Wijsheid van Levi


Daar zitten we dan, Levi (23) en ik, onderuit gezakt op de bank in het jongLAB/Jimmy’s honk aan de Waalkade. We kennen elkaar eigenlijk al een paar maanden want we werken al een tijdje samen. Levi bij jongerennnetwerk Jimmy’s, waar hij met een bevlogen hart werkt aan een beter Nijmegen voor jongeren, en ik bij jongLAB. Samen maakten we een infographic om beleid beter te begrijpen. Ik help Levi, Levi helpt mij. Maar om nou te zeggen dat we elkaar kennen? Nee. Daarom: het levensverhaal van Levi in jongLAB, vol met wijsheden en tips voor andere jongeren (en ouderen!).

Goed verkeerd begonnen

Levi vertelt: “Ik ben 23, en ja… ik ben gewoon goed verkeerd begonnen. Ik ben 11 weken te vroeg geboren. Daardoor kreeg ik complicaties. Ik werd groen, geel en paars want mijn afweersysteem was niet goed ontwikkeld. Na enkele operaties kreeg ik ook nog een zuurstofgebrek, en nu leef ik met een beperking. Die heet cerebrale parese. Bij mij uit zich dat in de manier waarop ik loop, mijn motoriek. Ook heb ik een disharmonisch intelligentieprofiel.” Dat dit zich uit in zijn motoriek kan ik zien, maar wat is dat, zo’n disharmonisch dinges? “Nou dat betekent dat ik talig ben, maar ik kan niet rekenen, en heb geen goede ruimtelijke orientatie. Zoals je hoort uit zich dat bijvoorbeeld heel hoorbaar in mijn professorale taalgebruik. Dat vind ik lastig hoor. ‘Praat es normaal man’, zeggen andere jongeren dan, of ‘Daar heb je meneertje zakelijk’. Zij begrijpen mij meestal niet. En ik denk dan zelf ‘Doe niet zo dom!’. Ik heb een groot sociaal hart, ik ben goed in processen, en in delegeren. Vroeger had ik de bijnaam ‘vulkaantje’, omdat ik zo vaak kon ontploffen uit frustratie!”.

Beleidsbeest

Ik ken Levi als een ongelofelijk actief, succesvol baasje: overal waar bestuurlijk en politiek Nijmegen en jongeren zijn, is Levi. Wat doet Levi allemaal? “Ik zit bij Jimmy’s en ik heb een proefplaatsing op de HAN als ondersteuner van de examencommissie, als verantwoordelijke voor vrijstellingen. Ik ben buddy bij de studentenraad van ROC Nijmegen, en ik participeer in een club die problemen ziet in de participatiewet, en dan met name MBO’ers niveau 4 die niet in het doelgroepenregister komen maar wel degelijk een beperking hebben, zoals ik. Ik ben slapend lid van de SP en ik zit in het adviesorgaan van het Jongeren Netwerk, dat wordt ondersteund door Zorgbelang Gelderland. In al dit soort dingen ben ik altijd scherp, bijvoorbeeld op waar het geld is, en waar het geld zou moeten zijn. Kortom, ik ben een beleidsbeest, ik vind het niet erg om te vergaderen. Dat maakt mij als jongere wel uniek.”

En dat Levi kan vergaderen, dat weet ik. Als Levi zijn vinger opheft, wat hij regelmatig doet als hij vertelt, dan kun je maar beter luisteren, anders krijg je ervan langs. Maar waarom gaat het goed met hem, ondanks dat disharmonische intelligentieprofiel en de cerebrale parese? Wie of wat is voor hem tot steun geweest? “Mijn ouders zeker wel, ik heb een stabiele thuissituatie en ik ben weinig multi-problem. Ik heb vrij beschermd speciaal onderwijs gehad tot mijn 14e. Willem Burgers, voormalig directeur van de Werkenrode School, die zei eens tegen mij: je bent een mooi product! Dat zag ik als een enorm compliment, ik voelde alsof ik hun investeringen had terugbetaald. Daarna ging ik naar het voortgezet speciaal onderwijs (VSO). Ik heb daar VMBO Kader riching handel en administratie gehaald, evenals t-certificaten. Die school wasvoor mij echt een verademing. Ik deed er enorm veel zelfkennis op, ook met behulp van orthopedagogen. Ik schreef bijvoorbeeld een ‘ik-boek’, een handleiding voor mezelf. En ik leerde er ook gericht vragen om hulp als dat nodig was. Maar wat echt helpt, is dat ik zelf een sterke wil heb om iets te veranderen, altijd al gehad. Ik werd er klassenvertegenwoordiger, en vervolgens voorzitter van de leerlingenraad en lid van de medezeggenschapsraad van de school.”

Wat bracht al die participatie Levi op school? “Nou dat is wel dubbel. Het bracht mij bekendheid, netwerken, de mogelijkheid om tijd te besteden aan dingen die ik echt leuk vind, namelijk voor andere jongeren opkomen. Maar dat bracht ook verwachting, mensen gaan er dan vanuit dat ik alles weet. En dan krijg ik vragen als: “Kun je me helpen met mijn examen?’ tot aan: ‘Kun je me afhelpen van mijn incontinentie?”. Die verwachting moest ik constant managen.”

Geen balletdanser

Na het behalen van van zijn VMBO-diploma volgde een stressvol keuzemoment: verder met het speciale MBO (het REA) of met het reguliere MBO? “Keuzemomenten zijn voor mij cruciaal geweest en hebben mij gevormd. Met name omdat ze niet leuk waren”, vertelt Levi. Wat heeft hij toen gedaan, op die moeilijke momenten? “Toen heb ik mijn netwerk gevraagd: wat zie je mij doen, en wat niet? Ik streepte keuzes af door ervaringen op te doen. Ik wilde tuinman worden en probeerde het uit: geen goed plan. Ik wilde dokter worden en keek mee in ziekenhuis: geen goed plan. Ik leerde goed naar mezelf te kijken door dingen gewoon te doen. Mijn ouders leerden mij in hun opvoeding uitgaan van mogelijkheden, en het accepteren van mijn beperkingen. Ik kan geen ballet dansen, het spijt me zeer, maar sommige dingen moet je niet willen.”

Zelf onderdeel zijn van de oplossing

Dat zijn eigen verwachtingen soms niet uitkomen is tot daar aan toe, maar dat er regelmatig vanuit wordt gegaan dat Levi dingen als vanzelfsprekend niet kan, maakt de leeuw in hem los. “De dokters zeiden dat ik nooit zou kunnen lopen, steppen of fietsen. Maar ik ben onder andere van Calgary naar Vancouver gefietst, met mijn vader.” Zo had ook eerst het ROC een vooroordeel toen Levi koos voor een reguliere Mbo-opleiding ‘juridisch medewerker zakelijke dienstverlening’. Levi voldeed volgens het ROC niet aan de formele vereisten. “Ik had de vereisten bij mij en kon aantonen dat ik daar wel aan voldeed. Nadat ik de docent daarop wees bleek het verhaal dat de meeste studenten met een Kader-diploma de Mbo-opleiding niet met succes af konden ronden. Toen heb ik gezegd: “Laat mij dan maar bewijzen dat het tegendeel waar is.” Daarna is Levi aangenomen. “Mijn vader, die wiskundeleraar is en mij goed kan helpen, heeft eerder echt een punt gemaakt. Hij zei: kunnen jullie het niet, of willen jullie het niet, of mag het juridisch niet, of zijn jullie daar niet toe in staat en kan ik jullie helpen? Nou, dit zinnetje gebruik ik nu zelf ook nog steeds heel vaak hoor! Want je moet altijd zelf nadenken over de oplossing, vind ik.”

Levi werd alsnog toegelaten tot het ROC, waar hij overigens heel positief over is. Zo heet de afdeling ‘studie & handicap’ mede dankzij Levi nu ‘expertisecentrum passend onderwijs’. En heeft hij de themadag ‘beleef je beperking’ georganiseerd, waarin hij alle leerlingen van het tweede jaar van de ROC-opleiding in een rolstoel zette. “Dat moet je dus met je beperking doen. Ondernemen! En niet: wat ben ik zielig. Nee, je moet zelf scherp en ad rem zijn. Ik heb in principe geen achterstand. Ik krijg een achterstand door de perceptie van anderen, die ervaringen met andere mensen op mij projecteren.” Zo, die zit.

Gezocht: filosofievriendenclubje

Hoe is het voor Levi om jong te zijn in Nijmegen? “Jong zijn? Ik ben nooit jong geweest. Ik ben slecht in ouwehoeren. Ik vind het heel moeilijk om losjes te zijn, relaxed zijn. Ik heb daarom bijvoorbeeld niks met een wijkcentrum, teveel geouwehoer door ouwe bokken of jongeren. In hun ogen heb ik een niet-leuk imago.” We belanden op een gevoelig punt. Echte vrienden, die heeft Levi weinig. “Door wat ik heb, vind ik het moeilijk om empathisch te zijn. Ik kan niet goed aan mensen zien hoe ze zich voelen, en wat ze nodig hebben en wat hun intenties zijn. Ik kan het alleen beredeneren, mits mij die emoties eerder zijn uitgelegd. Het gaat bij mij dus mis als de ander wat nodig heeft, en ik zie het niet. Maar die beperking zien mensen niet aan mij, kennen mensen ook niet. Dat maakt mij wel extreem eenzaam. Daarom zoek ik ook zoveel raadswerk op, daar ben ik niet alleen, daar heb ik medestanders en dat voelt goed.” Levi zou wel graag een paar niet-gehandicapte vrienden willen hebben, om mee op vakantie te gaan, de wereld over te reizen. “Maar ik leer ook om te koesteren dat je sommige dingen gewoon niet moet willen. Ik ben graag een filosoof op een zwevend kleedje. Filosofie geeft me rust in mijn hoofd. Ik zou het heel leuk vinden om een filosofievriendenclubje te hebben. ”

“‘Dat kan niet’ komt niet in mijn woordenboek voor”

Zeg, waar kom jij je bed voor uit, vraag ik Levi. Levi lacht en steekt zijn bekende vinger op. Dan weet je dat hij iets belangrijks gaat zeggen. “Verkeerde vraag. Waarom ga je er zo laat in, dat moet je me vragen! Ik ben altijd aan het vergaderen want ik weet: als je er niet bij bent, word je niet gezien. Nu ben ik bekend in Nijmegen, en word ik overal uitgenodigd, en zie ik hoe systemen werken, en hoe ze niet werken. Er zitten kloven: tussen zorgvragers en zorgontvangers, tussen het VSO en het MBO, tussen het MBO, HBO en VO. Het blijft te vaak in intenties hangen, een intentieovereenkomst. Nee, wat gaan we doen, wat gaan we ervan maken? Met de jeugdverbinder wil ik bijvoorbeeld echt de kloof tussen jeugd en politiek verder dichten dan de ‘highly-interested-crowd’. Ik kan dan ontzettend lastig zijn voor die systemen. Kan ik iedereen aanraden trouwens! Ik geef nooit op en ik bijt me vast. Er is altijd een opening voor verandering. ‘Dat kan niet’ komt niet in mijn woordenboek voor tenzij ik zelf constateer dat ik het niet kan.”

Wijsheid van Levi, ten voeten uit. Doe er wat mee!