Schaamte, moed en meedoen


Farid (26) is een slimme, vlotte jongeman die voor zijn studie bij de papierwinkel van Het Inter-lokaal werkt. Farid heeft zelf geen uitkering maar hij weet er alles van. Zijn ouders moeten namelijk al jaren rondkomen van de bijstand.

Hij neemt veel verantwoordelijkheden op zich om van alles en nog wat te regelen voor zijn ouders. Farid is blij dat de gemeente het initiatief neemt om met mensen te praten en hun ervaringen te horen. Hij ziet dit dan ook als een mooie kans om een openhartig gesprek te voeren over zijn situatie en die van zijn familie.

“Ik zou nu voor geen goud teruggaan”

Farid is op zijn negende samen met zijn ouders en twee oudere broers vanuit Azerbeidzjan naar Nederland gekomen. Zijn moeder was literatuurdocent en zijn vader had een goedlopend bedrijf. In de jaren negentig, na de val van de Sovjet-Unie, ging het bergafwaarts met het bedrijf. Door de onrustige politieke omstandigheden werd het zijn vader onmogelijk gemaakt het bedrijf in stand te houden. Tijdens deze periode kreeg zijn vader door bedreigingen en aanvallen op zijn bedrijf ernstige hartproblemen. Eenmaal aangekomen in Nederland is Farid’s vader direct geopereerd aan zijn hart.

“Vóór de val van de Sovjet-Unie hadden we het goed maar ik zou nu voor geen goud teruggaan. Zodra je maar enige kritiek uit tegen de overheid beland je in de gevangenis.”

Dankbaar, maar het blijft moeilijk

Farid is dankbaar om in Nederland te zijn met alle mogelijkheden die het hem biedt. Dit neemt niet weg dat het een struggle blijft om in een nieuw land een goed leven op te bouwen. In totaal hebben Farid en zijn familie zeven jaar in asielzoekerscentra gespendeerd. “Je kunt je voorstellen hoe erg ik mij schaamde als kleine jongen, toen mijn middelbare school voor mijn educatie moest betalen omdat wij destijds nog geen status hadden.” Uiteindelijk heeft de familie van Farid een verblijfsvergunning gekregen via een generaal pardon.

Farid woont samen met zijn moeder. Zijn oudere broers zijn al het huis uit. Omdat Farid’s vader dementerend is en hierdoor agressief werd tegen zijn moeder, woont hij al een aantal jaar apart. “Toen het zo slecht ging tussen mijn ouders was ik heel blij dat de gemeente hulp aanbood om een aparte woning te vinden voor mijn vader. Dat was een hele opluchting.’’ Farid’s vader krijgt nu thuiszorg en dagbesteding. Door zijn gezondheidsproblemen is hij arbeidsongeschikt.

“Schaamte? Ja, dat is er zeker”

Farid knikt ja bij de vraag of hij en zijn familie wel eens een gevoel van schaamte ervaren door de omstandigheden. Zo vertel hij dat zijn familie en vrienden in Azerbeidzjan denken dat zijn ouders werken. “Schaamte? Ja, dat is er zeker,” zegt Farid. Daarnaast bezorgen sommige voorzieningen nog een groter gevoel van schaamte en zelfs gevoelens van minderwaardigheid. Farid zegt dat zijn moeder wel eens heeft gedacht om naar de Voedselbank te gaan. Farid vond dit een vervelende gedachte. Het blijft volgens hem een grote drempel om in de rij te staan en je tas met eten te laten vullen bij een uitgiftepunt.

De (landelijke) regelgeving stimuleert niet

Farid is een gedreven, slimme jongen die veel voor zijn ouders uitvogelt en regelt. Hij vertelt dat het voor zijn moeder lastig is om rond te komen. Door alle problemen met zijn vader heeft Farid’s moeder al een aantal jaar een participatieplaats bij SWON. Zij is hier heel blij mee omdat ze hierdoor sociale contacten onderhoudt. “Ik heb ook begrepen dat zolang ze dit werk doet, ze met rust wordt gelaten door de gemeente. Maar wat zou ze anders moeten doen? Over vijf jaar gaat ze met pensioen. Een baan vinden is haast onmogelijk en daarbij zou ze niet veel meer verdienen dan haar huidige uitkering.”

De toekomst

Omdat Farid geen tijd heeft voor een bijbaantje naast zijn stage en studie, leent hij bij DUO. Als het nodig is, legt hij thuis wel eens geld bij van zijn studiefinanciering om zijn moeder financieel te ondersteunen. Toch moet Farid ook aan zijn eigen toekomst denken. Binnenkort gaat hij trouwen in Azerbeidzjan. Om zijn toekomstige vrouw naar Nederland te halen moet hij aan allerlei eisen voldoen.

“Ik maak mij geen zorgen over het vinden van een baan, dat komt wel goed. Desnoods, als ik geen baan op mijn niveau of richting kan vinden, ga ik bij de DAR werken.” Farid maakt zich echter zorgen over de hoogte van de uitkering van zijn moeder als hij gaat werken. “Dan worden we dus gekort vanuit de gemeente en de Belastingdienst. Misschien kan ik dan beter het huis uit? Sorry dat ik het zeg, maar op deze manier word je haast gestimuleerd om zwart te gaan werken. ”

Verbeterpunten en complimenten

Farid geeft aan dat hij als grootste minpunt ervaart dat rondkomen iedere maand weer lastig is voor zijn moeder. Na het betalen van alle vaste lasten blijft er weinig over om van te leven. Als er onverwachte kosten komen, bijvoorbeeld een wasmachine die stuk gaat, is er geen geld om dat aan te schaffen. “Ik heb gehoord van het basisinkomen. Het principe van een basisinkomen lijkt mij heel goed. Het zou een goede basis zijn om een minder stressvol leven te leiden en eerder werk te zoeken.”

Farid is heel blij dat zijn moeder vorig jaar gebruik heeft kunnen maken van de Meedoen-regeling. “Het is heel goed dat de gemeente zulke regelingen heeft. Het was echt een redding voor mijn moeder. Een lichtpuntje in haar leven.” Farid’s moeder houdt namelijk erg van zwemmen en ze kon met deze regeling eindelijk zwemlessen nemen. “Dit soort regelingen zijn heel belangrijk. Mensen hebben dan het gevoel dat ze kunnen meedoen in de samenleving.”