. Bijvoorbeeld bij Haya en bij de dochter van mevrouw Evers. Waarbij ook de relatie tussen netwerk en zingeving van belang is. Bij weinig ervaren zingeving kan versterking van het netwerk ook de zingeving vergroten. En als je zoekt naar iets dat zingeving vergroot, bouw je in de slipstream vrijwel altijd aan je netwerk. Maar dit onderwerp diepen we niet verder uit want we lopen uit en de mensen van de visagiecursus staan al te dringen om de zaal om te bouwen en aan de slag te gaan. Daarom eindigt het gesprek met een korte afronding door wethouder Frings.

Nogmaals de wethouder

Een paar korte conclusies die wethouder Frings deelt met de zaal: “Daar waar geschakeld wordt tussen systemen gaat het snel mis. Je ziet het bijvoorbeeld bij de combinatieregelingen waar overdracht is van de ene naar de andere partij. Er kan nog meer zorgvuldigheid in de communicatie die we doen. Wat ook opvalt is dat een wijkteam gaat kijken of en hoe het met minder kan. Dat is niet per se de inzet. Verder zijn we pas een jaar bezig. Als ik dit gesprek beluister zijn we aardig op weg maar het kan ook zeker nog beter. Ik wil dat we dit soort bijeenkomsten blijven organiseren om met elkaar te leren. Het mag ook een karavaan door de wijken worden. En wat ik leuk vind is dat ik ook nog boodschappen voor de bedrijfsvoering van zorginstellingen heb gehoord…”
Aan tafel zaten: Emely Nederlof, Martine Geelen, Harald te Grootenhuis, Jos Kersten, Maartje Leijten, Jan Boers, Jos Storms, Vincent van Dongen en Dennis – de vader Faisal