Niet iedereen wordt gelijk behandeld


Diane is een alleenstaande vrouw uit Nijmegen, van halverwege de veertig. Ze heeft twee kinderen, van 11 en 14 jaar, uit een huwelijk dat is gestrand.
Na de huishoudschool (LHNO) te hebben afgerond, heeft Diane in verschillende wasserettes gewerkt. Toen ze trouwde en een gezin stichtte, heeft ze er voor gekozen om te stoppen met werken om voor de kinderen te zorgen.

We hebben afgesproken bij de Kledingbank, waar Diane een participatieplaats heeft. Na kennisgemaakt te hebben, vraag ik haar hoe het is om van een uitkering te leven.

Leven van een uitkering

“Ik mag niet klagen. Van de uitkering kan ik mijn vaste lasten betalen en eten en drinken. Met de toeslagen erbij gaat het best. Die toeslagen zijn wel essentieel, zonder red je het niet. Lang op vakantie gaan lukt niet, maar we gaan soms dagjes uit, naar het zwembad, een pretpark, de dierentuin. De kinderen vinden dat geweldig, ik ben tevreden. Als de kinderen blij zijn, is moeder ook blij. Het ligt aan je eigen instelling, hoe je er mee om gaat, dat je in de bijstand zit. Wat ook heel goed is, is dat je een computer krijgt, voor je kinderen, als die naar school gaan. Al ben ik niet altijd blij met de social media waar ze mee te maken krijgen.”

Verder geeft Diane aan altijd bij haar pa terecht te kunnen. “Die is er altijd voor me, is er ook altijd voor me geweest. Hij woont ook heel dichtbij. Daarnaast heb ik een aantal vriendinnen in de buurt.”

Over vooroordelen over mensen in de bijstand merkt Diane op: “Er zijn altijd mensen die naar elkaar kijken, die jaloers zijn. Bijvoorbeeld naar mensen die gebruik maken van Stichting Leergeld. Maar meestal gebeurt dat als mensen elkaar nog niet zo goed kennen. Zodra je mensen leert kennen en het ijs is gebroken, is er geen probleem.”

Mode met een missie

Diane vertelt hoe ze door de onduidelijke en ingewikkelde regels in de problemen is geraakt.

“Ik heb nu een participatiebaan van 24 uur per week bij de Kledingbank, daarvoor bij Mode Met een Missie. Wat mis is gegaan, is dat ik bij mijn eerste participatiebaan een vergoeding kreeg voor de tussenschoolse en buitenschoolse opvang. Ik ging ervan uit dat ik daar recht op had. Dat bleek later niet het geval te zijn en toen moest ik geld aan de Belastingdienst terugbetalen.

Hoewel het niet mijn eigen keuze was en ik gedwongen werd om een participatiebaan te gaan doen, was het werken op de Graafseweg [bij Mode Met een Missie] op zich wel leuk, hier [bij de Kledingbank] is het ook leuk. Maar ik vind niet alles kloppen, hoe dingen geregeld zijn. Ik deed altijd vrijwilligerswerk, op school. Ik was onder de mensen, deed veel voor de kinderen, mijn hulp werd daar heel erg gewaardeerd. Het was ook de school waar mijn eigen kinderen op zitten. Toen ik daar moest stoppen dacht ik echt: verdomme man.

Waar ik ook tegenaan zit te hikken: op de participatieplaatsen verschilt het heel erg hoe met de verschillende werknemers wordt omgegaan. Sommige vrouwen met een participatiebaan kregen altijd vrij en mochten met vakantie, maar ik was gekke Betje die altijd ging werken. Op een gegeven moment waren allebei mijn kinderen ziek, in de herfstvakantie, maar mij werd toch gevraagd om te komen. Mensen krijgen een verschillende behandeling, dat gaat niet altijd eerlijk. Dan is het extra zuur dat ik — omdat ik altijd kwam werken, omdat ik mijn kinderen op de opvang heb gedaan — later geld moest terugbetalen.
Sinds november kan ik op dinsdag een computercursus doen bij het ROC, in plaats van te werken. Dat bevalt goed. Ik heb daar les met een leuke groep, met mensen van alle leeftijden. Ik leer daar allemaal dingen die ik nog niet kon, kolommen maken, foto’s plaatsen, dat soort dingen.”

Hobby’s

“Ik heb niet zo veel tijd en energie voor hobby’s. Als ik uitgewerkt ben, dan ben ik vaak moe, én ik voed ook nog twee kinderen op! Dat kost ook veel tijd, zij gaan (of gingen, één is net gestopt) twee, drie keer in de week dansen, waar ik ze naartoe breng. Ze zitten bij een dansvereniging voor show- en gardedans en doen mee aan toernooien. Meestal zijn die in het weekend, in Brabant en Limburg, maar soms ook in het buitenland. De kinderen kunnen dansen dankzij Stichting Leergeld, daar zijn we heel blij mee. Ook het huishouden neemt de nodige tijd in beslag. Ik ben ook een tijd ziek geweest en zit nog in de nasleep daarvan.

Als ik weer een keer wat meer tijd heb, wil ik heel graag weer gaan tekenen. Dat was vroeger altijd mijn hobby, ik maakte potloodtekeningen en portretten.”

Betaalde baan

“Nou…,”Diane denkt even na of ze een betaalde baan zou willen.

“Aan de ene kant, ja, leuk. Ik wil best werken. Maar van de andere kant, als ik geen baan krijg, dan vind ik het ook best zoals het nu gaat. Als ik heel eerlijk ben: als ik in mijn omgeving rondkijk, dan zie ik dat de jeugd ook niet aan de bak komt. Ik vind het belangrijker dat zij een baan krijgen. Ook de ouderen: laat die mensen die op hun 13de zijn gaan werken toch eerder stoppen en kom de jeugd tegemoet, geef de banen die er zijn aan de jeugd.

Toen ik op mijn 17e van school kwam, kon ik gelijk beginnen bij de wasserij. Ik ben nooit te beroerd geweest om te werken, ik heb dat gedaan totdat de kinderen kwamen. Daarna ben ik er geweest voor de kinderen.”

Als ik vraag wat voor baan Diane dan zou willen, antwoordt ze: “Daar vraag je wat… het liefst zou ik weer met kinderen werken. Dat vrijwilligerswerk op school vond ik heel leuk maar dat is niet haalbaar, voor bijna alles op school moet je een ROC-opleiding op niveau 3 of 4 hebben. Ik ben 46, en dat kost veel geld, dat gaat niet meer lukken. Ik ben hier wel tevreden en mensen vinden dat ik goed werk. Een betaalde baan in een soortgelijke functie zou misschien wel wat zijn.”

Ondersteuning en paperassen

“Ik heb weinig met de gemeente te maken gehad. Toen ik in een scheiding lag en diep in de shit zat, heb ik een keer uitstel van de verplichting om te werken aangevraagd, dat heb ik gekregen. Op dat vlak is er goed naar me geluisterd. Het WerkBedrijf heeft geholpen met het betalen van de computercursus die ik nu volg, dat is prettig. De consulent daar kende ik nog uit de tijd dat ik ging werken voor Mode Met een Missie. Ik ben er wel tevreden over.”

Diane moest wel even wachten voor alles geregeld was bij het aanvragen van de uitkering. “En tja, die paperassen van de gemeente; het is vaak heel moeilijk om te lezen.”

Na haar scheiding is Diane in de schuldsanering terechtgekomen en heeft ze een bewindvoerder gekregen. Hierover is ze tevreden. “Ik had een goede bewindvoerder, dat was echt een toffe kerel. Hij was af en toe streng, maar ook wel schappelijk.”

Na een uur is het interview voorbij. Ik vraag Diane of er nog iets specifieks is dat ze de gemeente wil meegeven. Ze benadrukt de dingen die bij haar minder goed zijn gegaan: het gedwongen stoppen met vrijwilligerswerk en de ongelijke behandeling op participatieplaatsen.