Vroeger kon ik de hele wereld aan


Op een zonovergoten maandagmiddag rijden we (Marie-José en Elly) naar mevrouw de Graaf in Lindenholt. Haar woning valt meteen op door drie kleurige vlinders die zijn bevestigd naast de voordeur. Mevrouw de Graaf opent de voordeur en een, twee, drie.. vijf hondjes rennen enthousiast naar buiten. Ze worden resoluut weer naar binnen gedirigeerd en wij worden hartelijk verwelkomd. In de gang hangt een tegeltje met een spreuk: ‘Een vriend is iemand tegenover wie je jezelf kunt zijn’ . De hondjes gaan op hun eigen plekjes liggen en mevrouw nodigt ons uit met haar om de tafel te gaan zitten.

 

 

 

 

Niet denderend

Ze is 76 jaar maar dat is niet aan haar te zien. Ze heeft een vriendelijk en open gezicht. Wij leggen uit dat we geïnteresseerd zijn in haar verhaal over Nijmegen en haar ervaringen met de Wmo. ‘Niet denderend’ noemt ze die ervaringen. Ze vertelt dat haar man 16 jaar geleden is overleden en dat er daarna veel is misgelopen in haar leven. Zij zat naast hem in de auto toen hij plotseling een hartstilstand kreeg. Hij zat achter het stuur en de auto raakte van de weg. Mevrouw de Graaf belandde langdurig in het ziekenhuis met talloze botbreuken. Voor dat ongeluk ‘kon ik nog de hele wereld aan’ maar nu is ze nierpatiënt en moet 3 keer per week minstens 3,5 uur aan een dialyse liggen. Daarvoor heeft ze een apparaat in huis staan. Een verpleegkundige sluit haar daarop aan. De bijwerkingen zijn heftig. Ze is vaak moe en slikt ook nog 30 pillen per dag. Haar linkerarm kan ze nauwelijks nog gebruiken. Ze heeft dan ook al een hersenbloeding en darmkanker overleefd. Haar lichamelijke conditie is te slecht voor een niertransplantatie.

Brand

Mevrouw de Graaf woont pas 2 jaar op haar huidige adres. Ze was net verhuisd van de flat aan de OC Huismanstraat toen daar de vreselijke brand uitbrak waarbij 5 ouderen de dood vonden. Zij kende deze mensen. Ze had in de flat een traplift die in deze woning niet aanwezig was. Via het wijkblad nam haar dochter contact op met het Sociaal Wijkteam Lindenholt. Een medewerkster heeft haar twee keer bezocht en ze kreeg te horen dat ze niet in aanmerking kwam voor een traplift. Ze heeft tenslotte 10 kinderen, die kunnen toch ook een (financiële) bijdrage leveren. Ze kan ook verhuizen naar een aangepaste woning, zo wordt haar verteld. ‘Ze laten je gewoon aan je lot over’ verzucht mevrouw met enige gelatenheid.

Volle bak

Ze heeft inderdaad ‘zeven meiden, drie jongens en 21 kleinkinderen’. Zij doen wat ze kunnen om haar te helpen. Een dochter die in haar buurt woont, heeft zelf 4 kinderen maar komt elke dag bij haar moeder langs om de hondjes uit te laten en boodschappen te brengen en op te bergen. Ook brengen ze haar met de auto naar het ziekenhuis als ze daar naar toe moet voor controle. Daarnaast krijgt mevrouw de Graaf 3,5 uur per week huishoudelijke hulp via het Persoonsgebonden Budget (PGB)en elke ochtend komt iemand van de thuiszorg om haar aan te kleden en te wassen. Over de zorg die ze krijgt zegt ze ‘redelijk tevreden te zijn”, maar ze zegt ook: ‘soms hoeft het voor mij niet meer’. Haar kinderen en haar vijf hondjes houden haar nog op de been. Ze heeft veel aanloop van haar kinderen en op Moederdag was het nog ‘volle bak’ in huis. Gelukkig kan ze nog goed zien (na een staaroperatie) want tijdens de lange dialyses kijkt ze graag tv.

 

Een traplift en wat aanpassingen in de badkamer…

Nu heeft mevrouw de Graaf ook nog een versleten heup die nodig moet worden vervangen. We kunnen zien dat ze moeizaam loopt vanwege de pijn. Wij adviseren haar om opnieuw contact op te nemen met het Sociaal Wijkteam, want na de heupoperatie kan ze beslist geen trappen meer lopen. Ze maakt zich zorgen over de toekomst. We vragen haar een cijfer te geven voor haar kwaliteit van leven op een schaal van 10. Ze geeft een 4 tot 5 als cijfer. Op onze vraag wat ze nodig heeft van de gemeente antwoordt ze: ‘die traplift en wat aanpassingen in de badkamer zou al een zorg minder zijn…’