‘Ze beloven van alles, maar er gebeurt niks.’


Ik kom aan bij een hoekhuis in de stortende regen. Mevrouw Willems staat al voor het raam te wachten om me gauw binnen te laten. Ze is erg gastvrij en vriendelijk, ze biedt me direct iets te drinken aan en wijst naar een grote stoel waar ik op kan gaan zitten.

WMO-schoonmaakhulp
Binnen staan een hoop foto’s van haar kinderen en kleinkinderen waar ze erg trots over vertelt.  Als ze een kopkoffie voor haarzelf gaat halen roept ze vanuit de keuken ‘Ik heb een hoop te melden over jullie WMO hoor.
Bij terugkomst uit de keuken steekt ze van wal. 7 jaar geleden heeft ze een ongeluk gehad waarbij haar onderarm gebroken is en de pezen en spieren zijn afgescheurd. Hierna heeft haar hand nooit meer goed gewerkt. Iets vasthouden of uitwringen gaat simpelweg niet meer.  Hiervoor heeft mevrouw huishoudelijke hulp van 3 uur in de week. In februari heeft ze een keukentafelgesprek gehad waarin haar duidelijk werd gemaakt dat de schoonmaakhulp minder uren zou krijgen om bij haar thuis schoon te maken. Ze zouden haar op korte termijn terugbellen om haar op de hoogte te brengen van de nieuwe besluiten. ‘Dit is nooit gedaan hoor, ik ben nooit teruggebeld en het is inmiddels juli’.

Belachelijke regels
Ook vertelt ze hoe belachelijk ze de regels vindt die de schoonmaak organisatie Verian op heeft gesteld. Zo mag ze haar schoonmaak hulp onder andere geen koffie meer aanbieden. ‘Ze is hier drie uur lang, dat is toch niet normaal, slavenarbeid is al afgeschaft hoor.’ Ook is er bepaald dat de schoonmaakhulp de bovenste kastjes in de keuken en de ramen niet meer schoon mag maken, omdat dat te veel tijd kost. En die tijd is er simpelweg niet.

Mevrouw stelt voor om even door het huis te lopen, om mij haar huis te laten zien. Tijdens de rondleiding geeft ze aan wat ze allemaal zelf schoonmaakt en wat de hulp doet. ‘Het bed opmaken doe ik zelf, dat doen ze nooit hoe ik het prettig vind’. Ze vertelt ook dat ze wel erg tevreden is met de schoonmaakhulp die ze heeft, alleen het contact met de organisatie niet. ‘Ze beloven van alles, maar er gebeurt niks.’ ze voelt zich bezwaard om steeds zelf naar de organisatie te bellen, ze geeft ook aan dat ze dat haar taak helemaal niet vindt.

‘Er valt nog een hoop te verbeteren’
Haar schoonmaakhulp heeft momenteel last van haar schouder en kan regelmatig niet komen wat ze erg jammer vindt. De organisatie beloofd hiervoor vervanging te regelen, wat nog nooit gebeurd is. ‘Telkens geven ze aan dat er niemand beschikbaar is, laatst is ze vier weken niet geweest, toen zat ik vier weken lang zonder schoonmaakhulp.’ Toen ik mevrouw Willems vroeg of haar kinderen haar ook wel is helpen met deze taken zei ze heel resoluut: ‘Nee! En dat wil ik ook absoluut niet.’ Ze vertelt dat haar kinderen ver weg wonen en het druk genoeg hebben. Ook heeft ze een kleinzoon met autisme waar zijn ouders de handen vol aan hebben. ‘Zij zijn niet verantwoordelijk voor mijn huishouden.’ Kortom, mevrouw is van mening dat de communicatie tussen organisatie en cliënt erg slecht verloopt en de organisatie slechte inschattingen maakt.

Nijmegen, juli 2017

Auteur: Milou Lange