“Mijn kinderen leven niet in armoede”


Het is een drukte van jewelste bij Christine (49) thuis als de kinderen uit school komen. “Soms heb ik er drie, maar een andere keer zijn er wel zeven kinderen over de vloer”, zegt Christine lachend. Of het kan dat ze allemaal uit spelen, naar muziekles, hiphop, of voetbal zijn. “De middag staat over het algemeen in het teken van allerlei activiteiten van de kinderen.”

Christine woont met haar drie kinderen van 7, 9 en 11 jaar in een kleurrijk en knus huis in Lent. Het huis hangt vol met foto’s, knutselwerken en tekeningen van de kinderen, die duidelijk een belangrijke rol in Christine’s leven spelen. Christine woont hier met veel plezier. “Het is een fijne buurt, echt een paradijs voor de kinderen die hier overal vrij kunnen spelen.”

Druk, druk, druk

Christine is zelf ook druk met allerlei activiteiten. Ze organiseert lezingen bij het Han Fortmann centrum, doet aan beeldhouwen, onderhoudt een moestuin, is actief in de cliëntenraad van de Participatiewet, zit in een zangensemble en geeft pianolessen. Dit laatste is een soort ruilhandel, ze geeft bijvoorbeeld een pianoles in ruil voor een avondje oppassen. Verder verleent Christine mantelzorg aan haar oudste zus, die in de psychiatrische zorg zit. Daarnaast zorgt ze zo nu en dan voor haar nichtje van 10, voor wie ze crisispleegouder is.

Na het afronden van de studie Culturele Antropologie is Christine aan de slag gegaan in de vluchtelingen- en migrantensector. Ze voltooide ook de opleiding Toegepaste Integrale Psychologie en verschillende losse opleidingen gericht op coaching werk. Van het geven van persoonlijke en loopbaan coaching maakte ze vervolgens haar beroep. Door een scheiding in 2010 is Christine in de bijstand terecht gekomen. Na de scheiding heeft ze nog twee jaar doorgewerkt maar “dit was gewoon te zwaar, alleen met drie kinderen, waardoor ik een zware burn-out kreeg. Ik kon op een gegeven moment de weg naar huis niet meer vinden”.

Bijstand

In eerste instantie kreeg Christine ondersteuning vanuit Bureau Zelfstandigen van de gemeente; haar inkomsten als zelfstandige werden aangevuld tot bijstandsniveau. “Dit liep wel, maar leverde te veel druk op. De stress van het huishouden en de druk van steeds nieuwe opdrachten moeten binnenhalen werd teveel.” Op advies van een psycholoog is Christine gestopt met haar eigen bedrijf om te herstellen. Dit was een groot besluit na twaalf jaar. “Het heeft een half jaar geduurd om te accepteren maar gaf uiteindelijk wel meer rust. Achteraf was het een goede beslissing. Ik hoefde niet meer van hot naar her te rennen.”

Christine heeft vanwege haar burn-out momenteel geen sollicitatieplicht. Ze heeft nog wel gezocht naar een baan van 16 uur in de buurt en is een keer tweede geworden bij een sollicitatie. “Toen ik daarna bij het WerkBedrijf kwam, zakte de moed me in de schoenen over wat ze te bieden hebben Er waren geen passende vacatures voor mij.” Christine besloot zich nog wel aan te melden bij een denktank voor hogeropgeleiden maar geeft aan het liever zelf te doen. “Ik richt me op mijn eigen netwerk. Ik vind het niet erg, ik had ook niets verwacht [qua begeleiding naar werk].”

“Ik ken het om geld te hebben en om het niet te hebben.”

Hoe red je het?

“Ik heb na de geboorte van mijn kinderen ook steeds een pauze genomen met werken. Ik ben wel gewend aan financieel goede en slechte periodes en soms minder geld hebben. Ik ben niet opeens in een enorm gat gekukeld.” Volgens Christine is de lastige kant van weinig geld hebben dat je niet meer flexibel bent: “Je kunt niks extra’s doen.”

“We leven niet in armoede, ik ben daar wel creatief in. Stichting Leergeld heeft me enorm geholpen; mijn kinderen kunnen sporten en naar muziekles. Ze gaan minder vaak op vakantie en krijgen minder vaak nieuwe schoenen, maar dat is eigenlijk geen probleem.” Christine geeft aan dat haar kinderen wel begrip hebben voor de situatie. “Als ze iets extra’s willen, ga ik samen met de kinderen kijken wat van hun speelgoed nog iets oplevert en wat ze kunnen verkopen. Het gaat om creatief zijn en keuzes maken in wat je belangrijk vindt op dat moment.”

Sociaal netwerk

“Op zich heb ik een heel prettig netwerk. Als ik een oppas nodig heb, is dat meestal wel te regelen.” Dit komt voornamelijk door de prettige woonomgeving in de wijk. “We zorgen over en weer voor elkaar.” Op werkvlak ervaart Christine ook voldoende ondersteuning van mensen die willen meedenken over haar bedrijf. “Er zijn wel wat mensen weggevallen in verloop van tijd maar het is een prima netwerk. Ik ben wel van mijn netwerk afhankelijk als ik ergens naartoe wil.” Een oppas betalen lukt simpelweg niet van het bijstandsbudget.

Wat moet er anders?

Als ik vraag waar ze tegenaan loopt, heeft Christine nog wel een puntje. Ze vindt de toon in de Nieuwsbrief Werk en Inkomen wat betuttelend en belerend. “Je wordt in nieuwsbrieven altijd aangesproken als iemand die arm en hulpbehoevend is. Je wordt gewezen op waar je terecht kan voor kleding en eten, maar wordt niet gezien als iemand die door omstandigheden in de bijstand zit. Er is misschien wel een grote groep die het nodig heeft, maar voor mij is het soms te betuttelend.”

Iets anders waar je in de bijstand tegenaan loopt is volgens Christine dat het vaak niet lukt ‘om mee te doen’ omdat veel dingen nu eenmaal geld kosten.

“Wat er qua activiteiten [via de Meedoen-regeling] geboden wordt is aardig, maar als je mensen echt wil laten participeren dan moet je meer doen en maatwerk leveren. Het huidige aanbod sluit lang niet altijd aan bij de behoefte van mensen. Waarom zouden mensen in de bijstand blij moeten zijn met iets marginaals? Je kunt wel naar het zwembad, maar ik kan bijvoorbeeld niet naar een concert.”

Daarnaast hamert Christine op het feit dat er tijd vrijgemaakt zou moeten worden om bij mensen op huisbezoek te gaan om te kijken hoe het eigenlijk met ze gaat. Nu draait het om het afleggen van rekenschap. “Mensen moeten met bankafschriften komen, maar dan weet je toch helemaal niet hoe het met mij gaat?! Uiteindelijk wil je toch dat ik als gezond mens deelneem aan de arbeidsmarkt?” Ook de mensen met een blijvende afstand tot de arbeidsmarkt worden volgens Christine nu niet bereikt.

“Het gaat er om dat mensen meer in beeld zijn en dat je weet waar iemand tegenaan loopt. Ga het vragen.”

“Kijk bijvoorbeeld naar allochtone vrouwen met vier kinderen die niet goed de weg weten te vinden naar instanties, zij zijn vaak chronisch overbelast maar dat zie je lang niet altijd.” Als laatste punt brengt Christine in dat ze het erg ouderwets vindt dat het statusformulier nog altijd per post opgestuurd of langsgebracht moet worden. “Dat laatste geeft een vervelend gevoel, daarom stuur ik het soms op.”

Toekomst

Christine wil haar vroegere werkzaamheden langzaamaan weer oppakken. Ze is recent begonnen met netwerken om te kijken of ze haar bedrijf nieuw leven in kan blazen. “Door met mensen in gesprek te gaan probeer ik te inventariseren wat er leeft in de trainingenmarkt en welke cursussen ik zou kunnen geven. Ik breng in kaart wat ik kan en hoe ik dit in de markt kan zetten.” Christine hoopt in september de eerste opdrachten binnen te halen en er na een half jaar weer van te kunnen leven.

Haar ideaalbeeld ziet Christine wel voor zich: “Aan het werk zijn, genoeg opdrachten en een groter huis met eigen werkruimte voor coaching gesprekken. En natuurlijk dat het goed gaat met de kinderen!” Ze wil niet meer alleen een verzorgende rol, maar ook op niveau haar kwaliteiten kunnen gebruiken en participeren in de arbeidsmarkt. Christine mijmert: “Het mooiste zou zijn als ik het volledig zelfstandig red en geen ondersteuning meer nodig heb.”