Van minder méér maken


Op een warme woensdagochtend besloten Merle en ik op bezoek te gaan bij Marianne. Zij is een van de moeders die zich heeft aangemeld voor ons project over kinderen opvoeden in armoede. Wanneer we bij haar binnenkomen worden we warm onthaald. Het warme welkom past wel bij Marianne, ze heeft zelf een open uitstraling en ook haar huis oogt warm en gezellig. Wat me vooral opvalt is de enorme hoeveelheid creativiteit die zowel zij als haar huis uitstralen. Zo hangt er een paarse klok in de vorm van een kat en staan er overal creatieve frutsels.

Ervaringsdeskundige
Wanneer we met Marianne in gesprek raken vertelt ze dat ze ervaringsdeskundige in de GGZ is. Marianne heeft een heftig verleden achter de rug. Haar vader was gokverslaafd waardoor het gezin het vaak financieel moeilijk had. Na een zeer moeilijke tijd besluit haar moeder om weg te lopen met de kinderen en komt moeder en twee kinderen terecht in een ‘blijf van mijn lijf huis’. Na deze periode komt er een tijdje rust. Maar dan besluit moeder weer terug te keren naar haar geboortestad. Alleen. Marianne en haar broertje blijven achter. Marianne komt terechtkwam in een circuit met hulpverleners en opvoedingsdeskundigen. Ze kreeg kamertraining en was al snel zelfstandig. Er was ook niet altijd sprake van een armoedig leven. Ze is afgestudeerd als tolk Gebarentaal en werkte een tijd lang als freelance tolk in de randstad. Door de verhuizing naar de andere kant van het land raakte ze haar klandizie kwijt. Hierdoor kwam ze terecht in de bijstand.

Investeren in duurzaamheid
Marianne is een echte optimist en weet zelfs van minder méér te maken. Ze grijpt naar creatieve middelen om het maximale uit de bijstandsnorm te halen. Zo heeft ze samen met een aantal vrienden met kinderen een doorgeef systeem van kleding en andere spulletjes Als de één ergens uit is gegroeid, kan de ánder daar weer gebruik van maken. Wanneer ze het over haar zoontje heeft begint ze te glunderen. “Hij is gek op rekenen dus dat is een voordeel. Hij  had allemaal muntjes gespaard en op een dag keerde hij zijn spaarpot op de tafel om. Ik hoorde *rinkeldekinkel* en zag ineens al die muntjes op de tafel.”  Hij zat toen nog maar net op school. Met verbazing heeft ze naar haar zoon zitten kijken toen hij had uitgerekend hoeveel geld hij had gespaard.

Ze heeft het strakke en bijna grimmige omgaan met geld uit haar eigen kindertijd een plek weten te geven. Ze wil haar zoon dingen die ze zelf niet heeft gehad wél kunnen geven. Ze gunt zichzelf nu meer dan vroeger. Ik zoek wel naar tweedehands spullen. Maar als ik echt iets graag wil hebben of ik wil iets kopen wat duurzaam is dan zal ik overwegen om die investering te maken.” Marianne vertelt hoe ze eens zelf een hoes voor haar bankstel heeft genaaid. En die vervolgens weer hergebruikte voor de kussens. “Het is een echt een combinatie geworden.”

Het gaat over vertrouwen
Wanneer we verder spreken over het onderwerp ‘omgaan met geld’ valt op dat Marianne aangeeft niet veel te klagen te hebben. “Het systeem in Nederland is zodanig goed. Er zijn veel extra voorzieningen, vooral als je kinderen hebt.” Zo zijn er voorzieningen voor kinderuitjes, of is er een extra potje waarmee kinderen een cursus kunnen volgen of een sport kunnen beoefenen. Marianne maakt hier dankbaar gebruik van. “Ik vind het heel belangrijk dat mijn zoon mee kan doen en dat hij zich optimaal kan ontwikkelen.” Het grootste goed dat Marianne haar zoontje mee wil geven gaat eigenlijk helemaal niet over geld, maar over vertrouwen. Zo vertelt ze “Vertrouwen krijgen gaat hand in hand met het ontwikkelen van verantwoordelijkheidsgevoel. Door bevestiging te geven, krijgt hij het gevoel van: Hey zij vertrouwt mij.” Na het samen geoefend te hebben mag haar zoontje wel eens een boodschap doen, of een rondje om de flat fietsen.

Trots
“Als je je kind laat zien waar hij mag komen en waar niet, geef je hem de kaders die hij nodig heeft om binnenin te ontwikkelen. Dit steeds bespreekbaar maken en evalueren helpen je kind in het zelfstandig worden. Zo kun je steeds een stapje verder.” Door de ondersteuning van de gemeente kan haar zoontje naar scouting en circusles. Hier heeft hij geleerd vertrouwen krijgen in zijn eigen lijf en kunnen. Voor Marianne was dit in het begin wel eens lastig omdat ze geconfronteerd werd met haar eigen angsten. Nu ze zich er overheen heeft gezet, is ze trots op zichzelf en op haar zoon. “Hij gaat nu als een speer, dan komt hij naar me toe en vertelt dat hij als enige van de groep iets mocht doen wat niemand anders durfde. Dan is hij zo trots op zichzelf en dat vind ik echt te gek. Het is een bevestiging voor me dat ik het goed doe.”

Nijmegen, Juni 2017

Auteur: Steffi Brugman