Naar de geest van de wet, wat is dan eerlijk?


Het gesprek met Helen vindt plaats bij haar thuis. Ze komt oorspronkelijk uit Ubbergen, maar woont al bijna 25 jaar in Nijmegen, waarvan de laatste 10 jaar in haar huidige woning in Nijmegen-Oost. Ze woont hier samen met haar zoon Ruud van 22 jaar.
Twintig jaar geleden, op de avond voordat Helen na haar zwangerschapsverlof weer aan het werk zou gaan, kreeg haar man een herseninfarct. Hij was toen al langere tijd ziek. Er volgden meerdere infarcten en hij kon de zorg van hun zoontje niet op zich nemen, zoals destijds was afgesproken. Ondanks dat ze als gezin het maximale aantal uren huishoudelijke zorg kregen (9 uur per week), zaten vader en zoon vaak uren alleen onverzorgd thuis. In overleg heeft Helen toen ontslag genomen om voor haar mannen te zorgen en raakte zo in de bijstand.

Toen Helen’s zoontje 2 jaar was, overleed haar man. Ondanks dat Helen toen officieel geen arbeidsverplichting had als alleenstaande moeder, gaf ze aan dat ze graag wilde werken. Dit werd haar echter ontraden; het zou beter zijn om rustig aan te doen en de tijd te nemen, aangezien de afgelopen twee jaar ontzettend heftig waren geweest. Ze kon thuis blijven tot haar zoon 5 zou worden. Toen Ruud naar school ging begon het weer te kriebelen dus gaf ze aan in aanmerking te willen komen voor omscholing. ‘Nee, dat doen we nog niet, wacht nog maar een jaar’, was het antwoord.

Aangezien Helen bleef vragen om omscholing, werd ze naar een keuringsarts gestuurd. De keuringsarts oordeelde dat het beter zou zijn als ze niet zou gaan werken gezien de reuma. Anders zou ze binnen vijf jaar in een rolstoel terecht kunnen komen. Helen wilde desalniettemin graag aan het werk. Ondanks haar achttien jaar werkervaring bij een gemeente in de regio Nijmegen, was om- of bijscholing noodzakelijk aangezien haar kennis inmiddels gedateerd was. Er waren veel veranderingen doorgevoerd en ze had niet de juiste vooropleiding. Bijscholing werd haar echter niet gegund omdat ze al boven de 40 en chronisch ziek was. Ze zeiden: “We steken geen geld in bijscholing, we verwachten dat je toch binnen vijf jaar thuiszit. We geven andere mensen de kans om om te scholen.”

Nooit zekerheid

Zo bleef Helen altijd afhankelijk van de bijstand en andere regelingen om haar leven en dat van haar zoon te bekostigen. Dit lukte redelijk totdat Ruud 18 jaar werd. Mede door het in vijftien jaar bijeengeschraapte spaargeld hebben zij het samen een hele tijd kunnen redden. “Als je kind klein is, dan heb je veel minder kosten en uitgaven.” De extraatjes legde Helen opzij. “Het inkomen van toen was toereikend om van te leven. Het inkomen is niet veel meer geworden, maar de uitgaven wel.”

“Verkeren in de bijstand geeft nooit zekerheid, nooit stabiliteit.”

Toen Ruud op zijn 18de studiefinanciering kreeg, werd dit bedrag gekort op de gezinsuitkering. Later, toen hij een betaalde stage kreeg, werd er ook nog eens gekort op de huur- en zorgtoeslag. Ruud heeft ondanks zijn ontwikkelingsstoornis altijd bijbaantjes gehad om zo een zakcentje te verdienen. Nu moet hij de helft van zijn inkomen in de huishoud pot stoppen zodat ze maandelijks net kunnen rondkomen. Het komt regelmatig voor dat hij aan het einde van de maand de koelkast opentrekt en deze leeg is. In de jaren heeft Helen wel geleerd hoe ze zuinig moet leven. Zo verbouwt ze haar eigen groente. Ondanks dat is het nog krap. Helen is van mening dat Ruud, mede hierdoor, niet het leven kan leiden wat zij hem toewenst. Al haar spaargeld heeft zij ingezet om te voorkomen dat haar zoon moet starten met een studieschuld.

“Verdorie, ik kan er niets aan doen, ik ben niet door onachtzaamheid in de bijstand geraakt, maar met een reden. Ik heb niet gevraagd om een chronische ziekte.”

Stapeling van bezuinigingen

Helen is door de reuma dan wel volledig afgekeurd en heeft geen arbeidsverplichting, de maatregelen die genomen worden om bijstandsgerechtigden te stimuleren om aan het werk te gaan gelden net zo goed voor haar.

“Mijn koopkracht is niet met een paar procent, maar met heel veel procent gedaald de laatste jaren.” Een opstapeling van bezuinigingen heeft Helen hard getroffen. Het is begonnen met het schrappen van de belastingaftrek voor chronisch zieken. Dit was 800 euro per jaar, werd toen met de helft verminderd en is nu zelfs helemaal afgeschaft. “Ook de gemeentelijke regeling chronisch zieken is afgeschaft en de bijzondere bijstand is versoberd. Nu kun je een lening krijgen om een nieuwe wasmachine te kopen.”

“Er is absoluut geen maatwerk.”

Helen had een vervoerskostenvergoeding van 1.100 euro per jaar, maar die is recent ook afgeschaft. Daarvoor in de plaats is de regeling openbaar vervoerskosten gekomen. “Hiermee kun je gratis met het openbaar vervoer reizen, maar wel alleen binnen de gemeentegrens.” Helen’s moeder woont echter net daarbuiten. Hoewel dit maar 4,5 km van Helen vandaan is, doet ze er met het openbaar vervoer anderhalf uur over om daar te komen. Met de auto is het acht minuten. Dit is voor Helen extra lastig omdat ze snel moe is. “De afstand naar de bushalte en het overstappen kost te veel energie. Hoe kan de gemeente denken dat een busabonnement binnen Nijmegen het gebruik van een eigen auto kan compenseren?” Het advies om gebruik te maken van de Regiotaxi is niet haalbaar door te hoge kosten. En ook daarbij geldt een lange reistijd doordat mensen onderweg moeten worden opgehaald en afgezet.

Al die maatregelen én het feit dat Ruud 18 jaar werd, hebben Helen tot de rand van de armoede gedreven. Helen maakt zich zorgen over de toekomst. De krappe financiële situatie brengt enorme stress met zich mee. Vooral als er plotseling iets naar boven komt waarop ze niet is voorbereid. “Hoe ouder ik word, hoe moeilijker het voor me gemaakt wordt.” Al met al is Helen’s inkomen met 20 % gedaald. “Premier Rutte zegt: ‘We zijn uit de crisis’. Sorry, ik ben absoluut niet uit de crisis, ik raak steeds verder in de crisis!”, roept Helen uit. Door de onzekere financiële situatie wordt haar gezondheid ook alleen maar slechter, waardoor haar zorgkosten stijgen. Helen is gefrustreerd en moe en straks moet ze met haar slechte gezondheid ook nog langer thuisblijven.

“Ik heb altijd mijn stinkende best gedaan, maar iedere keer word ik naar beneden getrokken. Iedere keer opnieuw, en dat kost me mijn gezondheid. Ik raak zo langzamerhand verbitterd. Dat vind ik heel erg en neem ik de overheid kwalijk.”

Versobering en ongewenst afhankelijk

Het doet Helen verdriet dat ze afhankelijk is van haar moeder, en straks van haar zoon. “Mijn moeder springt af en toe bij, maar zij leeft ook maar van een AOW. Het kan eigenlijk niet. Als mijn moeder er straks niet meer is om af en toe wat toe te stoppen, dan weet ik niet of ik het nog red.” Helen draagt tweedehandskleding en heeft tweedehandsmeubels in huis. “Die staan er al acht jaar en heb ik ooit van de Nederlandse Bond voor Ouderen gekregen. En denk je dat het voor mij fijn is dat mijn zoon mij straks moet gaan onderhouden? Dat is niet de taak van de zoon voor de moeder, maar andersom.”

“Ik ben 60 jaar, het kan toch niet zo zijn dat mijn moeder van 90 jaar mijn schoenen betaalt?!”

Aan haar buren heeft Helen veel steun. “Mijn buren, daar heb ik wat aan. We helpen elkaar in moeilijke tijden, we zijn er voor elkaar. Soms heeft de een wat meer steun nodig dan de andere, dat is geen probleem, daar wordt niet over gekletst. Maar ik kan ze niet vragen structureel hier een handje toe te steken.” Helen heeft momenteel wekelijks nog drie uur huishoudelijke hulp: “Een hele goede. Maar ze richt zich alleen op binnen; buitenshuis wordt niet gedaan, wie dat doet is de vraag. Hulp bijkopen voor 8,64 euro per uur is voor Helen niet haalbaar. Ruud doet wel zijn klussen, maar kan het hele huishouden niet aan.

Helen is lovend over de hulp die ze vanuit gemeente Nijmegen heeft gehad. “De gemeente kan er niks aan doen, zij hebben alles gedaan om me te ondersteunen.” Ze ligt de schuld van haar benarde financiële situatie bij ‘Premier Rutte en de zijnen’.

Ruud

“Mijn zoon werkt zich een slag in de rondte, hij is 7 dagen per week bezig. Hij rondt nu zijn opleiding af en is bezig met het opstarten van een eigen bedrijf.” In de loop der tijd is duidelijk geworden dat alleen werken het beste bij hem past. Helen is blij dat hij heel veel kan. “Zijn handen staan niet verkeerd, hij zal zich altijd kunnen redden met werk.”

Volgens Helen is het tijd dat Ruud op zichzelf gaat wonen. “Het huis is klein, hij heeft een vriendin die hier weleens blijft slapen en bij haar thuis is het ook niet groot. Ze zijn eraan toe om samen te wonen. Het vinden van een geschikte woning is echter niet gemakkelijk. “Vind maar eens een huurwoning via Entree. Dat zit er niet in, hij is vier jaar ingeschreven, dat is niks.” Ook de financiën spelen een rol, verzucht Helen. “Eigenlijk wordt hij min of meer het huis uitgejaagd. Er is altijd gedoe over geld, hij is het zat, en ik ook.”

Eerlijkheid brengt je het verst. Maar is dit zo?

”Je wordt bijna gedwongen om schulden te maken, dat is toch dom? Er zijn overal waarschuwingen: ‘geld lenen kost geld’. Ondertussen zet de overheid daar wel tot aan.”

Ruud had in de zomer geld verdiend met werken. Dit was meer dan maximaal is toegestaan, waardoor Helen geld moest terugbetalen. “Hiertegen ben ik in beroep gegaan. Tijdens de zitting zeiden ze: ‘We kijken niet naar het daadwerkelijke inkomen, maar rekenen wat u gehad zou kunnen hebben als uw zoon had bijgeleend bij DUO’. Daardoor zaten we 1,35 euro over het maximum bedrag heen en moest ik 45 euro terugbetalen.” Zulke dingen zijn Helen nu al vier of vijf keer overkomen omdat regels onbekend of onduidelijk waren.

Helen vraagt zich hardop af: “Gaat het om het puur uitvoeren van de regels, of kun je zeggen dat het naar de geest van de wet wordt uitgelegd? Ik ben tot op de laatste cent eerlijk, maar als ze van tevoren niet zeggen dat het gaat om het bedrag wat je had kunnen hebben, dan weiger ik om een lening te nemen. Daar word je dan voor gestraft.”

Op een gegeven moment heb ik tegen mezelf gezegd: ‘Je kunt de boel besodemieteren maar dat ga je niet doen.’ Ze kunnen me tot op het bot uitkleden, maar ik hou een schoon geweten. Daar ben ik trots op, en dat pakken ze me niet af. Voor mijzelf is het niet moeilijk om gewoon eerlijk te blijven, maar het gaat om mijn kind. Kom niet aan mijn kind, daar heb ik mijn hele leven voor moeten vechten en dat zal ik blijven doen. Ik verdom het om hem met een schuld op te zadelen, nu niet, toen niet en in de toekomst niet.”

“Welke beslissingen Ruud neemt nu hij volwassen is moet hij zelf weten, ik geef hem advies, als hij dat naast zich neerlegt, prima. Hij moet zijn eigen leven leiden en zijn eigen lessen leren, zelf volwassen worden. Maar zolang het van mij afhangt, zal lenen niet gebeuren.”

Het moest van het hart

Het gesprek loopt ten einde, Helen geeft aan de gelegenheid te hebben aangegrepen om haar hart te luchten. “Ook in de hoop dat er iets verandert, en dat er oog komt voor de mens en niet voor de regels en de groep. Gemeente Nijmegen probeert zo goed mogelijk te helpen, maar heeft niet goed door wat er werkelijk speelt.” Helen hoopt dat door het delen van haar verhaal, men zich realiseert wat beleidsmaatregelen doen.