Te oud voor het jongerencentrum, te jong om alleen te zijn


Ik heb afgesproken op plein ’44 met een meisje waar ik alleen mee heb gewhatsappt. Hoe vind je elkaar dan? Daar is het meisje, we noemen haar Linh* (18), beduidend slimmer in dan ik. Ze stuurt me een foto van wat ze ziet: het logo van een koffiecafé. We ontmoeten elkaar en schudden elkaar verlegen een zweterig handje, het is de heetste dag van het jaar. Ik heb Linh’s telefoonnummer gekregen via een beheerder van het jongerencentrum Zwanenhoek. Ik weet niets van haar, zij niets van mij. Wat zeg je tegen elkaar als je elkaar niet kent? Dan zijn de thema’s liefde en familie iets waar je alletwee over kunt kletsen!

Gescheiden ouders en uit met haar vriendje

Linh woont bij haar moeder in Zwanenveld (Dukenburg, Nijmegen). Haar ouders komen oorspronkelijk uit Korea*, ze ontmoeten elkaar op een vluchtelingenboot naar China. Samen zijn ze naar Nederland gereisd. In de wijk Zwanenveld werden eerst haar oudere broer en zus geboren, en toen volgde Linh. Haar ouders zijn drie jaar geleden gescheiden. Haar broer en zus zijn het huis uit. ‘Ja.. het ging niet meer, mijn vader drinkt teveel en maakte s’nachts veel ruzie met mijn moeder. Hij zat de hele tijd spelletjes te spelen op de computer en hing in Koreaanse chatrooms. Nu is mijn moeder alleen.” Kun je wel goed praten met je ouders, vraag ik. Er komt een onverwacht antwoord: “Nee, want mijn ouders spreken Koreaans, en ik spreek Nederlands. We spreken vooral met gebaren enzo.” Dat lijkt me lastig. Bij wie vindt Linh dan een luisterend oor? “Tot voor kort was dat mijn Canadese vriend. We ontmoetten elkaar in een bubble tea zaak toen ik in Canada op bezoek was bij verre familie. Later vond ik hem terug op Meow-chat, en toen hebben we een jaar wat gehad. Maar het was toch te ver enzo, met die afstand. Mijn vrienden zeggen dat we misschien later wel weer bij elkaar komen.”

Online en offline steun

Het gesprek valt stil. Linh is een verlegen meisje, en praat niet zo graag uit zichzelf, of althans niet tegen mij. Wat doe je als iemand zijn eigen verhaal niet zo makkelijk kan vertellen? “Je praat niet graag he?”. Linh: “Nee… ik vind het eigenlijk moeilijk om te communiceren, Nederlands vind ik een moeilijke taal.” Ik vraag of ze het gesprek makkelijker online zou voeren. “Ja, ik chat liever dan dat ik praat.” Aha, met wie chat je dan allemaal, vraag ik? “Vooral met mijn exen, en met een vriendin, vooral nu het moeilijk is.”

Het vraag-antwoord spelletje gaat nog even door. Van wie krijgt Linh dan offline een beetje steun, een beetje hulp? “Ja eerst had ik dus veel steun van Jongerencentrum Zwanenhoek. We zaten daar met een grote groep leuke jongeren. De oudste is 28, en de jongste was 15. We konden er poolen, airhockeyen, en ik kreeg er hulp van Tanja en Patrick. Ik kon gezellig met ze praten, ik kreeg er huiswerkbegeleiding en steunden mij met een luisterend oor toen mijn opa en oma overleden. Ik vind Nederlands een moeilijke taal, en ik vind het soms moeilijk om de maatschappij te begrijpen, dus daar hielpen ze me bij. Maar nu is het voor mij dicht: de leeftijd is naar beneden gegaan en dat was het begin van het einde, de groep viel uit elkaar. De oudere jongens zitten daar nu buiten op een picknicktafel, en de voetbalkooi is dicht. Ze zijn luidruchtig en roepen dingen naar mensen. Ik kom daar niet meer graag in de buurt nu er hangjongeren zijn.”

Wie helpt haar nu? “Niemand eigenlijk. Mezelf denk ik. Ik zit wel eens bij het kanaal, dat is rustgevend, bij de bootjes. Dan denk ik aan alles wat meezit, en alles wat tegenzit. Gewoon, lekker zitten, en daar zijn. Dat helpt.”

Net niet tussen wal en schip

Ik ben benieuwd hoe het gaat met Linh op school, zo zonder hulp. “Eerst zat ik op de Helicon Groenschool, maar ik had last van hooikoorts dus dat was niet wat. Toen ben ik naar het Canisius College Goffert gegaan, daar heb ik VMBO-kader afgemaakt. Ik vind school niet echt moeilijk, maar opstaan vroeg in de ochtend, dat vind ik vermoeiend. Ik heb de Kokschool Breed gedaan, ik leerde er koken en bakken. Nu heb ik me ingeschreven voor een bakkersopleiding bij het ROC in Nijmegen. Ik moet ter oriëntatie twee dagen meelopen bij een bakker en dat moet ik zelf regelen, maar ik weet niet zo goed hoe ik dat moet doen.”

Ik hoop dat Linh niet tussen wal en schip valt nu ze een extra steuntje wel kan gebruiken. Iemand die haar helpt met de kleine dingetjes, zoals huiswerk, en zo’n bakkeroriëntatie regelen. Ik besluit een helpende hand te bieden. Samen brainstormen we even over wat voor goeie kwaliteiten ze zou kunnen noemen over zichzelf. Linh: sociaal, behulpzaam, houdt van duidelijke opdrachten en is goed in klusjes uitvoeren, liever alleen dan samen. Ik beloof haar te koppelen aan de Jimmy’s en specifiek aan Teaba, die ook bij een bakker werkt. Wie weet kan zij haar helpen aan een 2-daagse oriëntatieplek voor haar opleiding? En wie weet is het Jimmy’s netwerk wat voor haar?
Linh vertrekt. Ze heeft eerst met haar grote zus afgesproken, daarna gaat ze naar het Aziatische restaurant waar ze 10 uur per week in de bediening werkt. “Ik slaap wel slecht door werk, heb er veel stress van. Ik moet nog zoveel dingen leren, wat alles op de menukaart is enzo. Veel dingen van werk blijven dan thuis in mijn hoofd hangen.” Ik wens Linh veel succes, een beetje steun en minder stress!

*Namen en plekken zijn geanonimiseerd.