Over leven in de bijstand


Wat betekent leven van de bijstand in Nijmegen? Bijstandsgerechtigden deelden hun ervaringen met Suzanne Smeets van gemeente Nijmegen. Op deze site de verhalen die daaruit voortkwamen. In de herfst van 2016 wordt een aantal bijstandsgerechtigden ook uitgenodigd voor een groepsgesprek. Hieronder het verslag daarvan.

Een gesprek in drie rondes

Tegen 15.00 uur druppelt de vergaderzaal in het stadhuis vol met bijstandsgerechtigden en een aantal toehoorders. Het clubje toehoorders bestaat uit ambtenaren van de gemeente Nijmegen en medewerkers van het WerkBedrijf en Het Inter-lokaal. Zij zijn benieuwd naar de ervaringen van hun klanten.

Als iedereen op zijn plaats zit, verwelkomt Suzanne Smeets[1], de gespreksleider van de middag, alle aanwezigen en dankt de bijstandsgerechtigden voor hun komst. Ze vertelt dat we deze middag in drie rondes ingaan op de vragen ‘hoe red je het’, ‘waar loop je tegenaan’ en ‘wat heb je nodig’ in de bijstand. De groep bijstandsgerechtigden lijkt in eerste instantie een vrij homogene groep, bestaande uit zeven personen die allen op leeftijd zijn en een Nederlandse achtergrond hebben. Al snel blijkt echter dat hun ervaringen sterk uiteenlopen. We beginnen met een voorstelrondje.

Wie zijn aanwezig?

Clara*, die bijna veertig jaar in de zorg gewerkt, trapt af. Vanaf haar vijftigste heeft ze verschillende flexbanen gehad met tussendoor een WW-uitkering. Na haar laatste baantje had ze nog recht op drie maanden WW voordat ze in de bijstand kwam. Clara moet nog een paar jaar van de bijstand zien rond te komen voordat ze met 66,7 jaar AOW aangevuld met haar pensioen krijgt. Dan heeft ze eindelijk weer wat extra inkomen. “Ik voel me beperkt tot mijn eigen kleine kringetje en moet goed nadenken wat ik wel of niet doe. Met mijn pensioen ga ik het weer ruimer krijgen.”

José* is 62 jaar. Ze heeft sinds februari 2015 een IOAW-uitkering. Op 55-jarige leeftijd kreeg ze ‘ontslag met wederzijds goedvinden’ bij het Radboud UMC. Daarna heeft ze alleen wat korte opdrachten gehad en kwam ze al snel in de bijstand terecht. Bij de aanvraag van de bijstandsuitkering voelde José zich als potentiële fraudeur behandeld. Ze kreeg een hele waslijst met vragen maar kreeg zelf geen antwoord op haar vragen. Ze heeft er “met tranen in de ogen gezeten.” José heeft nauwelijks pensioen opgebouwd en het ABP is wettelijk verplicht het partnerpensioen nu al uit te betalen, terwijl dit nu volledig van de bijstand wordt afgetrokken. Dat terwijl “het inkomen nu is zo laag dat je er niet van kunt rondkomen”.

Jan* zit sinds twee jaar in de bijstand na 38 jaar fulltime gewerkt te hebben en vijf jaar geleden in de WW terecht te zijn gekomen. Hij heeft ondertussen geleerd “keuzes van anderen te accepteren”. Hij komt met de bijstand net te kort. Zijn familie springt bij, “ook al is het moeilijk hulp te aanvaarden. Maar het heeft een bedoeling en het maakt me een beter mens”. Jan gaat nu de deur uit om mensen te helpen. “Ik krijg nu dingen waar ik voorheen, toen ik er geld voor had, niet naar toeging. Ik ken de waarde van het leven nu beter. Er komt veel op je af.”

Petra* ontvangt sinds 3 jaar een uitkering. 2 jaar geleden heeft de klantmanager van de gemeente haar dossier gesloten. Nu moddert ze zelf wat aan. Ze is destijds vanwege een burn-out in de Ziektewet terechtgekomen en van daaruit in de bijstand. Petra is co-ouder. Haar zoon woont de helft van de tijd bij haar en staat om de drie jaar op haar adres ingeschreven in het GBA. Omdat hij nu drie jaar bij zijn vader ingeschreven staat, wordt Petra op haar uitkering gekort en ontvangt ze niet alle toeslagen. Ze moet nu met haar kind zien rond te komen van 840 euro per maand. Tegen alle moeilijkheden staat tegenover “dat je ook mensen leert kennen”. Petra is “blij met fotografie wat bij te verdienen en daarmee de bijstand deels terug te kunnen betalen” .

Willem* heeft voor zijn werk veel gereisd. In 2002 is hij vanwege COPD met zijn werk moeten stoppen. Tot 2011 heeft hij nog een eigen bedrijf gehad. De gemeente heeft hem goed geholpen rondom de beëindiging hiervan. Zijn budget is krap doordat hij extra kosten heeft vanwege zijn ziekte.

Babette* is in 1996 met zeven kinderen in Nijmegen komen wonen en zit hier sindsdien in de bijstand. Ze heeft zich met alle voorzieningen “harmonieus kunnen bewegen en ik heb de kinderen meegegeven dat ze niet alles kunnen krijgen”. De bijstand is minder geworden nu de kinderen de deur uit gaan. “Ik heb er wel een mooi groot huis aan overgehouden”, zegt ze, haar zegeningen tellend. Babette is ziek geworden, waardoor ze een laag energieniveau heeft en niet meer kan werken. “Ik heb wel plannen voor de toekomst en wil zelf dingen neerzetten.” Babette geeft aan nooit onder druk gezet te zijn om te solliciteren. Ze kan goed rondkomen met haar inkomen. “Ik heb blijkbaar niet veel nodig. Ik krijg veel ruimte, coulance en support.”

Toos* zit sinds haar scheiding in 1997 in de bijstand. Ze werkte bij het gemeentearchief. In 1983 heeft ze een herseninfarct gehad, sindsdien spreekt ze moeilijk. Daarom hoeft ze niet te solliciteren. Toos ziet de bijstand als een aanvulling op het partnerpensioen. “Ik heb een klein inkomen, de gemeente vult dit aan zodat ik ervan kan leven.”

Ronde 1: Wat betekent rondkomen van een laag inkomen?

Voor de meeste aanwezigen is rondkomen niet gemakkelijk: sommigen hebben flink wat moeten inleveren sinds ze in de bijstand zitten. “Ik ga bijna niet meer naar het theater”, zegt Clara. “Gelukkig krijg ik van vrienden nog wel eens een voorstelling cadeau” . Ze probeert haar spaargeld te behouden om een buffer te hebben. Laatst moest ze bijvoorbeeld veel inkomstenbelasting terugbetalen, waarvoor ze haar eigen vermogen moest aanspreken. Hierdoor raakt het spaargeld op. “Dat houdt in dat ik eerder bijzondere bijstand moet gaan aanvragen. Ik baal dat ik bijna niet kan sparen. Ik moet nog drie jaar wachten op een nieuwe bank. Op vakantie gaan lukt niet, daar heb ik het moeilijk mee.” Met een IOAW-uitkering zou José niet hoeven in te teren op haar spaargeld. Vanwege haar spaargeld ontvangt ze minder huur- en zorgtoeslag. Met een huur van 650 euro en een bijstandsuitkering van 920 euro kan ze niet rondkomen. Nu leeft ze van haar spaargeld dat “eigenlijk bedoeld was als aanvulling op haar AOW later”. De 25%-regeling is bij haar nooit toegepast waardoor al haar inkomen uit kleine baantjes van de uitkering is afgetrokken. Ze geeft aan dat ze zonder haar toeslagen niet rond zou kunnen komen. “Ik ervaar de bijstand als te weinig. Twintig jaar geleden kon je makkelijk van de bijstand leven of misschien zelfs profiteren. De bijstandsnorm is niet meegegroeid met de economie. Nu ben je zeker geen profiteur meer als je in de bijstand zit.”

Jan gelooft dat “je krijgt wat je nodig hebt”; hij ervaart de bijstand als een mooi vangnet. Voor hem zijn er geen restricties meer waardoor hij zijn eigen weg kan zoeken. “Ik doe veel vrijwilligerswerk. Door je te laten zien, kom je mensen tegen die je nodig hebben.”

Jan heeft schulden. “Dat deze schulden extra druk geven op de financiële situatie is wellicht een understatement.” Gelukkig heeft Jan een instantie gevonden die een ziekenhuisrekening voor hem betaalde. Dat geeft hem wat extra ruimte. In sommige gevallen kan schulden hebben ook makkelijk zijn, legt Jan uit: “Je komt dan overal voor in aanmerking, zoals vrijstellingen en toeslagen. Eigen vermogen is een toetsingscriterium dat sneller tot afwijzing leidt.” Andere aanwezigen vinden schulden niet nodig om voor regelingen in aanmerking te komen. Babette zorgt ervoor dat ze een buffer heeft, zodat ze op het juiste moment iets kan aanschaffen als het in de aanbieding is of als het echt nodig is. Ze vindt het niet prettig bijzondere bijstand aan te moeten vragen. Dit beperkt bovendien de keuzemogelijkheden, wat soms lastig is. Vanwege haar grote gezin wil ze bijvoorbeeld geen standaard fornuis. Een aantal jaar terug had Babette een nare ervaring: in de winkel waar ze terecht kon voor de aanschaf van witgoed werd ze als bijstandsklant onbeschoft behandeld. Ze had daarnaast het gevoel dat het vooral de firma zelf was die van de deal met de gemeente profiteerde.[2] De anderen knikken instemmend; het is maar goed dat dit tegenwoordig niet meer zo geregeld is.

Petra vindt het “niet fijn om in de bijstand te zitten. Ik moet altijd geld lenen. Als mijn zoon er is eten we fatsoenlijk, de andere dagen niet”. Ze beseft dat dit haar eigen gevoel is, maar ze laat de kapotte achterband van haar fiets niet repareren om twee dagen met haar zoon te kunnen kamperen. “Ik red me en heb rijkdom met mensen om me heen.” Gelukkig heeft haar buurvrouw haar spullen nagelaten. “Dat is niet voor niets.” Voor Petra is het een sport om van de bijstand rond te komen. “Je wordt er wel moe van om alles alleen te moeten doen en geen geld voor hulp te hebben. Maar je wordt er wel creatief van.” José wordt liever creatief door betaald werk.

Iedereen aan tafel erkent dat ze keuzes moeten maken. Internet en telefonie zijn tegenwoordig bijvoorbeeld nodig om mee te doen, ook al zijn dit dure uitgaven. Suzanne concludeert:

“Het is afhankelijk van de persoonlijke situatie of je het wel of niet redt. Voor iedereen zijn de extra’s en de onverwachte uitgaven moeilijk.”

Ronde 2: Waar loopt u tegenaan?

Jan vindt het jammer dat er weinig steun is als je wilt werken. Personen boven de 55 met een bijstandsuitkering worden vanuit het WerkBedrijf niet of nauwelijks begeleid naar werk. Dit maakt de kans op werk veel kleiner. José zegt: “Ik kan en wil werken, de enige reden dat het niet lukt is mijn leeftijd. Als er werk genoeg was, werkte ik. Ik kan zoveel en heb zoveel gedaan.” Dit geldt voor meerdere mensen in dit gezelschap.

Ziek zijn kost geld

Babette mist voldoende vergoeding voor alternatieve zorg in de CAZ-regeling[3] van de gemeente Nijmegen. “Met de vergoeding van 300 euro uit het aanvullende pakket kom je niet ver. Bij reguliere zorg zijn afspraken, tests en medicaties mogelijk. Hiervoor is bij de alternatieve zorg onvoldoende ruimte. Voor een echte behandeling is al snel 1.000 euro nodig op jaarbasis.” Ze doet dus een dringende verzoek aan de gemeente om dit goed uit te onderhandelen voor de komende jaren.

Jan is daarentegen erg tevreden over zijn gratis bril via de CAZ. “Ik ben met de CAZ prima verzekerd. Alternatieve zorg zou een goede aanvulling kunnen zijn.” Door zijn ziekte maakt Willem jaarlijks zo’n 380 euro extra kosten. Voor hem zou extra financiële ondersteuning daarom welkom zijn en de situatie draaglijker maken. Tot een paar jaar geleden waren er nog regelingen voor chronisch zieken. Nu is het financiële einde voor Willem “dik in zicht”.

Clara vindt het betuttelend dat de premie voor de CAZ van de uitkering wordt afgetrokken. “Ik ben toch geen snotneus! Ik word zo niet als volwaardig persoon gezien. Het zou beter zijn om bij de uitvoering van een maatregel te kijken naar de persoon.”

Intake

De klanten merken dat het toezicht is verscherpt, maar ook de willekeur van de ambtenaar tegenover hen. De ervaringen lopen uiteen. Bij de bijstandsintake komt de negatieve houding van de ambtenaren naar voren. “Het is al erg als je een aanvraag voor bijstand moet doen”, geeft José weer. “Je bent dan een loser. Ik dacht dat de ambtenaar een soort coach zou zijn die me ging helpen.” Ze had alle papieren netjes in een mapje met tabbladen gedaan. Haar klantmanager zei: “Dat heb ik niet nodig” en gooide pardoes alle overbodige stukken eruit.

Ook Petra heeft de financiële aanvraag als vernederend ervaren; “door de houding van het jonge grietje tegenover me die me als potentiële fraudeur behandelde. Ik zit daar niet voor mijn plezier, maar daar wordt je niet naar behandeld. Het is je beroep [als klantmanager], je hoeft mensen niet te kleineren. Als je dat wel doet, ben je niet geschikt voor dit werk”.

De heren in het gezelschap hebben goede ervaringen met de ambtenaren. Willem, die sinds 2012 in de bijstand zit, geeft aan dat de schuldsanering vanaf de eerste dag goed geregeld was. Maar ook Babette heeft geen problemen ervaren met de behandeling die zij krijgt vanuit de sociale dienst.

Onduidelijke regels

De communicatie vanuit de gemeente is niet altijd even duidelijk. En als de klant om meer informatie vraagt, blijkt dat ook intern niet altijd eenduidigheid is over de uitvoering van maatregelen.

Een voorbeeld hiervan schetst José die de gemeente belt met een vraag over de regels omtrent de inkomsten vrijlating voor het bieden van onderdak aan lopers tijdens de Vierdaagse maar geen duidelijk antwoord krijgt:

Vraag: “Voor hoeveel dagen geldt de vrijlating?”
Antwoord: “Voor de Vierdaagse? Vier dagen, ha, ha, ha.”
V: “Wat als de lopers een paar dagen langer blijven?”
Antwoord blijft uit.
V: “Voor hoeveel lopers mag je vergoeding ontvangen?”
A: “Ik denk wel dat dat er meerdere mogen zijn.”
V: “Waarom moeten deze inkomsten opgegeven worden als het toch vrij gelaten wordt?”
A: “Doe toch niet zo moeilijk.”

Willem heeft gehoord dat je een bepaald bedrag mag bijverdienen naast je uitkering en wil weten of dat klopt. Suzanne antwoordt dat mensen in de bijstand zes keer in één jaar 25% van de bijverdiensten mogen houden, tot maximaal 198 euro. Een ingewikkelde regel die niet altijd duidelijk gecommuniceerd wordt met de klanten. Voor klanten met onregelmatige (bij)verdiensten is het soms lastig het statusformulier op de juiste manier in te vullen. Petra vindt het lastig dat je alles moet opgeven, “ook de verkoop via Marktplaats. Aan de andere kant wordt dat dan beoordeeld”. De vraag rijst hoever je hierin moet gaan. Zo meldt Willem dat hij vaak niet heeft opgegeven dat hij bij mensen heeft gegeten. “Zou dit dan wel moeten?!”

José ontving een “boze brief” toen ze haar te verwachten inkomsten over juni niet op het statusformulier had ingevuld dat ze voor 1 juni moest inleveren. Ze vraagt zich af of ‘de gemeente’ op haar rekening kan kijken. Hoe kunnen ze anders weten dat ze inkomen heeft? Ze concludeert dat het erop lijkt dat het software systeem van de gemeente uit gaat van patronen. “Als je in een bepaalde maand inkomen hebt, gaat het systeem ervan uit dat je het volgende jaar in dezelfde maand ook inkomen hebt. En fouten worden vervolgens niet altijd goed gecorrigeerd.” José is mondig en is een bezwaar tegen de gemeente gestart om deze fouten recht te zetten.

Petra vult haar inkomsten altijd achteraf in als duidelijk is wat ze precies heeft verdient en heeft daar nooit problemen mee gehad.

Ronde 3: Welke ondersteuning heeft u nodig?

De aanwezigen hebben allemaal een eigen manier gevonden om van de bijstand te kunnen leven. Ze merken op dat bijzondere bijstand regelingen vaak algemeen gesteld zijn en weinig rekening houden met individuele situaties. Sommige regelingen lijken daarnaast overbodig. Is de vergoeding voor de dure restafvalzakken nodig? Verschillende klanten weten dat je afval ook kwijt kunt in kleine zakjes in de openbare afvalbakken.

De Meedoen-regeling van vorig jaar was leuk, maar niet functioneel omdat de keuze beperkt was. Clara vertelt: “Ik zit op Bodydance, ballet en dat soort dingen. Er doet maar één zo’n school mee. Ik ga niet naar een andere school.” De keuzevrijheid vergroten via een restitutie- of declaratiesysteem zou een goede oplossing zijn. “De gemeente moet er wel voor zorgen dat iedereen goed geïnformeerd is over de regeling, zodat ook echt iedereen kan meedoen.” Jan vond het geweldig dat hij dankzij de Meedoen-regeling tien keer naar de Lindenberg is geweest en dus tien voorstellingen heeft gezien waar hij vroeger nooit naar toe zou zijn gegaan. “Geweldig! Echt een avondje uit. Waar blijft de regeling voor dit jaar?”, want hij heeft al gezien dat het besluit hiervoor is genomen[4]. Netwerken Het is een drempel om mee te doen aan dingen die geld kosten. Doordat je geen betaalde baan en weinig geld hebt zit je veel binnen. Babette vraagt zich af hoe Jan dat gedaan heeft om zelf naar buiten te gaan om zijn netwerk te versterken. “Ik zou graag meer mensen met bijstand willen ontmoeten om elkaar te kunnen helpen.” Petra en José zitten in de Netwerkgroep45Plus. Deze groep, die fysiek bij elkaar komt, is gericht op het vinden van (betaald) werk. Het biedt de deelnemers, die veelal op latere leeftijd zonder werk zijn komen te zitten, ruimte om op krachten te komen. Iedereen kan binnen dit netwerk zelf een groep starten vanuit de eigen interesse. Petra is blij met de stimulans die ze ontvangt bij het netwerk, want van de gemeente hoort ze al twee jaar niets meer. “Ik heb ook de gemeente iets te bieden. De belangstelling daarvoor mis ik”, zegt ze. Er volgen meerdere suggesties vanuit de groep over hoe je mensen kunt ontmoeten. Via de Stip is het mogelijk om je ergens bij aan te sluiten, daar ligt heel veel informatie, er zijn ook creatieve centra en je hebt Stichting Step. Daarnaast is er nog Gilde Nijmegen waar kennis gedeeld wordt en mensen begeleiding kunnen krijgen.

Zowel de vraag naar ontmoetingsmogelijkheden voor bijstandsgerechtigden als het aanbod van initiatieven lijkt groot. Een centrale vindplek voor alle initiatieven in de stad is gewenst. Er wordt gesuggereerd dat de gemeente het op zich zou kunnen nemen om een site met vraag en aanbod op te zetten. De gemeente weet tenslotte wat er in de stad gebeurt en kan mensen hierover informeren. Babette heeft hiermee nog niet het clubje mensen “waarmee ik een klik heb en die mij energie geven”, maar kan wel haar zoektocht starten.

Creatieve oplossingen om mee te doen

Toos is al druk met allerlei vrijwilligerswerk en heeft geen tijd en behoefte aan een extra groepje. Dankzij het vrijwilligerswerk heeft ze “veel contacten en mensen die iets voor je willen doen zoals behangen”. Ze is dan ook een “gelukkig mens en zou dit niet willen missen”. Jan merkt dat er zoveel zaken zijn waar je gratis naartoe kunt. Dankzij zijn vrijwilligerswerk is hij bijvoorbeeld naar de Matthäus Passion geweest. “Ga er naartoe. Er blijkt zoveel moois te zijn. Toen ik nog werkte, ging ik niet naar zulke dingen en nu brengt het me veel. Je hoeft er alleen een eerste stap voor te zetten.” José is aangesloten bij Ugenda, waar ze recensies voor schrijft zodat ze gratis naar voorstellingen kan.

De gemeente zou mensen meer kunnen stimuleren om bij elkaar te komen en elkaar te helpen. Oudere bijstandsgerechtigden zouden hun kennis en ervaring kunnen delen met jongeren. Babette meldt: “We kunnen helpen met budgetteren of het vinden van werk. Deze groep bijstandsgerechtigden heeft veel te bieden. Ik wil graag meer naar buiten gaan en de verbinding aangaan.”

Tot slot

Alle deelnemers aan het gesprek deze dinsdagmiddag waarderen dat ze hiervoor uitgenodigd zijn en voelen zich hierdoor gehoord. Ze willen allemaal graag gezien worden als individu en niet als een “potentiële fraudeur; op een foto met een balkje voor de ogen als bijstandstrekker”.

* Alle namen van de bijstandsgerechtigden zijn gefingeerd.

[1] Suzanne heeft als trainee bij de gemeente de opdracht gekregen om ‘de leefwereld van bijstandsgerechtigden en de systeemwereld van organisaties die hen proberen te helpen dichter bij elkaar te brengen’. In dat kader is deze bijeenkomst georganiseerd.

[2] In het verleden werd de Bijzondere bijstand voor huishoudelijke apparaten (witgoedregeling) in natura verstrekt via de firma Doorman. Dit is momenteel niet meer het geval.

[3] Gemeente Nijmegen biedt Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekeringen (CAZ) aan voor inwoners met een laag inkomen.

[4] Die gaat in oktober 2016 van start, mensen waarvan de gemeente weet dat zij recht hebben op deze regeling ontvangen een brief hierover. Via de Meedoen-regeling kunnen volwassenen met een laag inkomen een bijdrage van maximaal 150 euro krijgen voor een activiteit op het gebied van cultuur, sport of educatie.