Met Stip


Het gesprek met Merel vindt plaats bij de Stip in wijkcentrum Titus Brandsma. Ze is begin 50, maar oogt jonger. Een flinke vrouw met veel energie. Sinds twee jaar werkt ze als vrijwilliger bij de Stip.

Slachtoffer van bezuinigingen

Zeventien jaar lang heeft Merel als ambulant hulpverlener bij een zorginstelling gewerkt. Ze had een vaste aanstelling voor 25 uur. Haar functie is wegbezuinigd waardoor ze in de WW terecht kwam. De WW was ongeveer net zo hoog als de bijstand omdat ze maar een 25-uren contract had. De overgang van de WW naar de bijstand was voor Merel dus niet zo groot.

Aanpakker

Merel kan niet thuis zitten en is leergierig. Daardoor is ze via via bij de Stip Oud-West terecht gekomen en heeft ze meegeholpen bij de opbouw van dit team. Het Stip-team bestaat voor een groot deel uit mensen met een bijstandsuitkering. De anderen hebben op een andere manier inkomen waardoor ze niet (betaald) hoeven te werken. Ook al vindt Merel het werk bij de Stip fijn, ze wil toch graag haar eigen inkomen verdienen. Sinds kort heeft ze een participatieplaats voor 24 uur. De organisatie, waarvoor ze nu werkt, heeft een intentieverklaring getekend waardoor ze “waarschijnlijk mag blijven in, hopelijk, een reguliere baan”. Daarnaast blijft ze één dagdeel bij de Stip werken omdat ze verbonden is aan deze Stip en de bewoners. “Ik wil graag mijn steentje bijdragen.”

Wat overhouden

Dankzij de participatiebaan ontvangt ze twee keer 600 euro extra. “Dat is veel geld als je in de bijstand zit” en ze mag dit naast haar uitkering houden.

Toen ze nog een vaste baan had woonde ze in een huurhuis boven de huurgrens, waardoor ze niet in aanmerking kon komen voor huurtoeslag. Toen ze in de WW kwam werd deze woning te duur voor haar. Via Entree is Merel in een andere woning in Beuningen terecht gekomen. Fijn dat deze woning betaalbaar was, maar het paste niet bij haar. Daarom is Merel een tweede keer verhuisd en woont ze nu in een appartement in de oude kern van Lent. “Voldoende ruimte voor een alleenstaande én huurtoeslag. Maar twee keer verhuizen was wel een aderlating.” Het spaargeld dat ze had toen ze nog salaris kreeg is nu dus op.

Ze wil ook graag haar autootje houden “voor het werk en de sociale contacten. Maar nu heb ik geen geld meer voor iets extra’s. De pc is gecrasht en nu heb ik via Wehkamp een nieuwe laptop gekocht. Dit is voor de eerste keer in mijn leven dat ik op afbetaling iets koop. Het kan nu niet anders” . Omdat er nu al langere tijd niets extra’s bij gekomen is, houdt Merel geen geld meer over voor leuke dingen. “Ik houd maandelijks niets over. Ik koop al drie jaar geen kleren meer. Dat is niet leuk, maar ik zie er nog wel netjes uit. Ik moet nu kiezen óf schoenen kopen óf een avondje stappen. Ik wil mijn positieve insteek houden. Langdurige bijstand is reden tot depressiviteit.” Volgend jaar kan ze weer eens op vakantie dankzij het extra geld dat ze krijgt vanuit de participatiebaan. Merel verheugt zich daar nu al zichtbaar op.

“Naar sommige mensen toe schaam ik me soms. Het is niet leuk om steeds te moeten vertellen dat ik geen cadeautjes kan kopen voor een verjaardag. Ik leef twee dagen van een tientje. Gelukkig begrijpen veel mensen mijn situatie.” Met een vriendenclub heeft ze hun maandelijkse etentje uit omgezet in thuis koken en samen eten. “Ik wil niet dat ze voor mij gaan betalen omdat ik weet dat ik niets kan teruggeven.”

Onbekend met mogelijkheden

Ook al heeft Merel zelf in de zorg gewerkt, ze had nooit van bijzondere bijstand gehoord, totdat ze zelf in de bijstand kwam. Dat gebeurde pas toen ze bij de Stip terecht kwam. “Je moet getipt worden over alle regelingen. Bij de Stip bereiden we mensen voor op het leven in de bijstand.” De individuele inkomenstoeslag voor mensen die lang in de bijstand zitten, beschouwt Merel als een klein goedmakertje. Want aan de andere kant is er de jaarlijkse huurverhoging, gaan de zorgkosten steeds omhoog en gaat er van alles uit het zorgpakket. “Dit grijpt je naar de strot. Ik overbrug dat wel”, zegt ze, omdat ze er in blijft geloven dat ze wel weer in een reguliere baan terug zal komen.

Merel is geschrokken van de complexiteit rondom en de ellende als gevolg van armoede die ze bij de Stip ziet. Ze ziet dat het grootste gedeelte van de klanten allang aan het overleven is en in de schulden zit. Zelf zit ze net 15 euro boven de grens voor de Voedselbank. Gezinnen met kinderen komen hiervoor eerder in aanmerking.

Creatief

Merel merkt dat je van armoede creatief wordt. “Ik heb een salontafel van pallets gemaakt toen ik een nieuwe nodig had. Als ik straks geld heb, blijf ik die maken omdat ik dat leuk vind. Als ik een plantje nodig heb voor in de tuin, dan vraag ik aan vrienden of ze toevallig een plant over hebben. Er zijn genoeg mensen die willen delen.” De omgeving is ondersteunend, zeker als je, net als Merel, dat ook naar je omgeving bent. “We herkennen dingen van elkaar. Bij de Stip leren we mensen om meer te delen met de omgeving. Sommige hebben dat niet geleerd en de schaamte is groot.” Ze ziet ook dat mensen niet weten hoe ze hun financiën moeten rondbreien als er een rekening komt.

Volgens Merel moet er een kanteling komen in de zorg. Ze heeft zelf overwogen om als ZZP-er aan de slag te gaan in haar werk. Maar dat is eng als je ‘uitgedund’ bent en geen back-up hebt in de vorm van een partner met inkomen of een spaarpotje. Ze mag in de bijstand gebruikmaken van een scholingsvoucher om een cursus of studie te volgen om haar kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. De klantmanager van het WerkBedrijf ondersteunt en stimuleert haar hierin. Er is erkenning dat ze in een moeilijke situatie zit.

Help dit?

Het UWV was voor Merel zakelijker en minder toegankelijk en meelevend. “Je bent bij het UWV een nummer.” Het WerkBedrijf maakt dat weer goed; “daar kun je wat halen” en word je goed begeleid, volgens Merel.

Informatie halen bij het aanvragen van een bijstandsuitkering bij de gemeente gaat vaak moeizaam, volgens haar: “Je moet bellen voor een afspraak. Bij de afspraak worden zaken staccato meegedeeld en dan word je weer weggestuurd. Je krijgt te weinig informatie om mee uit de voeten te kunnen. Je zit al in een moeilijke situatie. Dan kan het wel meer humaan. Veel mensen hebben hulp nodig. Die komen dan bij de Stip.” Daar worden dan stap voor stap de lijsten doorgenomen. “De gemeente kan de mensen zo wegsturen omdat ze klanten naar de Stip kunnen sturen voor hulp. Mensen komen met post-its bij de Stip.”

Droombeeld

“Ik zou hier bij de Stip betaald willen werken en daarmee genoeg geld willen verdienen om ruim van te kunnen leven”, zet Merel haar ideale levenssituatie uiteen. Verder wil ze graag in haar autootje blijven rijden, op vakantie gaan naar haar geliefde Griekenland, vrienden blijven zien en een paar maanden vrijwilligerswerk doen in Afrika. “Als je ziet waar ze daar gelukkig mee zijn. Dat wil ik ook even ervaren. Daar zorgen ze voor elkaar en woont oud en jong bij elkaar. De sociale cohesie brengt daar vreugde. Hier doen mobieltjes en spullen dat.”